Moeders voor Moeders krijgt gelijk in zaak rond hoofddoekenverbod
Foto: isopix

Het hof van beroep in Antwerpen heeft het gelijkekansencentrum Unia teruggefloten in zijn rechtszaak tegen de Antwerpse vzw Moeders voor Moeders. Unia was niet bevoegd om tegen de vzw op te treden, aldus het arrest. Unia zal het arrest verder bestuderen en nagaan of ze naar het Hof van Cassatie stapt.

Hoewel vrouwen hun hoofddoek moesten afdoen in gemeenschappelijke ruimtes, is er geen sprake van discriminatie bij de Antwerpse hulporganisatie Moeders voor Moeders. Dat heeft het hof van beroep maandag beslist. Volgens het arrest, dat De Standaard kon inkijken, gaat het niet om discriminatie omdat Moeders voor Moeders een privéorganisatie is, die niet voor iedereen toegankelijk is. ‘Het hof kan alleen maar besluiten dat de hulpverlening niet toegankelijk is voor het publiek zoals de antidiscriminatiewet voorschrijft’, stelt het arrest. Gelijkekansencentrum Unia zou ook onvoldoende bewijs geleverd hebben om aan te tonen dat de onthaalruimte van de vzw voor het publiek toegankelijk is.

Daarnaast stelt het arrest dat Unia niet bevoegd is om tegen de vzw op te treden. ‘De door Moeders voor Moeders uitgeoefende sociale activiteiten vallen bijgevolg niet onder het toepassingsgebied van de antidiscriminatiewet en het gelijkekansendecreet, zodat Unia niet bevoegd was om in rechte tegen de vzw op te treden op grond van voormelde wettelijke of decretale bepalingen.’

Unia vreest dat deze enge toepassing van de antidiscriminatiewetgeving een vrijgeleide kan worden om kwetsbare groepen uit te sluiten van verschillende vormen van dienstverlening. Dat schrijft het centrum in een persbericht. Els Keytsman, directeur Unia: ‘De poort wordt wagenwijd opengezet om willekeurig minderheidsgroepen uit te sluiten. Hier gaat het om vrouwen die zich in een kwetsbare positie bevinden en die omwille van hun islamitische hoofddoek uitgesloten worden van hulpverlening.’

Unia zal het arrest verder bestuderen en nagaan of ze naar het Hof van Cassatie stapt.

‘De advocaten van Moeders voor Moeders verduidelijken nog aan De Standaard dat de vzw, in haar ontmoetingsruimte, niet enkel hoofddoeken, maar alle zichtbare levensbeschouwelijke en politieke symbolen verbiedt. Op die manier kunnen de moeders in die gemeenschappelijke ruimte elkaar in een neutrale omgeving en op een veilige manier ontmoeten.’.

Vorig jaar werd de hulporganisatie Moeders voor Moeders veroordeeld voor inbreuken op de discriminatiewetgeving. Unia vond de interne regel discriminerend die stelt dat moeders die een hoofddoek dragen, geen toegang krijgen tot de volledige hulpverlening in en rondom de dagzaal.

De rechtbank gaf Unia in eerste aanleg gelijk en oordeelde dat de regel discriminerend was. Maar het hof van beroep volgt de rechter in eerste aanleg dus niet.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in