Hoe zeg ik dat ik niet drink?
Foto:  Arevik d’Or

In deze helpdesk behandelen we elke dag een vraag bij de eindejaarsfeesten. Vandaag: Hoe sla je een glas schuimwijn af zonder angst om een pretbederver te zijn? Drie redacteurs dachten erover na en geven hun antwoord.

De twintiger

‘Ik drink zelf graag met vrienden en heb nog nooit een glas (of twee) geweigerd. Maar wie nu nog mensen shamet omdat ze niet drinken, is in zijn studententijd blijven hangen. Niemand hoeft zich te verantwoorden voor het feit dat hij niet drinkt. Mocht je toch bang zijn voor vreemde blikken – stel dat je een (jonge) vrouw bent en niet wil dat mensen denken dat je zwanger bent, ik zeg maar iets – dan zijn er zoveel goede redenen die je kunt geven. Ik wil morgen fris zijn, punt. Of simpeler: ik ben bob vanavond.’

‘Terwijl er bij de generatie van mijn ouders nog mensen zitten die alle sluipwegen kennen om aan de controle te ontsnappen, heb ik de indruk dat het bob-concept in mijn generatie toch goed ingeburgerd is. Je zal sneller geshamed worden omdat je tipsy in je auto stapt dan omdat je niet drinkt.’

‘Een goede gastheer moet ook alcoholvrije aperitieven hebben, vind ik. Er zijn zoveel lekkere niet-alcoholische alternatieven op de markt dat het juist leuk wordt om iets uit te kiezen dat niet gewoon de standaard prosecco/cava/crémant/… is. Maar als je verwacht dat je daar als enige zonder glas bubbels, met alleen een triestig glaasje fruitsap of godbetert Kidibul zal staan, pak dan zeker zelf iets mee en verras je gastheer en gezelschap met een speciaal drankje. Wie weet willen ze het allemaal ook eens proberen en denkt niemand nog aan dat geweigerde glaasje alcoholische bubbels.’ (Shari Dedier, 26)

De veertiger

‘“Je moet nu toch ook niet overdrijven! Allez, drink eentje mee, voor de gezelligheid.” Het is exact wat je niet wil horen als je besloten hebt om geen alcohol te drinken. Het is ook een brutale reactie, een beetje als een afgewezen geliefde die “Hoezo, geen zin?” zegt en intussen je broek open knoopt. Maar goed, het zijn de feestdagen, een ideale gelegenheid om lompe reacties met mededogen te bekijken. Dus neem het niet persoonlijk, je bent niet ongezellig. Die “Hoezo, geen alcohol?” is de worsteling van de mokkende gastmens zelf. Zeker voor wie graag drinkt, is zo’n drankweigeraar een confrontatie met de eigen hang naar drank.’

‘Het helpt als je op voorhand zegt dat je geen alcohol drinkt, zeker als je gaat feesten bij mensen die hun dranken met zorg uitkiezen. Dan vermijd je dat je hen teleurstelt op het moment dat ze een exquise fles bourgogne opentrekken, en je geeft hen de kans om met evenveel liefde over een niet-alcoholisch alternatief voor jou na te denken.’

‘Nog handiger is het als je de situatie zo kan manoeuvreren dat je zelf de uitnodigende partij bent. Je schenkt jezelf in wat je wil, zonder dat iemand je op de vingers kijkt. Zeker als je eenzelfde glas gebruikt de alcoholdrinkers, is er een reële kans dat niemand merkt dat je geen alcohol drinkt. Santé!’ (Eva Berghmans, 47)

De vijftiger

‘Drie jaar geleden stopte ik met alcohol. Vorig jaar startte ik weer met alcohol. Dat laatste zachtjesaan, met behoedzame stapjes, niet meer die dagelijkse fles wijn en eventueel nog een gespierd bier als compagnon de nuit.’

‘Ik had die drooglegging (geen kledingstuk) nodig om mezelf te overtuigen dat ik niet langer een automatische drinker was. Dat heeft gewerkt. Ik heb mezelf bevrijd van de ketenen. Heden drink ik met mate. Ik heb het onder controle, al denk ik nu spontaan aan Peter Sellers in Dr. Strangelove, met die onbedwingbare arm.’

‘Ik zeg nog altijd dat ik gestopt ben met drinken, om dan zonder verpinken een glaasje wijn te vragen. Ik houd het meestal op één consumptie. Erg lekker, zeg. Het heeft vele voordelen. Je kunt nog altijd beweren dat je gestopt bent met drinken. Je kunt mee walsen en ruiken en eventueel je proefnotities vergelijken. En daarna kun je zonder gêne of schuldgevoel aan mensen vragen of ze ook “iets fris” in huis hebben. Velen doen echt moeite, met kombucha’s, crodino’s en dry gins. Dat is het fijne. Gastvrouwen en -heren hebben tegenwoordig altijd wel iets fris in huis, als ze het al niet zelf zijn. Zo is het altijd lente voor deelonthouders.’ (Hans Cottyn, 50)

Zit u zelf ook met een vraag?

Mail ze naar decemberdesk@standaard.be, en we gaan op zoek naar het antwoord. Ook als u gouden advies hebt dat u graag met andere lezers deelt, kunnen we dat doorgeven in deze rubriek.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in