Het openbaar ministerie (OM) heeft vandaag op het L&H-proces een pijnlijke stoot moeten incasseren. De cruciale vergadering van de raad van bestuur van 13 april 2000, waarop het OM vooral steunt om de drie leden van het interne auditcomité te vervolgen, werd niet bijgewoond door de voorzitter van dat bewuste auditcomité. Hij was op dat ogenblik op zakenreis.
Een 'slordigheid par excellence' noemde advocaat Frank Wijckmans het. Daarvoor had Wijckmans een hele procesdag lang diverse 'onvolledigheden' in de bewijsvoering aangekaart.

De advocaat probeerde de bewijsvoering van het OM op losse schroeven te zetten. Hij hekelde de selectieve manier van het gebruik van bewijzen door het OM, dat volgens hem ettelijke elementen à decharge niet gebruikte in zijn pleidooi.

Op het einde van zijn urenlange pleidooi haalde de pleiter het, volgens hem, schoolvoorbeeld van die bewijsvoering aan. Het ging over de raad van bestuur in april 2000. Blijkt dat Erwin Vandendriessche, de voorzitter van het auditcomité, die bewuste vergadering niet heeft bijgewoond. Hij was enkele dagen voordien naar de Verenigde Staten vertrokken voor zijn toenmalige werkgever. 'Een dossier kan onvolledig zijn, maar dit is heel onvolledig', zo verwoordde de advocaat van de drie beklaagden het.

Jef Vermassen zocht nadien nog naar een motief voor het vermoedelijke misdrijf. De drie leden van het auditcomité hebben niks verdiend tijdens hun periode bij L&H. 'Ik hoop dat de nachtmerrie voor deze mensen snel voorbij zal zijn. Ze hebben anderhalf jaar vlot meegewerkt met het onderzoek, en dan worden ze plots in verdenking gesteld. Voor hen is toen een tragische periode begonnen', besloot Vermassen.