Het bleef evenwel onrustig. Met nog drie ronden voor de boeg achtten Kenny De Ketele, Steven De Decker, de Litouwer Mindaugas Striska, de Deen Daniel Foder, de Nederlanders Gerrit Soepenberg en Peter Schep en de Noor Roy Hegreberg hun moment gekomen. Het peloton volgde op een goeie twintig seconden. Plots hield de grote groep de benen even stil en zo kon de kloof van de zeven stelselmatig uitgebouwd worden. Drie renners konden vooraan aansluiting vinden. Dat waren Dries Devenyns, de Litouwer Gediminas Bagdonas en de Fransman Ramuntxo Garmendia.
Voor De Ketele en Schep ging het te snel. Zij moesten hun metgezellen laten rijden. Het peloton begon onder impuls van de Rabobankrenners het tempo fiks op te voeren en zij zorgden bij het ingaan van de laatste plaatselijke bijna voor een algemene hergroepering. Die kwam er uiteindelijk ook mede omdat vooraan Dries Devenyns lek reed en de verstandhouding bij de kopgroep volledig wegviel toen ook Striska de rol moest lossen. Op vijf kilometer van de finish was alles te herdoen.
De Spanjaard Pedro Horrilo Munoz trachtte de spurters nog roet in het eten te gooien door even voor de grote bende uit te rijden. Ook hij was er echter snel aan voor de moeite en in de daaropvolgende massasprint stond er geen maat op de jonge Deen Jonas Aaen Jorgensen.