Terreurslachtoffers zijn afgemat door kluwen aan steunmaatregelen
Jaana Mettala was zes maanden zwanger toen ze zwaargewond raakte in Maalbeek.  Foto:  belga

De Belgische staat schiet tekort in de bijstand aan de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016. Dat is een dag na de start van het assisenproces opnieuw de boodschap van slachtoffervereniging Life4Brussels. Door de warrige procedures lopen ze steun­maatregelen mis.

‘Telkens wanneer je een brief krijgt of opgebeld wordt, herbeleef je de feiten. Je ziet de beelden weer voor je.’ En dus schoof de 51-jarige Frederic zijn dossier gedurende vijf jaar voor zich uit. Hij kon zich er niet toebrengen om de brieven van het parket of van de verzekerings­maatschappijen open te doen. Gezien het trauma is dat begrijpbaar, maar slim is het niet. Want daardoor liep hij het ‘statuut van nationale solidariteit’ mis. Dat werd in 2017 ingevoerd en regelt een levenslang herstelpensioen en dito terugbetaling van medische zorgen voor de slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016.

Op die noodlottige dag zat Frederic in de derde wagon van het metrostel in Maalbeek toen de tweede wagon ontplofte. Hij kwam ervan af met lichte verwondingen en wilde in eerste instantie anderen te hulp schieten. Maar wat hij toen gezien heeft, staat op zijn netvlies gebrand. Nadien wilde hij de gebeurtenissen liefst zo snel mogelijk achter zich laten. ‘Het leven ging door. Ik schoof het terzijde.’

Eerst genezen

Frederic wil niet met zijn volledige naam in de krant en komt liever niet met zijn gezicht in beeld, maar op de persconferentie van slachtoffervereniging Life4Brussels wil hij wel zijn verhaal kwijt. ‘Slachtoffers moeten eerst kunnen genezen. Dat kost tijd’, vertelt hij.

Maar daar houdt het kluwen van verzekeringen en bijstandsrechten geen rekening mee. De deadline voor verschillende steunmaatregelen verstrijkt na drie jaar en dat is onaanvaardbaar, vindt Life4Brussels. Het collectief van veertien advocaten vertegenwoordigt 509 slachtoffers van de aanslagen, van wie er zich 295 burgerlijke partij hebben gesteld op het assisenproces. De vereniging verleent juridische bijstand en bieden activiteiten aan voor lotgenoten. De slachtoffers en hun naasten waarderen die ‘menselijke aanpak’.

Net dat ontbreekt bij de slachtofferbegeleiding die België aanbiedt, vindt Frederic. Dat is ook de boodschap die de vereniging een dag na de start van het proces naar buiten wil brengen. ‘Ze zijn verzwakt door de procedures, waardoor ze hun vertrouwen verliezen’, klinkt het. ‘Veel mensen wisten niet dat ze beroep konden doen op de verzekering of denken dat een burgerlijke partijstelling voldoende is om geholpen te worden. Anderen weten niet dat een arbeidsongevallenverzekering niet de enige verzekering is waarop ze beroep kunnen doen’, legt Jamila Adda uit, voorzitster van Life4Brussels. Als mensen, zoals Frederic, later bij hen komen aankloppen, horen ze dat de termijnen voor de aanvragen verstreken zijn.

Ongeboren slachtoffer

Anderen zijn dan weer verwikkeld in procedureslagen, zoals de Zweedse Jaana Mettala, eveneens een slachtoffer van Maalbeek. Zij was zeseneenhalve maand zwanger toen ze in Maalbeek zwaargewond raakte. De vrouw zat de rest van haar zwangerschap uit in het UZ Leuven en verbleef er in totaal vier maanden. Ze vindt dat haar dochter, die uiteindelijk gezond ter wereld kwam, ook erkenning verdient als slachtoffer. ‘Binnen in mij was ze al een persoon. We waren daar met twee’, zegt ze over het moment van de ontploffing. Op het proces, waar ze plaats zal nemen op de getuigenbank, wil ze haar kind als burgerlijke partij stellen. Zowel Frederic als zij zegt het assisenproces te zullen volgen als onderdeel van hun herstel.

Mettala beaamt dat er geen beginnen was aan het chaotische kluwen van procedures. ‘Mijn ziekenhuisopname werd gedekt door mijn werkgever, maar verder had ik geen idee van de procedures of in welke volgorde ik ze moest afwerken.’ Volgens haar houdt de Belgische overheid te weinig rekening met de diversiteit onder de slachtoffers. ‘Er zijn verschillen in nationaliteit, leeftijd, taal en opleidingsniveau. Daardoor hebben ze niet allemaal dezelfde toegang gehad tot bijstand.’

Frederic vermoedt dat de zaken voor hem anders waren gelopen, ‘als er bijvoorbeeld een dienst was geweest die proactief naar de slachtoffers toe stapte en die ons bij de hand nam’.