Het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité moet kajakker Wouter D'Haene niet inschrijven voor de Olympische Spelen in Peking. Dat heeft de Brusselse kortgedingrechter dinsdag beslist.
Volgens de rechter kwam D'Haene's eis te laat omdat de Belgische kajakplaatsen door de Internationale Kajakfederatie al aan andere landen zijn toebedeeld. Dat heeft Belga vernomen van D'Haene's advocaat, meester Dimitri Dedecker.

Kajakker Wouter D'Haene haalde op het jongste EK in Milaan een zevende plaats, volgens de IOC-normen voldoende voor een Olympische selectie. Het BOIC eiste echter twee zesde plaatsen op het EK en op een Wereldbekerwedstrijd.

D'Haene vocht voor de rechtbank de strengere BOIC-criteria aan. Die waren volgens hem nergens voor nodig, omdat hij de enige was die voor een selectie in aanmerking kwam, en bovendien strijdig met het Europees recht. De kajakker eiste zijn selectie op en dreigde met een dwangsom van 10.000 euro.

Het BOIC antwoordde dat de kajakker al in 2006 op de hoogte was van de selectiecriteria en ze pas in vraag stelde toen hij ze niet haalde. De advocaten van het BOIC zwaaiden ook met een schrijven van de Internationale Kajakfederatie waaruit moest blijken dat er voor D'Haene sowieso geen plaats meer was in Peking. Toen de Kajakfederatie van het BOIC te horen had gekregen dat er slechts twee atleten naar de Spelen zouden gaan, had die immers beslist de twee overblijvende plaatsen aan andere landen toe te bedelen.

Het is dat schrijven dat de kortgedingrechter nu als grond gebruikt om D'Haene's eis af te wijzen. Volgens de rechter komt de eis van de kajakker te laat en kan ze dus niet meer ingewilligd worden. D'Haene's advocaat, meester Dedecker, heeft al laten weten dat hij het BOIC in ieder geval ten gronde zal dagvaarden om een schadevergoeding te eisen.