Sarkozy wil aan het roer van EU blijven
Nicolas Sarkozy wil een bepalende rol in de EU blijven spelen. Hij wil dat doen als voorzitter van de eurogroep op het niveau van de staatshoofden en de regeringsleiders. Momenteel bestaat de eurogroep als zodanig niet als EU-instelling zodat er vrij makkelijk ‘institutionele’ regelingen kunnen getroffen worden als iedereen het daarmee eens is.
Er circuleren al een tijdje geruchten dat er gezocht werd naar een dergelijk scenario en gisteren gaf Nicolas Sarkzoy in het Europees Parlement een duidelijke hint.

Sedert vorige week herhalen zowel hij als Commissievoorzitter Jose Manuel Barroso dat het verdrag van Lissabon nodig is om ‘in de huidige financiële en economische crisis de continuïteit te verzekeren, wat met het zesmaandelijks afwisselende voorzitterschap niet kan’. In het verdrag van Lissabon wordt het zesmaandelijkse voorzitterschap vervangen door een permanente voorzitter van de Europese Raad.

Maar dat Verdrag is, zoals bekend, niet door de ratificatieprocedure geraakt in Ierland. Vanaf 1 januari wordt Tsjechië daarom de gewone zesmaandelijkse EU-voorzitter. Maar dat land kan heel wat minder gewicht in de schaal leggen. Bovendien heeft Tsjechië het verdrag van Lissabon ook nog niet geratificeerd.

De Franse krant Le Monde heeft nu bevestiging gekregen dat het de bedoeling is dat Sarkozy op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders verkozen wordt als eurogroep-voorzitter. De krant pakt er deze namiddag mee uit.

Op ministerieel niveau is de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker nu voorzitter van de eurogroep en die zou dat kunnen blijven, alleszins voorlopig. Juncker kreeg pas begin september een verlenging van zijn mandaat, overigens tegen de regels in. Die werden dan maar gewijzigd. Sarkozy zou zich nu op de eerstvolgende bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van de eurolanden laten verkiezen tot hun voorzitter.

In het Europees Parlement zei president Sarkozy dinsdag nadrukkelijk dat hij de eurogroep een grotere rol wil laten spelen, maar dan wel op het niveau van de staatshoofden en regeringsleiders. Hij gaf als voorbeeld aan dat ‘de ministers van Financiën nooit in staat zouden zijn om 1.800 miljard euro te mobiliseren voor de banksector’.     

De Europese Commissie wilde niet reageren op het bericht.