KHARTOEM - De Sudanese overheid heeft aan de VN-commissie voor de Mensenrechten een lijst met dertig namen overgemaakt van Arabische militieleden, de Janjaweed, die verdacht worden van misdaden, voornamelijk verkrachtingen, in Darfour. Dat meldt de Sudanese pers zondag. Het is voor het eerst dat de Sudanese overheid toegeeft dat er in de streek van Darfour verkrachtingen zijn gebeurd.
Minister van Justitie van Sudan, Ali Mohamed Osmane Yassine, overhandigde de lijst met 30 verdachten aan de Ghanees Emanuel Akoy, internationaal waarnemer van de Commissie voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. Zo verklaart Abdel-Moneim Osmane Mohammed Taha, rapporteur van de Sudanese Raad voor de Mensenrechten in de pers.

De Janjaweed worden door humanitaire organisaties en de VN beticht van misaden tegen de Sudanezen van Afrikaanse afkomst in Darfour. De VN vraagt Sudan dan ook om deze milities te ontwapenen voor eind augustus op straffe van sancties.

Tussen de namen op de lijst staan twee agenten die verdacht worden van deelneming aan het uitbranden van een dorp en twee soldaten van defensie die worden verdacht van de verkrachtingen van twee vrouwen.

Op 19 juli al wees Amnesty International de Sudanese overheid met de vinger inzake de talrijke verkrachtingen van vrouwen in de streek van Darfour. Sudan heeft deze beschuldigingen altijd ontkend. Zaterdag nog deelde het Sudanese gerecht mee dat het 13 personen, waarvan twee werknemers van een ,,buitenlandse organisatie'', in verdenking had gesteld voor het ,,ineenknutselen van een video die een verkrachting door een Sudanese soldaat in Darfour toont''.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig