CALCUTTA - Een aanval op een Amerikaans cultureel centrum in de Indiase stad Calcutta heeft vier politieagenten het leven gekost. Twintig mensen liepen verwondingen op. De aanslag is nog niet opgeëist. Door de aanslag dreigt de spanning tussen India en Pakistan opnieuw hoog op te lopen.
De vier aanvallers arriveerden 's ochtends vroeg op twee motorfietsen bij het Amerikaanse centrum en openden het vuur op de Indiase politieagenten die het gebouw bewaakten. Daarbij vielen vier doden. Achttien agenten, een lid van een particuliere bewakingsdienst en een voorbijganger raakten gewond. De daders wisten ongedeerd te ontkomen.

Volgens de Amerikaanse ambassade waren er op het moment van de aanslag geen medewerkers van het Amerikaanse consulaat in het gebouw.

Volgens de politie is de aanslag het werk van de organisatie Harkat-ul-Jehad. Deze in Pakistan gevestigde groepering die aan de Pakistaanse inlichtingendienst gelieerd zou zijn, vocht in de jaren '90 tegen het Indiase leger in Kashmir.

Een woordvoerder van de groep ontkende echter dat Harkat-ul Jehad-e-Islami achter de aanslag zat. Ook de Pakistaanse regering noemde de claim van het Indiase ministerie ongegrond. De Pakistaanse ISI heeft niets met de aanslag op het cultureel centrum te maken, zei een woordvoerder van buitenlandse zaken in Islamabad.

Binnenlandse Zaken in India bestempelde de daad onmiddellijk als een "terroristische activiteit van Pakistaanse militanten". "Het is duidelijk dat, ondanks de waarschuwing van de Pakistaanse president Pervez Musharraf, het beleid in Pakistan ten aanzien van terrorisme nog niet is veranderd."

Bezoek

De aanval in Calcutta komt er op het ogenblik dat FBI-directeur Robert Muller en admiraal Thomas Wilson, hoofd van het Amerikaanse inlichtingenagentschap van Defensie, op bezoek zijn in India.