Fred Hersch op Jazz Middelheim: meditaties met strijkkwartet
Fred Hersch: virtuoos pianospel.  Foto: Thomas Verfaille

Met een soms wat moeilijk concert dat hij afrondde met veel boeiende bisnummers trakteerde Fred Hersch een tweede dag op rij het publiek van Jazz Middelheim.

Zondagavond zag Jazz Middelheim Fred Hersch (****) al heel even aan het werk tijdens het eerbetoon aan Toots Thielemans. Maandagavond was de Amerikaanse toppianist dan zelf de headliner, met de uitvoering van zijn jongste cd Breath by breath. Daarop staat een suite in acht delen, uitgevoerd door een strijkkwartet. Op Middelheim nam het Antwerpse Desguin String Quartet die taak op zich, aangevuld met de Nederlandse bassist Clemens Van der Feen en de Duitse drummer Jonas Burgwinkel. Geen vaste muzikanten van Hersch dus, maar dat viel er niet aan te merken – het Desguin Quartet stond eerder al met Hersch op Leuven Jazz.

De suite is geïnspireerd door de meditatietechnieken waarmee Hersch aan de slag ging tijdens de lockdown. Die krijgen een muzikale vertaling die vaak aanleunt tegen modern klassiek – met vier strijkers erbij hoeft dat niet te verbazen. Vaak was de muziek ingetogen, slechts af en toe werd het allemaal iets speelser, in ‘Monkey mind’, bijvoorbeeld, waarin Hersch de vervelende kleine gedachten probeert te vatten die je tijdens het mediteren afleiden. Misschien was het wat zwaar op de hand, maar er was natuurlijk het virtuoze, lyrische pianospel van Hersch, zoals altijd om vingers en duimen bij af te likken.

Na de suite speelden de muzikanten enkele oudere composities van Hersch die hij voor strijkers heeft bewerkt, en eigenlijk bleven die langer aan de ribben plakken. Zoals ‘Pastorale’, waarin hij de invloed van Robert Schumann verwerkt. Het werd nog beter toen ook ‘Valentine’, misschien wel de allerbeste compositie van Hersch, zo’n bewerking kreeg. Eindigen deed Hersch zoals hij dat bij elk concert doet, met een ballade (‘This is always’) en een Monk-nummer (‘Pannonica’), waarin het strijkkwartet mooi was geïntegreerd.

Het publiek reageerde zo enthousiast dat Hersch terugkwam om helemaal in zijn eentje ‘And so it goes’ van Billy Joel te spelen. Toen hing er pas echt magie in de festivaltent. Hersch bleef maar terugkomen, met bassist en drummer erbij bracht hij een blues, die uitmondde in ‘Blue monk’, en met ‘Round midnight’ voegde hij er solo nog een Monk-stuk aan toe. En toen was het gedaan – dachten we. Maar uiteindelijk kwam hij toch nog eens terug, ook al was een deel van het publiek al vertrokken, voor nog een laatste ragtimegetint stukje solopiano. En zo werd de passage van Fred Hersch op Middelheim pas echt memorabel.

Fred Hersch op Jazz Middelheim: meditaties met strijkkwartet
Philip Catherine liet zijn gitaar zingen als vanouds.  Foto:  Thomas Verfaille

Oekraïens volkslied

Voor Hersch was het vooral genieten van fijnzinnig gitaarspel. Zoals bij Philip Catherine (****), bijvoorbeeld, die zijn gitaar liet zingen als vanouds, geassisteerd door pianist Nicola Andrioli en bassist Bart Denolf – in mooie nummers als het aan zijn vrouw opgedragen ‘To Martine’ en het zwierige ‘Seven teas’. Catherine had violist Alexandre Cavaliere mee, en speelde met hem eerst in duo ‘Clement’, een stuk voor zijn kleinzoon. Met die viool erbij kreeg de muziek onvermijdelijk een hoog Django-gehalte – Catherine heeft zijn fascinatie voor Django Reinhardt nooit weggestoken.

Catherine grasduinde in zijn immense muzikaal verleden, en diste ook ‘Broken wing’ op, dat hij vaak met Chet Baker heeft gespeeld. Ook Catherine werd teruggeroepen voor bisnummers en verraste aan het eind met een korte versie van het Oekraïense volkslied, wat hij kennelijk al sinds maart bij elk concert doet – ook jazzmuzikanten zijn geëngageerd.

Ook Kurt Rosenwinkel (****) maakte grote indruk met zijn gitaar. In het openingsnummer maakte de Amerikaan al meteen duidelijk waarom hij als de meest virtuoze jazzgitarist van zijn generatie geldt. Dat nummer heet ‘Simple #2’, maar wat Rosenwinkel uit zijn instrument haalde, was allerminst simpel. Die gitaar bleek ook goed te matchen in klassiekers van Charles Mingus (‘Self portrait in three colors’) en Joe Henderson (‘Punjab’). Even kleurde de muziek ook Braziliaans, met ‘Passarim’, een cover van Jobim. Een gitaar, een contrabas (Doug Weiss) en een drummer (Gregory Hutchinson): meer was er niet nodig voor een concert dat boeide van begin tot eind.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig