Pas over vijftig jaar denkt een meerderheid van de Belgen dat het land ophoudt te bestaan. Voor veel Belgen mag premier Verhofstadt gerust nog vier jaar langer aanblijven.
BRUSSEL. Hoe denken Vlamingen en Franstaligen over de politieke toekomst van het land? Moet België ophouden te bestaan of moeten de gewesten snel meer bevoegdheden krijgen? De Standaard en Le Soir lieten een enquête uitvoeren bij 2002 Vlamingen, Walen en Brusselaars. In de telefonische bevraging werd gepeild naar de wederzijdse kennis, percepties, verwachtingen en gedragingen. Ook werd expliciet gevraagd naar de politieke toekomst van België.

De antwoorden leveren enkele merkwaardige — zelfs contradictorische — vaststellingen op. Zo vinden slechts twee op de tien Franstaligen dat 'gemeenschappen en gewesten meer bevoegdheden moeten krijgen. Maar op meer concrete vragen als 'moet Wallonië autonomie krijgen op vlak van verkeer of werkgelegenheid?'' antwoordt plots de helft van de Franstaligen positief.

Een overzicht van de belangrijkste ,,politieke conclusies''.

- België zal niet snel ophouden te bestaan. Tenminste, dat is de overtuiging van een meerderheid van de Belgen. Negen op de tien Belgen is ervan overtuigd dat ons land over tien jaar nog bestaat. En volgens zeven op de tien zingen we ook over twintig jaar de Brabançonne nog. Tot dan lopen de verwachtingen over het voortbestaan van Frans- en Nederlandstaligen en Brusselaars ook perfect samen. Nadien splitst de verwachtingslijn zich.

Opvallend is dat vanaf 2030 meer Franstaligen dan Vlamingen van mening zijn dat België zal ophouden te bestaan. Nochtans wordt vooral van Vlamingen beweerd dat ze uit zijn op het einde van het land. Misschien speelt de angst voor een scheiding, die bij Franstaligen veel groter is, een rol bij het eerder negatieve antwoord.

Toch blijft de eerste veertig jaar een meerderheid van de Belgen geloven in het voortbestaan van het land. Het kantelmoment situeert zich rond 2050. Vanaf dan denkt meer dan de helft van de Belgen dat het gedaan is met dit koninkrijk. En in het eeuwige leven van België gelooft bijna niemand. Slechts 15 procent van de Vlamingen en 12 procent van de Franstaligen is ervan overtuigd dat de Coburgers in 2017 nog op de troon zitten.

- De grote meerderheid van de Belgen wenst ook dat België blijft bestaan. Slechts 6 procent van de Vlamingen kiest voor het verdwijnen van België, tegenover 2 procent van de Franstaligen. Toch denken Vlamingen en Franstaligen duidelijk anders over een verdergaande staatshervorming: 39 procent van de Nederlandstaligen wil meer bevoegdheden voor gewesten en gemeenschappen, tegenover slechts 22 procent van de Franstaligen. 36 procent van onze zuiderburen wil dan weer dat de unitaire Belgische Staat hersteld wordt. Voor Vlamingen is dat nauwelijks een optie: slechts 15 procent vindt dat een goed idee. Toch is het opmerkelijk dat er aan Vlaamse kant geen meerderheid (40 procent) bestaat om meer bevoegdheden over te dragen aan het gewest.



En dan krijgen de merkwaardige paradox. Als de regionalisering van de bevoegdheden concreet gemaakt wordt met voorbeelden, stijgt het aantal voorstanders van meer autonomie vooral aan Franstalige kant. Zo wil de helft van de Franstaligen dat de gewesten meer te zeggen krijgen over werk en verkeer. Ook voor misdaadbestrijding en leger klinkt de roep om meer regionale autonomie luider bij Franstaligen dan bij Nederlandstaligen.

- Zes op de tien Belgen willen opnieuw tweetalige kieskringen zodat ook op politici van de andere taalrol kan worden gestemd. Dit voorstel haalt een meerderheid van 75 procent bij Franstaligen, maar wordt slechts door een minderheid (47 procent) van de Vlamingen gedeeld.

- Voor Brussel wil een meerderheid van Vlamingen en Franstaligen dat het tweetalige statuut behouden blijft. Een kwart van de ondervraagden ziet wel iets in Brussel als internationaal meertalig district. 14 procent van de Vlamingen wil Brussel aanhechten bij Vlaanderen, bijna één op de tien Franstaligen wil Brussel bij Wallonië voegen.