Casillas is de nationale held van Spanje
Foto: reuters
Italië en Spanje maakten er in hun kwartfinale op het EK voetbal 120 minuten vervelend voetbal van. In een voorzichtige wedstrijd leken ze wel te wachten tot de strafschoppen. Dat gebeurde ook en daarin trok Spanje dankzij doelman Iker Casillas aan het langste eind.
Wereldkampioen Italië vertrekt dus terug naar huis. En dat is eigenlijk het verdiende loon voor een ploeg die amper wilde voetballen. Het spel doomaken was hun enige doel en daar slaagden ze in tot grote frustratie van de Spanjaarden, die ook niet hun beste wedstrijd speelden. Spanje verdient de kwalificatie omdat ze wilden voetballen. Het is de eerste maal sinds het EK 1984, toen het in de finale van gastland Frankrijk verloor, dat Spanje nog eens in de halve finale van een groot tornooi staat.

Dat danken de Iberiërs in de eerste plaats aan Iker Casillas. De doelman van Real Madrid stopte in de epiloog twee strafschoppen en de Italiaan Buffon, algemeen beschouwd als de beste keeper ter wereld, maar eentje. Tijdens de wedstrijd had Casillas op een poging van Camoranesi ook al met een wereldsave met de voet uitgepakt. Fabregas trapte de beslissende elfmeter binnen.

Vervelende wedstrijd

Het Zuid-Europese duel werd voorgesteld als de leukste wedstrijd uit de kwartfinale, maar was het van in het begin aftellen naar de strafschoppen. Er werd traag, lusteloos bijna, gevoetbald. Wat een triest contrast met wat Nederland en vooral Rusland de avond voordien opdisten. Zelfs op technisch niveau was het duel ondermaats. Dat kon niet alleen liggen aan de enorme warmte die Wenen teisterde.

Italië was helemaal niet de rechthoek opgekomen om te voetballen. Met veel plezier werd de bal aan Spanje gelaten. Spanje zocht te weinig diepgang. Omdat je niet kan blijven breien, mochten de Spanjaarden in de eerste helft de beste doelpogingen op hun actief schrijven. Buffon pakte lage pogingen van Villa en Silva. Iniesta en weer Silva schoten ook hard en laag naast. Dat waren de pogingen van Spanje en het was de beste ploeg. Dan kan je je voorstellen hoe weinig Italië ervan bakte. Of beter: ervan wílde bakken. Alleen Cassano zorgde voor wat versnellingen. Perrotta kopte op Casillas.

Aftellen tot verlengingen

Na de rust veranderde niet veel. De Italianen kregen wel de beste kans van de wedstrijd. Toni kopte centraal en Camoranesi trapte van kortbij hard richting doel. Casillas redde schitterend met de voet. Senna krulde namens Spanje een vrije trap langs de muur maar Buffon stond op de juiste plaats. De Italiaanse doelman loste een minuut later een schot van Senna maar kon het leer met de hulp van de paal recupereren. Toni belette net voor het einde van de 90 minuten Grosso de 0-1 binnen te lopen.

In het begin van de eerste verlenging kwam er even vaart in de wedstrijd. Silva schoot centimeters naast en Casillas haalde een kopbal van Di Natale vanonder de lat. Daarna viel het weer stil. Spanje bleef het meest proberen maar de verdedigers waren te sterk om echte kansen te versieren. Cazorla schoot voorlangs. De strafschoppen beslisten de wedstrijd.

Drie groepswinnaars eruit

Het valt op dat drie van de vier halve finalisten zijn ploegen die in de groepsfase tot de laatste minuut moesten strijden om in de kwartfinale te geraken. Portugal, Kroatië en Nederland waren autoritair groepswinnaar na twee speeldagen maar liggen eruit. Kenners zeggen dat het spelen met een invallersteam net voor de kwartfinale niks met de uitschakeling te maken heeft, maar het is toch een heel groot toeval.