Vlaams onderwijs is zeer goed
Foto: © An Nelissen
Waarin is een school goed? En wat kan ze beter? Het doordachte antwoord op deze vragen vindt u vandaag in De Standaard. De Standaard publiceert voor voor elke school het oordeel van de onderwijsinspectie, met telkens een reactie van de school.
De kwaliteit van onderwijs is een cruciale zorg van ouders en leerlingen. Maar hoe achterhalen zij de sterke en zwakke punten van de scholen? Meestal door met kennissen en familieleden te praten. Ze horen anekdotes van vroeger en nu.

Hoe objectief zijn die gesprekken bij de bakker of de slager? En waarop zijn ze gebaseerd? Op de ervaring van één leerling? Op de reputatie van een school? Niet onbelangrijk, maar een doordacht oordeel is dat niet.

Nochtans bestaan de doorlichtingsverslagen. Ze zijn het resultaat van de professionele beoordeling door een team inspecteurs. Het is de eerste keer dat de conclusies daaruit worden gepubliceerd. De verslagen zijn wel al langer beschikbaar op het departement, maar ze verlieten tot nog toe alleen het archief wanneer iemand ze per e-mail of per post opvroeg. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederland heeft de Vlaamse onderwijsinspectie de doorlichtingsverslagen zelfs niet op haar website gezet.

Dat publicatie zolang op zich heeft laten wachten - de eerste doorlichtingen dateren van 1994 - komt door de koudwatervrees in de onderwijsmiddens. Velen vreesden dat dit tot ,,Engelse toestanden'' zou leiden. In Groot-Brittannië publiceren de media lijstjes van de honderd beste en de honderd slechtste scholen van het land.

Dergelijke ,,rankings'' zijn op dit moment niet mogelijk in ons land, omdat we niet over vergelijkbare cijfers van alle scholen beschikken - onze buurlanden baseren zich daarvoor voornamelijk op centrale toetsen, die bij ons niet bestaan.

Wel zijn er de doorlichtingsverslagen. Een meer omvattende beoordeling van de onderwijskwaliteit bestaat op dit moment in Vlaanderen niet. Van de onderwijsinspectie hebben we de verslagen ontvangen die de laatste zes jaar zijn gemaakt. De doorlichtingen van voor september 2000 worden als niet meer relevant beschouwd. Alle doorlichtingsverslagen van daarna kunnen voor ouders een handig instrument in de schoolkeuze zijn.

Voor de scholen hebben die verslagen een heel andere betekenis. Een slechte doorlichting kan voor een school de doodsteek betekenen. De onderwijsinspectie baseert zich voor haar advies aan de minister precies op die verslagen. En die minister beslist over de erkenning, en dus ook de subsidies, van een school.

Per schooljaar zijn er één of twee Vlaamse secundaire scholen die zo een ongunstig advies krijgen voor een deel van de opleidingen. Omdat de gevolgen daarvan zo zwaarwichtig zijn, wordt dat steeds rechtgetrokken, of worden deze opleidingen opgedoekt.

Zo'n driekwart van de middelbare scholen krijgt van de inspectie een ,,gunstig advies beperkt in de tijd''. Daaraan is huiswerk gekoppeld, namelijk de dringende actiepunten (punt 3). De scholen die in de bijlage alleen punt 1 en punt 2 hebben, kregen met andere woorden een onvoorwaardelijk gunstig advies.

De dringende actiepunten worden na elke doorlichting door diezelfde inspectie gecontroleerd. Dat gebeurt in een ,,opvolgingsverslag''. Veel schooldirecteuren verwijzen in hun reactie (punt 4), die wij hen gevraagd hebben, naar dat document. Uiteraard zijn er ook veel aandachtspunten waar de scholen zelf geen vat op hebben, bijvoorbeeld het geldgebrek in de scholenbouw.

De inspectie beoordeelt in de doorlichtingen niet alleen de onderwijsinhoud, vanuit de specifieke context van de school. Ook controleert ze of de scholen alle onderwijsregels naleven.

Samen geeft dit overzicht een goede dwarsdoorsnede van het onderwijs in uw provincie tussen 2000 en 2006. Niet om te vergelijken, wel om te oordelen.