JERUZALEM - Het Israëlische leger heeft een onderzoek ingesteld naar een groep reservisten die een tentoonstelling heeft ingericht van foto’s. Daarop is te zien hoe soldaten in Hebron op de Westoever wreedheden begaan tegenover Palestijnen.
Volgens de Israëlische krant Haaretz heeft de militaire politie gisteren een inval uitgevoerd in de tentoonstellingsruimte. Daarbij werden een map krantenknipsels en een videoband waarop soldaten getuigen over wreedheden in beslag genomen.

Meer dan tachtig soldaten besloten de tentoonstelling, getiteld ’Het stilzwijgen doorbroken’, op te zetten om te laten zien wat het vervullen van legertaken in de ,,krankzinnige werkelijkheid'' van Hebron met hen deed. Op de video vertellen soldaten hoe ze langzaam veranderden door de lange uren die ze maakten, de spanning en de angst.

,,Mij werd verteld dat een achtjarig kind en een 90-jarige vrouw in de eerste plaats potentiële terroristen zijn, dan Palestijnen, dan Arabieren en helemaal als laatste mensen'', zegt een soldaat op de video. Een ander vertelt hoe hij een Palestijns bruidspaar treiterde. Een ander zegt hoe hij uit verveling schrikgranaten naar Palestijnse kinderen gooide.

Op de foto’s, die de soldaten maakten terwijl ze aan het werk waren, zijn bijvoorbeeld Palestijnse kinderen te zien die soldaatje spelen en elkaar fouilleren en Palestijnse verdachten die geblinddoekt en geboeid langs de kant van een weg liggen. Maar er zijn ook foto's met groepjes vrolijk poserende soldaten. Ook hangt er een foto van een leus die door joodse kolonisten in Hebron op een muur is gekalkt: ’Palestijnen naar de gaskamers’. In Hebron wonen vijfhonderd joodse kolonisten in enclaves tussen 130.000 Palestijnen.

De tentoonstelling, die wordt gehouden in een school voor fotografie in Tel Aviv, is al sinds begin juni open en had aanvankelijk de goedkeuring van het leger. Het was niet direct duidelijk waarom nu is ingegrepen. Een legerwoordvoerder zei dat de samenstellers van de tentoonstelling zich kennelijk toen ze als soldaten dienden, schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten. Het onderzoek is volgens hem gebaseerd op ,,getuigenissen van betrokkenen en ooggetuigen''. Een van de organisatoren van de tentoonstelling, Micha Kurtz, noemde het ingrijpen tegenover de krant Haaretz ’bangmakerij’.