De Nederlandse familie Taminiau die via de nv Dea Dia de exploitatie waarneemt van het in opspraak gekomen Tongerse Romeinse themapark 'Ooit Tongeren' dringt aan op een nieuw overleg met de partners van de nv Plinius Vastgoed.
In afwachting van een uitspraak van de rechtbank van koophandel inzake de ontbinding van de leaseovereenkomst die door de nv Plinius Vastgoed gevraagd wordt, heeft Dea Dia beslist om de exploitatie van het park voort te zetten, laat Marc Taminiau van Dea Dia dinsdag weten.

De raad van bestuur van de nv Plinius Vastgoed, met als partners Toerisme Vlaanderen, de stad Tongeren en aannemer Strabag, besliste maandag om de nv Dea Dia in gebreke te stellen en voor de Tongerse rechtbank van koophandel de ontbinding van de leaseovereenkomst te vorderen, evenals een bijkomende schadevergoeding.

Gebrekkige afwerking

De hele discussie draait rond het opleveringscontract. Volgens Taminiau heeft aannemer Strabag de werkzaamheden niet naar behoren uitgevoerd. Tengevolge van de 'gebrekkige' afwerking van het park weigert de exploitant om onder meer de huur van de gebouwen te betalen.

Het stadsbestuur van Tongeren wijst er namens burgemeester Carmen Willems (Open VLD) op dat Taminiau het opleveringscontract ondertekend heeft en zich daarmee uitdrukkelijk akkoord verklaarde met de uitvoering der werken.

Overeenkomst

Taminiau zegt 'zwaar geraakt' te zijn door de procedure die de nv Plinius Vastgoed tegen hem opstart. 'Ik hoop dat ik intussentijd opnieuw met de partners rond de tafel kan gaan zitten en we een overeenkomst kunnen bereiken over de manier waarop het gebouw zal hersteld worden en wie daarvoor zal opdraaien', luidt het.

De Nederlandse uitbater wijst erop dat de 'fundamenten' van zowel het gebouw als de overeenkomst goed moeten zitten alvorens hij een aanvang kan nemen met de tweede fase van het project. Die fase is gepland over zeven jaar.

Dan zouden er volgens de oorspronkelijke planning nog een hotel en zwembadcomplex worden bijgebouwd. Of het zover zal komen, zal onder meer afhangen van de uitspraak van de rechter.

Intussen loopt er eveneens een klacht van de nv Plinius wegens vermeend misbruik van overheidsgleden. Die klacht kwam er nadat de nv Plinius vastgesteld had dat er bij Dea Dia een aantal middelen verdwenen waren die hadden moeten dienen om de contractuele verplichtingen tegenover de nv Plinius na te komen.