BRUSSEL - Vlaamse leerlingen in het secundair onderwijs blijven gemiddeld 9,69 halve dagen per schooljaar afwezig. Gemiddeld registreren de scholen 12,6 procent van de afwezigheidsdagen als problematisch, dat is een afwezigheid die niet verklaard wordt door ziekte.

Dat is een van de vaststellingen van de Onderwijsspiegel, het jaarverslag van de onderwijsinspectie van het schooljaar 2003-2004, die vandaag op het kabinet van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke werd voorgesteld.

De onderwijsinspectie ging na hoe de leerplicht in Vlaanderen wordt opgevolgd. De voorbije drie jaar stelden de scholen voor 141.950 leerlingen 1.799.380 halve dagen afwezigheid vast. Als stakingsdagen niet meegerekend worden, was de Vlaamse leerling gemiddeld 9,69 halve dagen afwezig per schooljaar.

Gemiddeld registreren de scholen 12,6 procent van de afwezigheidsdagen als problematisch en aanvaarden ze voor 86,6 procent een wettiging wegens ziekte. Er zijn belangrijke verschillen per onderwijsvorm, per leerjaar en per school. Het Technisch Secundair Onderwijs (TSO), het Beroeps Secundair Onderwijs (BSO) en het Kunst Secundair Onderwijs (KSO) hebben meer te kampen met problematische afwezigheid.

De inspectie vraagt meer aandacht voor verdoken vormen van afwezigheid en betere preventie. Scholen kunnen spijbelen voorkomen door het aangeboden onderwijs aantrekkelijker te maken, zegt CLB-inspecteur Matrine Vranken.

De onderwijsinspectie pleit ook voor duidelijke normen voor huisonderwijs. De voorbije vijf jaar krijgen een steeds meer leerlingen thuis les: in het schoojaar 2003-2004 waren dat er 122, tegenover 47 in 1999-2000.