Anti-pestwet op discussietafel
BRUSSEL - Er kan geen sprake zijn van een afschaffing van de anti-pestwet. Dat zegt staatssecretaris voor Welzijn op het Werk en Arbeidsorganisatie Kathleen Van Brempt. Ze reageert daarmee op het pleidooi van het Vlaams Blok om komaf te maken met de wet en op de vraag van CD&V en VLD om de wet aan te passen.
Gisteren kreeg Van Brempt in de kamercommissie sociale zaken een reeks vragen over de geplande evaluatie van de anti-pestwet. De vorige regering had zo'n evaluatie twee jaar na de inwerkingtreding voorzien. Initiatiefneemster Maggie De Block (VLD) zei dat ze niet per se wil dat de wet wordt afgeschaft, maar wees wel op de negatieve effecten van de wetgeving. Die zijn in twee onderzoeken naar voor gekomen.

Het eerste heeft te maken met de omkeerbaarheid van de bewijslast. Voor de werkgevers is het niet altijd makkelijk aan te tonen dat de werknemer niet gepest wordt. Daarnaast zouden drie op de tien klagers de procedure misbruiken om een ontslag te voorkomen. Zolang een klacht wegens pesten loopt, krijgt het slachtoffer het statuut van beschermd werknemer. De Block en Pieters wezen ook op de hoge kost van de hele procedure voor de werkgevers.

In haar antwoord gisteren stelde Van Brempt dat ze geen conclusies wil trekken zolang de evaluatie nog niet rond is. Die wordt verwacht tegen 1 juli. De Nationale Arbeidsraad bracht eerder al een advies uit, maar dat was een verdeeld advies, ze de staatssecretaris.

Op basis van de evaluatie - die ze eerst in de Kamer wil voorstellen - is Van Brempt bereid de wet aan te passen. Afschaffen is echter niet aan de orde. ,,Ik kan veel kritiek uiten op de wetgeving, maar haar belangrijke verdienste is dat ze pesten op het werk bespreekbaar heeft gemaakt en dat er nu al heel wat bedrijven zijn die een geïntegreerd beleid voeren rond pesten op het werk''.