Hoe overleven de thermostaattreuzelaars de eerste koude?
Leo Declercq.  Foto: Sebastian Steveniers 

De dagen worden korter, de nazomer ligt achter ons, de temperaturen gaan stilaan omlaag. Onder invloed van de stijgende energieprijzen zijn er huishoudens die maanden geleden besloten hadden de verwarming zo min mogelijk op te zetten. Maar hoe houdbaar is dat vandaag nog? Drie getuigenissen van overtuigde thermostaattreuzelaars.

‘Om de zoveel weken gunnen we onszelf nog wel eens een warme douche’

Rogier Claes (32) – Tienen, orthopedisch technoloog

De familie Claes is verwikkeld in een kleine competitie. Wie slaagt erin zo energiezuinig mogelijk te zijn? Zoon Rogier Claes maakt alvast indruk. De thermostaat staat af, de boiler is uitgetrokken. Die verbruikte meer dan een moderne woning. Warm douchen zit er niet meer in voor hem. En voor zijn vrouw.

‘Het vergde wel wat moeite om haar daarvan te overtuigen’, aldus de orthopedisch technoloog, lachend. ‘Maar nu is ze mee in het verhaal. Om de zoveel weken gunnen we onszelf nog wel eens een warme douche. Om ons zoontje van bijna anderhalf jaar te wassen, hebben we een porseleinen teil gekocht. ’s Ochtends warmen we water op met de waterkoker om zo zijn billen te wassen. Zoals de bomma dat vroeger ook moet gedaan hebben.’

Hoe overleven de thermostaattreuzelaars de eerste koude?
Rogier Claes.  Foto: Bart Dewaele

Zijn zus en zijn vader hebben een zonneboiler, zij hebben de kans om zich toch nog enigszins op temperatuur te douchen.

’s Ochtends is het koud in de woonkamer van Claes, vijftien graden, schat hij. Maar daar staat nog wel een pelletkachel om snel op te warmen. In de rest van het huis, dat dateert uit de jaren negentig, niet. Er liggen nu wel verbouwingsplannen op tafel. Samen met zijn zus heeft hij al een warmtepompboiler gekocht, al is het nog wachten op de levering.

‘We waren al bezig met na te denken over hoe we meer zelfvoorzienend kunnen worden, maar de energiecrisis heeft dat enorm versneld’, vertelt Claes. ‘Wat vroeger alleen ecologisch steek hield, daar zijn nu ook goede economische argumenten voor te vinden.’

Die gedachte trekken ze ook door in het familiebedrijf, Steunzoolpunt, waar ook zijn vader en zijn zus actief zijn. De gaskraan is dichtgedraaid. Industriële machines gaan bijvoorbeeld pas aan als de batterijen van de zonnepanelen opgeladen zijn. Alle activiteiten zijn recent gecentraliseerd in een goed geïsoleerd energiezuinig gebouw dat nog maar een viertal jaar oud is, er wordt elektrisch gereden.

‘Mijn zus, mijn vader en ik zijn daar fel mee bezig. We steken elkaar daarin aan.’

Wie dan de familiale prijskamp energiezuinigheid aan het winnen is? Claes lacht: ‘Het is vooral een kwestie van te zien wie het langst zal volhouden.’

‘We zijn echt wel bestand tegen lagere temperaturen’

Leo De Clercq (69) – Deurne, leerkracht Nederlands

Hoe overleven de thermostaattreuzelaars de eerste koude?
Leo Declercq.  Foto: Sebastian Steveniers

De temperatuur in zijn woonkamer schommelt tussen de zestien en zeventien graden. ‘Dat voelt nog comfortabel’, zegt Leo De Clercq, een leerkracht Nederlands uit Deurne. ‘Maar minder dan zestien graden moet het toch niet worden. Ik moet nog kunnen genieten van het leven.’

Met een vast energiecontract dat volgend jaar afloopt, voelt hij voorlopig de financiële druk niet om de verwarming zo lang mogelijk uit te laten. Toch probeert hij zijn verbruik zo veel mogelijk te beperken. Temeer omdat hij dat zo van thuis meegekregen heeft.

‘Als kind sliep ik op de mansarde, onder een pannendak. De dakramen waren aan vervanging toe. Veel meer dan tien graden kon het er niet geweest zijn. Maar ik leef toch nog? En ik ben zelden ziek. We zijn echt wel bestand tegen lagere temperaturen.’

Vrekkig is hij niet, benadrukt De Clercq. Als er bezoek komt, gaat de verwarming aan. Als het te kil en vochtig wordt, gaat de verwarming aan. ‘En verder zijn er heel veel manieren om vooral geen kou te lijden.’

De Clercq prijst bijvoorbeeld de combinatie van een warmwaterkruik en pantoffels aan. Hij leerde van zijn grootmoeder dat wanneer de voeten en de rug voldoende opgewarmd zijn, de rest van het lichaam volgt. En niets aangenamer – voor lichaam en geest – dan een knusse plaid met mouwen en een kap om een boek te lezen of tv te kijken.

Nog een tip: veel bewegen in de buitenlucht. Wie zich met zijn warme auto verplaatst van zijn warme huis naar zijn warme kantoor, zal het veel sneller kou hebben als de temperatuur dan toch enkele graden omlaag gaat. Tien tot vijftien kilometer fietst De Clercq naar zijn werk en terug. Verder doet hij alles te voet. ‘Mijn motor draait goed.’

Hij hoopt die levensstijl nog lang te kunnen aanhouden. ‘We moeten afstappen van het idee dat het altijd en overal 24 graden moet zijn.’

‘Een elektrisch dekentje is zeer aangenaam’

Elisabeth Bonne (43) – Waasmunster, beleidsmedewerker Duurzame Ontwikkeling en Toerisme (Vlaamse overheid)

Hoe overleven de thermostaattreuzelaars de eerste koude?
Elisabeth Bonne.  Foto: Fred Debrock

Het is een beetje aan de frisse kant in de woonkamer van Elisabeth Bonne, merkt de 43-jarige beleidsmedewerker van de Vlaamse overheid zelf op aan de telefoon. Maar onaangenaam is het niet. De zon komt volop door het glas naar binnen.

In de ochtend gaat de verwarming aan. Drie kwartier voor school, zodat de kinderen van Bonne van zes en zeven jaar oud geen te groot contrast ervaren met hun warme bedden. Als het echt te koud is, draait ze de knop van de thermostaat ook omhoog. Vooral ’s avonds is dat, al is het soms maar voor een halfuurtje.

Maar verder probeert ze het opzetten van de verwarming zo lang mogelijk te rekken. Haar kinderen klagen er niet over. Integendeel zelfs, ze lijken het amper te beseffen.

Overdag werken Bonne en haar echtgenoot vaak thuis. Om aan de verleiding van de centrale verwarming te weerstaan, blijkt er een heel arsenaal aan middelen te zijn: een extra trui, een sjaal, een tas thee, een kom soep. Tussendoor even wandelen of fietsen helpt ook. Bonne: ‘Als je een job hebt waarbij je veel moet stilzitten, krijg je het snel kou.’

‘Door de stijgende prijzen zijn we hier bewust mee bezig. Maar dat is niet de enige reden. We willen ook onze impact op het milieu beperken. Vroeger zag ik rokende schoorstenen als een teken van gezelligheid. Maar ondertussen sta ik veel vaker stil bij de schadelijke consequenties.’

Een energetische verbouwing van het eigen huis staat op de planning. ‘Duur maar noodzakelijk’, vat Bonne samen. Want nu verdwijnt de warmte via de muren.

De slaapkamers worden niet verwarmd. Dat maakt haar niet uit, zeker niet sinds ze een elektrisch dekentje heeft. Een uurtje voor het slapengaan laat ze zo het bed opwarmen. ‘Dat is zeer aangenaam, het voelt als een hamam aan.’

Haar betoog is allesbehalve negatief. ‘In hoeverre zijn mensen zich ervan bewust dat een betere wereld bij jezelf begint? Het heeft geen zin om altijd de schuld op de regering te steken. Door zelf de centrale verwarming niet op te zetten of minder met de auto te rijden, kan je als huishouden ook iets doen om je eigen verantwoordelijkheid te nemen. Zowel voor je financiën als voor het klimaat.’

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in