BRUSSEL - In 2004 telde België ruim dertien procent vroegtijdige schoolverlaters: 15,4 procent mannen en 10,8 procent vrouwen. Het gaat om jongvolwassenen tussen 18 en 24 zonder diploma van het middelbaar onderwijs en die niet meer studeren. Dat blijkt uit de Enquête naar de Arbeidskrachten van de FOD Economie - Algemene Directie Statistiek.

In het Vlaams Gewest stopte elf procent te vroeg met zijn of haar opleiding. In het Waalse Gewest lagen die cijfers beduidend hoger met 15,3 procent. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telde de meeste vroegtijdige schoolverlaters: 18,1 procent in totaal. In alle gewesten breken mannen vaker hun studie af dan vrouwen.

De Algemene Directie Statistiek definieert vroegtijdige schoolverlaters als ,,personen tussen 18 en 24 jaar die geen diploma hoger secundair onderwijs behaalden en geen enkele vorm van onderwijs of vorming meer volgen''.

In 2004 behaalde 7,6 procent van de studenten een universitair diploma; 2,6 procent behaalde een diploma in het hoger niet-universitair onderwijs van het lange type en 12,9 procent van hen studeerde af in het hoger niet-universitair onderwijs van het korte type. In vergelijking met 2003 stegen de percentages nauwelijks.

Tijdens het schooljaar 2003-2004 telde de Vlaamse Gemeenschap 157.017 studenten in het hoger onderwijs, de Franstalige Gemeenschap registreerde er 145.237 en in de Duitstalige Gemeenschap volgden 162 jongeren een hogere opleiding.