ROME - Het Italiaanse gerecht vraagt de uitlevering van 26 Amerikanen, allen lid van de CIA, die ervan verdacht worden in 2003 de ontvoering van een Egyptische imam te hebben georganiseerd en uitgevoerd. Dat schrijft de Italiaanse krant La Repubblica.
De vraag komt van het parket van Milaan, dat met het onderzoek is belast. Het openbaar ministerie zal die vraag overbrengen aan Justitieminister Clemente Mastella, die, naar wordt verwacht, zijn Amerikaanse ambtgenoot op de hoogte zal brengen van het verzoek.

De al een tijdje aanslepende kwestie dreigt de relaties tussen de Verenigde Staten en Italië verder te verzuren. Onder premier Silvio Berlusconi golden beide landen nog als nauwe bondgenoten. De centrumlinkse regering van Romano Prodi zorgde echter meteen voor een stijlbreuk door de Italiaanse troepen uit Irak terug te trekken.

De vorige minister van Justitie, Roberto Castelli, had steeds obstinaat geweigerd een gelijkaardige vraag tot uitlevering aan de VS over te brengen. Die vraag betrof toen "slechts" 22 CIA-agenten. Castello's weigering kwam hem op uiterst harde verwijten van openbaar aanklager Armando Spataro te staan.

De hele kwestie draait om ene Abou Omar (Osama Mustafa Hassan), een Egyptisch staatsburger die in Italië politiek asiel kreeg, in 2000 naar Milaan kwam, door de Italiaans justitie van terrorisme werd verdacht en op 17 februari 2003 in de Lombardische hoofdstad van straat werd geplukt. Na zeer grondig speurwerk ontdekte het team rond Spataro, dat de CIA de klus had bedacht en afgehandeld. De CIA had de man via Duitsland naar Egypte overgebracht, waar hij werd gemarteld.

De zaak zorgde voor heel wat deining bij de Italiaanse militaire inlichtingendienst SISMI. Die heeft altijd ontkend ook maar iets van de ontvoering te hebben geweten. Maar onderzoek bracht aan het licht dat een fiks aantal hoge Sismi-pieten op een of andere manier aan de operatie hadden deelgenomen. Uiteindelijk werden in verband met dit onderzoek twee arrestaties verricht: van Marco Mancini, nummer twee van Sismi, en van diens voorganger Gustavo Pignero.

Nu wordt echter ook het nummer één van de inlichtingendienst, Nicolo Pollari, geviseerd. La Repubblica drukte vrijdag fragmenten van een telefoongesprek tussen Mancini en Pignero af, die een en ander hard maken. Pollari werd vorige week door het parket van Milaan aan de tand gevoeld, maar weigerde alle medewerking, argumenterend dat de kwestie "staatsgeheim" betreft.

Minister van Buitenlandse Zaken Massimo D'Alema liet weten dat het parket op alle steun van de regering mag rekenen, zonder dat daarbij de "strijd tegen de terreur" wordt geschaad. Voor in opspraak komende hoge functionarisen zal de plicht tot het respecteren van het staatsgeheim (of de mogelijkheid om zich hierachter te verschuilen) worden opgeheven.