Wachttijd aidspreventiepil loopt op tot vier maanden
Hiv-referentiecentra kampen met achterstand.  Foto:  NYT

Honderden mensen staan op de wachtlijst voor de prep-pil, een medicijn dat beschermt tegen hiv-infectie. De vertraging is een gevolg van de corona- en apenpokkenepidemieën, die tot een uitputtingsslag onder infectiologen hebben geleid.

Bij het Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) in Antwerpen bedraagt de wachttijd voor een intakegesprek inmiddels vier maanden. ‘Het werk groeit ons boven het hoofd’, zucht hiv-specialist Ludwig Apers. ‘Dat frustreert ons, we zitten verveeld met de situatie. Recent zijn gelukkig enkele jonge collega’s in dienst gekomen, maar hen inwerken vraagt tijd.’ Bij het ITG, het grootste hiv-referentiecentrum van Vlaanderen, worden jaarlijks 1.200 mensen opgevolgd die preventief virusremmers krijgen, en daar komen elk jaar vierhonderd nieuwe aanvragers bij, waarvan moet bekeken worden of zij in aanmerking komen voor de medicatie.’

Sinds 2017 kunnen mensen die een hoog risico lopen op een hiv-besmetting een medicijn krijgen dat hen beschermt tegen infectie. Het gaat voor het overgrote deel om mannen die seks hebben met een wisselend aantal mannen. Het medicijn, kortweg prep genoemd, bestaat uit een combinatie van twee virusremmers. Mits het dagelijks wordt ingenomen, beschermt het voor bijna 100 procent tegen hiv-infectie, ook wanneer er geen condoom wordt gebruikt bij seksueel contact met seropositieve partners.

De medicatie mag alleen worden voorgeschreven na het fiat van een specialist-infectioloog die is verbonden aan een hiv-referentiecentrum, waarvan er in ons land slechts een tiental zijn. Elke drie maanden moeten gebruikers terugkomen voor controle, onder meer op soa’s, want de prep-pil beschermt alleen tegen hiv en niet tegen andere seksueel overdraagbare infectieziektes als syfilis, gonorroe of chlamydia. ‘Het condoomgebruik onder prep-gebruikers daalt’, zegt Apers, ‘dat vertaalt zich in meer soa’s. Ook dat verhoogt de werkdruk voor artsen.’

Hoge werkdruk

Ook andere hiv-referentiecentra kampen met achterstand. In het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis kan de wachttijd voor een intakegesprek oplopen tot twee maanden, zegt perswoordvoerster Nathalie Schaar. Ook het UZ Leuven voelt de druk toenemen, zegt woordvoerster Ann Lemaître, al bedraagt de wachttijd er slechts enkele weken, eerder dan enkele maanden, omdat prep-kandidaten worden gezien op een algemene raadpleging, en niet op een gespecialiseerde prep-raadpleging zoals in de andere centra. ‘Maar deze raadpleging is vaak overboekt, onder meer door de grote vraag naar prep-medicatie. Dat levert langere wachttijden op voor wie om een andere reden op consultatie wil komen.’

Ook het UZ Brussel voelt de druk, zegt diensthoofd Interne Geneeskunde Sabine Allard, maar niet in die mate dat de wachttijden fors oplopen. ‘We redden het nog, mensen kunnen binnen de veertien dagen op consultatie komen. Dat is een normale wachttijd.‘

Oorzaak van de opgelopen wachttijden is de corona-epidemie. ‘De coronazorg kwam voor een deel terecht op de schouders van infectiologen die al met de hiv-zorg bij hiv-referentiecentra waren belast’, zegt Linos Vandekerckhove, hoofd van het hiv-referentiecentrum van het Gentse universitaire ziekenhuis. ‘Net toen het op dat vlak weer wat rustiger werd, kwamen de apenpokken, met aansluitend de apenpokkenvaccinatie. Anders dan de coronavaccinatie, die door de overheid werd opgezet, kwam die voor rekening van de infectiologen in referentiecentra. Door de aanhoudende werkdruk zijn meerdere collega’s uitgevallen met een burn-out.’

Door de lange wachttijd dreigen ‘wachtlijstinfecties’, zegt Vandekerckhove: mensen die al hiv blijken te hebben wanneer ze eindelijk aan de beurt zijn voor een intakegesprek. ‘Soms hebben mannen wanneer ze voor het eerst op consultatie komen al een of meer hoogrisicocontacten gehad. De wachttijd zou niet meer dan een paar weken mogen bedragen. Je wilt mensen geen maanden aan hun lot overlaten, of voor de keuze stellen: ofwel veilige seks, ofwel géén seks.’

Zorgtaak overdragen

In het hiv-referentiecentrum van het UZ Gent is er momenteel geen wachtlijst. Dat is te danken aan de samenwerking die het ziekenhuis heeft opgezet met huisartsen in de regio, zegt Vandekerckhove. Zij nemen de ziekenhuizen een deel van de opvolging uit handen, zodat infectiologen meer tijd overhouden om nieuwe aanvragen te behandelen. Ook in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis lopen gesprekken over de mogelijkheid om de zorg over meer zorgverleners te verdelen, zegt woordvoerster Schaar. ‘Zoals bijvoorbeeld de huisartsen.’

Apers, van het ITG, ziet eveneens brood in zo’n samenwerking, met infectiologen in perifere ziekenhuizen of met huisartsen. ‘We moeten het gesprek aangaan, ook met de overheid en het Riziv, want volgens de huidige regelgeving mogen alleen infectiologen in een referentiecentrum prep-medicatie opstarten, anders volgt er geen terugbetaling.’

Aan de andere kant, zegt Apers, mogen zorgvragers ook niet het slachtoffer worden van zo’n decentralisatie, en moet bij een overdracht van zorgtaken in een opleiding van de collega’s worden voorzien. ‘We hebben te maken met een bijzondere populatie. Het gaat niet over de gemiddelde homoman met een vaste relatie, maar over mannen met veelvuldige, sterk wisselende contacten, van wie een deel ook drugs gebruikt bij de seks. Dat vraagt gespecialiseerde sociaalpsychologische zorg. Daar heeft niet elke huisarts ervaring mee.’

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in