De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) pleit voor een hervorming van het verkeersveiligheidsfonds tot een echt fonds waarop de politiezones trekkingsrechten kunnen uitoefenen.
Hierdoor krijgen de middelen uit het fonds een meer recurrent karakter en kunnen de zones die soepeler besteden en aanwenden volgens de noden. Dat zou een financiering van het verkeersveiligheidsbeleid op langere termijn verzekeren.

Maandag raakte bekend dat politiezones tegenwoordig zoveel krijgen uit het verkeersveiligheidsfonds dat ze nog amper weten hoe ze het moeten op krijgen.

Het fonds wordt gespijsd met inkomsten uit verkeersboetes en de middelen moeten besteed worden aan verkeersveiligheidsprojecten.

De VVSG wijst erop dat hierdoor verkeerdelijk de indruk gewekt wordt dat de lokale politie over voldoende financiële middelen beschikt. In werkelijkheid moeten de zones aan de gemeenten een steeds grotere dotatie vragen om hun stijgende personeelskosten te financieren.

De VVSG noemt het niet logisch dat de politiezones in een dergelijke situatie over middelen beschikken die ze slechts aan bepaalde doeleinden kunnen besteden. 'Belangrijk om te weten is dat het verkeersveiligheidsfonds er gekomen is naar aanleiding van de onderhandelingen in juni 2002 over de meerkost van de politiehervorming tussen de federale regering en de VVSG. Dit dossier hangt dan ook nauw samen met de financieringswet die er nog moet komen voor de lokale politie', aldus de VVSG.