Werden beenderen van gesneuvelden bij Slag bij Waterloo verkocht aan suikerindustrie?
Werden menselijke beenderen gebruikt in de suikerindustrie?  Foto:  rr

Waarom werden er amper beenderen teruggevonden van de Slag bij Waterloo? Nieuw onderzoek meent dat de beenderen in de jaren 1830 werden opgegraven om suiker te zuiveren. Briefwisseling uit de gemeentearchieven staaft die theorie.

Het is een historisch mysterie: wat is er gebeurd met de duizenden gesneuvelde soldaten in de Slag bij Waterloo? Toen een team van archeologen eerder deze zomer een menselijk skelet had opgegraven in Mont-Saint-Jean, was dat nog groot nieuws. Tot dusver hadden wetenschappers amper beenderen teruggevonden van de veldslag. Dat leidde tot een lugubere verklaring die al jaren de ronde doet: de botten van gesneuvelden zouden zijn verscheept naar het Verenigd Koninkrijk, waar boeren het beendermeel gebruikten om hun akkers te bemesten.

Nieuw archeologisch onderzoek van een Engelse, Duitse en Belgische wetenschapper komt met een andere verklaring. Tony Pollard, ‘slagveldarcheoloog’ aan de universiteit van Glasgow en projectleider van Waterloo Uncovered, doet zijn bevindingen samen met Rob Schaefer en Bernard Wilkin, de Duitser en de Belg, uit de doeken in de podcast Dan Snow’s History Hit. Hun hypothese is niet minder luguber.

De prijs van suiker

Volgens de onderzoekers is het goed mogelijk dat de beenderen vanaf 1834 massaal werden opgegraven om te verwerken tot beenderkool. Het gitzwarte poeder – in het frans ‘noir animal’ – wordt gebruikt om suiker te zuiveren en bestaat gewoonlijk uit verkoolde dierenbeenderen. Afgezien van ethische bezwaren kunnen ook menselijke botten dienstdoen.

De historische context leent zich alvast tot hun theorie. In de jaren 1820 vond een revolutie plaats in de suikerindustrie. Onder Napoleon had een handelsblokkade met Groot-Brittannië een einde gemaakt aan de import van suikerriet. Daardoor gingen producenten op het Europese vasteland op zoek naar manieren om suiker te halen uit lokale gewassen. Zo kwam de productie op basis van suikerbiet op gang.

Suikerfabrieken schoten in België en Noord-Frankrijk vanaf de jaren 1830 als paddenstoelen uit de grond. Beenderkool werd een soort ‘zwart goud’. ‘Van 1834 tot 1840 vervijftienvoudigde de prijs van dierenbeenderen’, vertelt Wilkin in de podcast. Miljoenen kilo’s dierenbeenderen werden vanuit ons land, vaak illegaal, verscheept naar Frankrijk.

Schone schijn

Bernard Wilkin, tewerkgesteld bij het Rijksarchief in Luik, vond in de archieven van lokale gemeentes steun voor hun theorie dat er daarom ook beenderen van gesneuvelden bij Waterloo werden opgegraven. ‘Die archieven zijn vaak genegeerd, omdat de meeste onderzoekers naar Franse en Engelse bronnen teruggrijpen’, legt Wilkin uit.

Maar in Eigenbrakel vond hij briefwisselingen terug van de lokale burgemeester die zich moeide met illegale opgravingen op de slagvelden. Hij droeg de politie op om in te grijpen en dekte zich bij de hogere machten in door op te sommen welke acties hij had ondernomen. De inwoners van Eigenbrakel kregen via posters de boodschap dat ze boetes en gevangenisstraffen riskeerden als ze hun schoppen in de grond zouden steken.

En toch vonden ze geen enkel bewijs dat er iemand vervolgd is geweest. Volgens Wilkin werden de opgravingen in de praktijk dan ook gedoogd door de burgemeester. De lokale boeren verdienden er namelijk een flink duit mee. Als democratisch verkozen burgemeester kon hij het niet riskeren dat ze zich tegen hem zouden keren. De burgemeester kwam dus vooral tussenbeide om de schijn hoog te houden.

Publiek geheim

De onderzoekers halen ook een getuigenis van een Duitse geoloog aan die boeren zag graven op het beroemde slagveld. Ze zouden hebben gezegd dat ze naar paardenbeenderen zochten, waarna er een grapte dat de keizerlijke garde gemakkelijk verward kan worden met paardenresten. Ook dat zou erop wijzen dat het een publiek geheim was dat menselijke resten massaal verhandeld werden.

Het team van wetenschappers zal zijn bevindingen de komende maanden bundelen voor wetenschappelijke publicaties. Dat er in het midden van de jaren 1830 gegraven werd naar menselijke beenderen bij Waterloo, lijkt zo goed als zeker. Verder onderzoek zal moeten uitwijzen of dat daadwerkelijk op zo’n schaal gebeurde dat er vandaag nog amper een bot begraven ligt.

Hebben de Britten hun akkers dan niet bemest met doden van Waterloo?

Tony Pollard en zijn onderzoeksgroep vertrokken vanuit de hypothese dat de graven zijn leeggehaald om botten te verschepen naar Groot-Brittannië. Daar zouden ze vermalen worden tot beendermeel. Die praktijk vond wel degelijk plaats, vond de Duitse Rob Schaefer, maar de handel vond vooral plaats aan de Duitse kusten en stopte rond 1822. Nieuwe wetgeving maakte er een einde aan. Een Brits krantenartikel dat de import van menselijke beenderen aankaartte, noemde de slagvelden van de napoleontische oorlogen als plunderplaatsen. Dat wordt echter door geen enkele getuigenis of bron gestaafd. De onderzoekers vermoeden dat de journalist de gekende slagvelden noemde om zijn verhaal aan te dikken. Het lijkt dus aannemelijker dat de beenderen pas een tiental jaar werden opgegraven voor de eigen suikerproductie

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig