ANALYSE BEGROTINGSTEKORT

SOS begroting: in bijna geen enkel EU-land is de put zo diep. Hoe kan dat?

6 oktober 2022

Zodra de blaren vallen, duiken de verschillende regeringen in ons land de nacht in. Niet om te feesten, maar om de begroting van het jaar nadien op te maken. Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) sprak op donderdag 29 september – te laat – zijn septemberverklaring al uit. Dinsdag 11 oktober is het de beurt aan premier Alexander De Croo (Open VLD) om zijn State of the Union te brengen. Maar daarvoor wacht hem nog een hoop werk.

Fred Debrock

 

Een weinig opbeurende oefening, want de cijfers kleuren bijna altijd rood, dieprood. Meestal wordt een poging ondernomen om opnieuw iets meer op te schuiven naar de zwarte cijfers. Maar dat blijft sisyfusarbeid. Alle regeringen in ons land maken hun eigen begroting, maar de Europese Commissie – die de begrotingen beoordeelt – trekt zich van die interne verdeling niets aan en kijkt alleen naar de begroting van België in zijn totaliteit.

Volgens de recentste prognoses van het Planbureau duikt de begroting van alle overheden samen volgend jaar 31,5 miljard euro in het rood. De federale overheid alleen al kijkt aan tegen een tekort van 23 miljard euro. Waar gaat al dat geld naartoe, terwijl we in België toch flink belastingen betalen? Om dat onder de loep te nemen zijn we aangewezen op de cijfers van coronajaar 2020, het laatste jaar waarvoor de Nationale Bank voor alle overheden samen de uitgaven netjes heeft verdeeld per categorie.

 

1. Waar komt dat tekort vandaan?

De Belgische overheden rekenen op drie belangrijke inkomstenbronnen. De directe belastingen, met onder andere de vennootschapsbelasting en personenbelasting, vormen de hoofdmoot. Die worden federaal geïnd, maar van de personenbelasting vloeit een belangrijk stuk naar de regio’s. Daarnaast innen die regio’s ook eigen belastingen, zoals de registratierechten bij de aankoop van een huis of de erfbelasting bij een overlijden.

De tweede belangrijkste inkomstenbron bestaat uit de indirecte belastingen. Dat zijn voornamelijk de btw en accijnzen die u betaalt op wat u aankoopt of op diensten die u geleverd krijgt. En als derde zijn er de sociale bijdragen die werknemers en werkgevers op het loon betalen.

Om een idee te geven. In het jaar 2020 konden de Belgische overheden rekenen op een bedrag van 229 miljard euro aan inkomsten. In 2021 was dat 250 miljard euro. Dat geld blijkt telkens opnieuw onvoldoende om de uitgaven te dekken.
De Belgische overheden rekenen op drie belangrijke inkomstenbronnen. De directe belastingen, met onder andere de vennootschapsbelasting en personenbelasting, vormen de hoofdmoot. Die worden federaal geïnd, maar van de personenbelasting vloeit een belangrijk stuk naar de regio’s. Daarnaast innen die regio’s ook eigen belastingen, zoals de registratierechten bij de aankoop van een huis of de erfbelasting bij een overlijden.

De tweede belangrijkste inkomstenbron bestaat uit de indirecte belastingen. Dat zijn voornamelijk de btw en accijnzen die u betaalt op wat u aankoopt of op diensten die u geleverd krijgt. En als derde zijn er de sociale bijdragen die werknemers en werkgevers op het loon betalen.

Om een idee te geven. In het jaar 2020 konden de Belgische overheden rekenen op een bedrag van 229 miljard euro aan inkomsten. In 2021 was dat 250 miljard euro. Dat geld blijkt telkens opnieuw onvoldoende om de uitgaven te dekken.
Absolute koploper bij de uitgaven zijn de pensioenen. Een euro op de vijf gaat naar de pensioenen en prognoses tonen dat die kosten de komende jaren nog gaan toenemen. Vandaar al het jarenlange pleidooi om langer te werken om de vergrijzingskost op te vangen. Gezondheidszorg is de op een na grootste uitgavenpost. Dat cijfer is voor coronajaar 2020 wel een beetje vertekend, maar het is en blijft een erg belangrijke kostenpost. En de top drie wordt volgemaakt door onderwijs. Meer dan een euro op de tien gaat naar onderwijs.
In het jaar 2020 gaven al onze overheden samen 270,4 miljard euro uit. In 2021 was dat 277,9 miljard euro. Het tekort in 2020 bedroeg dan ook 41 miljard euro. Vorig jaar was dat 27,9 miljard euro. Zonder forse ingrepen belandt het tekort volgend jaar op 31,5 miljard euro. En zonder verdere ingrepen blijft het tekort tot 2027 boven de dertig miljard euro hangen.

2. Is dat tekort nieuw?

‘Budgettaire tekorten verdwijnen zoals ze zijn ontstaan: vanzelf,’ orakelde Begrotingsminister Guy Mathot (PS) in 1981 op een congres van zijn partij. Met een tekort van meer dan 16 procent van het bbp zat de begroting toen op een absoluut dieptepunt. Zijn woorden zijn helaas niet profetisch gebleken, want de Belgische begroting is altijd op de sukkel geweest.
De regeringen-Dehaene saneren fors, een voorwaarde om België in 1999 in de eurozone te krijgen. De daaropvolgende regeringen-Verhofstadt slagen er zelfs in – weliswaar met de nodige boekhoudkundige creativiteit – om de nul te halen. Maar iedereen kijkt naar die voorspoedige periode als een periode van gemiste kansen om meer te doen. Vanaf 2007, met de bankencrisis gevolgd door de schuldencrisis, duikt de begroting opnieuw de dieperik in. Na een kleine opflakkering tijdens de regering-Michel, zorgen corona en nu de Oekraïnecrisis opnieuw voor donkerrode cijfers.

3. Is België de zieke man van Europa?

Als je kijkt naar de combinatie van het tekort en de overheidsschuld, bevindt België zich tussen mediterrane landen als Italië, Griekenland en Spanje. Dat zijn verre van toonbeelden van begrotingsdiscipline. Die vergelijking van de Nationale Bank dateert van juli en de situatie is sindsdien wellicht nog verslechterd. Maar België bestempelen als het nieuwe Griekenland van Europa – zoals N-VA-voorzitter Bart De Wever een aantal weken geleden nog deed - is dan weer wat overdreven. Griekenland heeft een arme overheid en een arme private sector. België heeft een arme overheid, maar een rijke private sector. Als de nood heel hoog is, is er in België voldoende geld aanwezig.

4. Waarom wordt vooral naar de regering-De Croo gekeken om de begroting op orde te krijgen?

Omdat het grootste tekort bij die federale overheid zit. Toen het Monitoringcomité in juli de laatste keer de opdeling maakte, zat meer dan driekwart van het tekort bij de federale overheid. Dat komt grotendeels doordat de sociale zekerheid – met de belangrijkste exponentiële uitgavenposten pensioenen en gezondheidszorg – op het federaal niveau zit. Wallonië en Brussel kampen ook nog met relatief grote tekorten. Vlaanderen staat er het best voor. Het hoopt zelfs in 2026 of 2027 een begroting in evenwicht te hebben. Daarbij wordt wel geen rekening gehouden met de meer dan 1 miljard euro aan uitgaven voor de Oosterweelverbinding of het plan Vlaamse Veerkracht, wat Europa wel in aanmerking neemt.

5. Hoe kan België uit het begrotingsgat kruipen?

Als de rekening niet klopt, moet je minder uitgeven of zorgen dat er meer geld binnenkomt. Maar minder uitgeven, is heel moeilijk is ons land. Iedereen vraagt altijd meer geld, overal zijn noden. Elke hervorming stuit bovendien op een links-rechts-tegenstelling waardoor slechts in de marge dingen veranderen. De pensioenhervorming van de regering-De Croo werd door de partijvoorzitters van de regeringspartijen zelf bestempeld als onvoldoende.

Anderzijds is nog meer belastingen heffen ook een doodlopend pad. De belastingdruk is in ons land samen met Frankrijk en Denemarken bij de hoogste van Europa. Alle partijen – van links tot rechts - zijn het erover eens dat de belastingen op arbeid omlaag moeten. Dat realiseren, zonder een extra gat in de begroting te slaan, is al een huzarenstuk.

6. Is er dan echt geen oplossing?

Het verhogen van de werkzaamheidsgraad wordt door alle regeringen en politieke partijen gezien als de heilige graal. De ambitie is om die naar tachtig procent op te trekken. Mensen die werken, behoeven geen uitkering en creëren extra inkomsten via belastingen en sociale bijdragen. Alleen is de weg naar die tachtig procent nog veraf. Ook hier bengelt België onderaan in het Europese peloton. Alle specialisten zijn het er ook over eens dat de arbeidsdeal van de regering-De Croo niet zal volstaan om die ambitie te halen en dat ook de regio’s daarvoor nog een extra tand moeten bijsteken.