Studie
Bijna 30 procent van de dak- en thuislozen heeft een niet-EU nationaliteit. — © Kristof Vadino
In Vlaanderen zijn 19.547 mensen dak- of thuisloos, onder wie 5.707 minderjarigen. Die leven niet allemaal op straat. Meer dan een derde verblijft, bij gebrek aan eigen huisvesting, tijdelijk bij familie of vrienden.
‘Het is de eerste keer dat we een concreet cijfer hebben’, zegt Vlaams minister van Armoedebestrijding Benjamin Dalle (CD&V). Hij liet een studie uitvoeren door het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. ‘Meteen is duidelijk dat het clichébeeld van de dakloze oude man met een grijze baard niet klopt.’
In Vlaanderen worden sinds 2020 lokaal tellingen uitgevoerd van de dak- en thuislozen. Die tellingen zijn nu door Lucas KU Leuven op wetenschappelijke basis geëxtrapoleerd voor heel Vlaanderen. ‘Het absolute cijfer verbaast me niet echt, wél het grote aantal minderjarigen’, zegt professor Koen Hermans (KU Leuven), die de studie begeleidde. ‘Dat 5.707 minderjarigen zich in een precaire woonsituatie bevinden is toch onaanvaardbaar?’ Een op de drie dak- of thuislozen is vrouw. Meer dan 60 procent heeft de Belgische nationaliteit, ruim 9 procent de nationaliteit van een ander EU-land en bijna 30 procent heeft een niet-EU nationaliteit.
De studie hanteert wel een ruime definitie van dak- en thuisloosheid. Volgens de studie leven in Vlaanderen 680 mensen echt op straat. Daarnaast overnachten nog eens 585 mensen in de noodopvang, zoals de winter- of nachtopvang. Die twee groepen samen zijn dus goed voor 1.265 mensen. ‘Geregeld worden die twee categorieën door beleidsmakers beschouwd als de “echte daklozen”, maar zij zijn slechts het topje van de ijsberg’, zegt Hermans. ‘De groep mensen met een erg precaire woonsituatie die het risico lopen om op straat te belanden, is veel groter.’
Daarom beschouwt de studie – op basis van een Europese definitie – ook als dak- en thuisloos: mensen die in de opvang voor thuislozen zitten, zoals doorgangswoningen van het OCMW; mensen die binnenkort een instelling moeten verlaten zonder dat ze al een stabiele woonoplossing hebben; mensen die bijvoorbeeld in een woonwagen of kraakpand wonen, die tijdelijk inwonen bij vrienden en familie, of die binnen de maand uit hun woning dreigen gezet te worden. Dat brengt het totaal op 19.547.
Dat cijfer is mogelijk nog een onderschatting. De gegevens voor een grootstad als Antwerpen zijn bijvoorbeeld gebaseerd op een extrapolatie van de telling in Gent. Bovendien zijn alleen de mensen zonder papieren die bekend zijn bij de sociale diensten en hulporganisaties meegeteld. Vergelijken met andere regio’s of landen is moeilijk, omdat de tellingen daar nog niet of anders gemaakt worden.
De grootste groep dak- en thuislozen verblijft tijdelijk bij vrienden en familie bij gebrek aan eigen huisvesting. Zij vormen ruim een derde van de groep dak- en thuislozen. ‘Het gaat om een kwetsbare groep’, zegt Hermans. ‘Het zijn vaak mensen met een beperkt sociaal netwerk die bij het kleinste conflict met hun huisgenoten op straat kunnen belanden.’
‘De ambitie moet zijn om in Vlaanderen tegen 2030 geen dak- of thuislozen meer te hebben’, zegt Dalle. ‘Daarvoor is extra woonruimte nodig, maar ook een intensieve begeleiding van sommige daklozen.’ Hij verwijst daarbij naar de verdere financiering van het ‘housing first’-project, waarbij de meest kwetsbare daklozen beide krijgen. ‘Maar het daklozenprobleem blijft in de eerste plaats toch een woonproblematiek’, zegt Hermans.
Dalle erkent dat de bouw van sociale woningen in Vlaanderen achterloopt door de opgelegde fusiegolf van sociale verhuurmaatschappijen. ‘In een goed jaar komen er normaal gezien 2.500 sociale woningen bij. In deze bestuursperiode is dat aantal nooit gehaald. Collega Diependaele (minister van Wonen, N-VA, red.) beweert dat de sociale woningbouw opnieuw op toerental zal komen na de fusiegolf. Ook ik geloof dat grootschaligere huisvestingsmaatschappijen meer gedaan zullen krijgen. Het zou toch mogelijk moeten zijn om jaarlijks 3.000 sociale woningen te bouwen, zodat er in de volgende bestuursperiode 15.000 bijkomen.’
Maar met 176.000 mensen op de wachtlijst voor een sociale woning blijft dat een druppel op een hete plaat. Dalle vindt dan ook dat de overheid de projectontwikkelaars dwingender moet kunnen sturen om bij elk groot vastgoedproject een deel van hun project te bestemmen voor sociale woningen. Een regeling die dat toeliet, werd in 2013 door het Grondwettelijk Hof vernietigd.
Wat hem ook stoort, is de leegstand in grote steden, zoals Brussel. ‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat er in Brussel tussen de 17.000 en 27.000 woningen en ruim 1 miljoen vierkante meter kantoorruimte leegstaan’, zegt hij. ‘Dat is toch hemeltergend? Politiek wordt daar echt te weinig mee gedaan. We moeten ons durven af te vragen of de leegstandheffing hoog genoeg is. En wat ik een heel interessant instrument vind, is het sociaal beheersrecht, waarbij een lokaal bestuur een pand tijdelijk in sociaal beheer kan nemen als de eigenaar er niets mee doet. Dat wordt nog te weinig ingezet.’