LEUVEN - Zeven procent van de sportende meisjesstudenten heeft al te maken gehad met expliciete seksuele avances en ernstige ongewenste intimiteiten vanwege hun mannelijke trainer. Dat blijkt uit een bevraging door onderzoekers van de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de K.U.Leuven. De resultaten staan in Campuskrant.
Aan de bevraging namen 222 studenten deel. Bijna de helft moest geen ernstige, maar toch ,,ontoelaatbare’’, intimiteiten ondergaan zoals flirten, staren naar borsten en billen, onnodige aanrakingen en seksuele opmerkingen. Zeven procent werd al het slachtoffer van gedragingen die beoordeeld werden als seksueel misbruik of expliciete seksuele avances. Een nieuw onderzoek bij een andere groep sportstudenten gaf volgens professor Yves Vanden Auweele eenzelfde beeld.

De studenten kregen ook een lijst van 36 gedragingen ter beoordeling voorgelegd. Het tonen van geslachtsdelen wordt bijna unaniem als volledig ontoelaatbaar beschouwd, een atlete een lift naar huis geven als toelaatbaar.

Over de ,,grijze zone’’ zijn de meningen verdeeld. Een relatie tussen een trainer en een meerderjarige atlete wordt als toelaatbaar gecatalogeerd. Als dat met een minderjarige is, geldt dat als ernstig en ontoelaatbaar. Een meisje op vijf geeft overigens aan een relatie te hebben gehad met haar trainer.