De Stichting tegen Kanker wil dat de overheid werk maakt van een systematische opsporing van baarmoederhalskanker. Nu zijn er namelijk te veel vrouwen die geen uitstrijkje laten nemen, terwijl er ook weer veel vrouwen zijn die het onderzoek te vaak ondergaan.
De voorbije maanden was heel wat te doen rond baarmoederhalskanker, nu het vaccin tegen de ziekte wordt terugbetaald voor meisjes tussen twaalf en vijftien jaar.

De stichting wijst erop dat de preventieve opsporing nog steeds belangrijk is, ondanks het vaccin. Het uitstrijkje, waarbij oppervlaktecellen van de baarmoederhals worden gekrabd om ze in het lab te laten onderzoeken, blijft onontbeerlijk bij alle vrouwen van 25 tot 65 jaar, of ze nu gevaccineerd zijn of niet, luidt het.

Daar wringt echter het schoentje. Uit een studie van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg uit 2006 blijkt immers dat meer dan 40 procent van de vrouwen tussen 25 en 65 niet elke drie jaar voor een uitstrijkje bij hun huisarts of gynaecoloog langsgaan. De meeste vrouwen laten zelfs nooit een uitstrijkje nemen. Die vrouwen moeten dus overtuigd worden om dat wel te doen, zegt de stichting.

Anderzijds laten de vrouwen die zich wel laten screenen te vaak een uitstrijkje nemen. Zij moeten er van overtuigd worden dat één uitstrijkje om de drie jaar genoeg is, als er geen afwijking wordt vastgesteld.

Daarom wil de stichting dat de overheid en de artsen werk maken van een systematische screening. 'Een betere verdeling van de uitstrijkjes over alle vrouwen van 25 tot 65 jaar zou niet meer kosten en veel doeltreffender zijn op het vlak van volksgezondheid', besluit de stichting.