Zo eerde Jazz Middelheim Toots Thielemans
Gitarist Philip Catherine met harmonicaman Grégoire Maret. 

Jazz Middelheim eerde Toots Thielemans met twee concerten op een festivaldag die erg Belgisch kleurde, met Amerikaan Fred Hersch als verrassingsact.

Dat ’s lands bekendste jazzmuzikant ooit dit jaar honderd zou zijn geworden was al uitgebreid herdacht met een concert in Bozar op 29 april, zijn geboortedatum. Het kon niet anders of daar kwam een herhaling van op het festival waarvan Toots jarenlang peter was. Ook op Jazz Middelheim kreeg je dus eerst het Brussels Jazz Orchestra (BJO) en daarna het Nederlandse Metropole orkest, met telkens enkele gastsolisten.

Het programma was grotendeels hetzelfde. Zo konden we opnieuw vaststellen dat Grégoire Maret een virtuoze mondharmonicaspeler is, met een eigen klank, anders dan die van zijn grote voorbeeld; dat Tutu Puoane een uitstekende zangeres is en vooral bij de enigszins bombastische versie van ‘Smile’ grote indruk maakte; dat Huguette Tuytschaever, Toots’ weduwe, in de zaal zat en niet alleen een warm applaus maar ook een bos bloemen kreeg.

Vlucht gecanceld

Maar er waren ook verschilpunten. Zo was Kenny Werner er niet bij, omdat hij op het allerlaatste moment zijn vlucht geschrapt zag. Jammer, want Werner was vele jaren de vaste pianist van Toots. Maar het had wel een positief neveneffect. Want plots verscheen daar Fred Hersch op het podium. Hersch, een van de toppianisten van de internationale jazzscene, is vanavond headliner op de slotdag van het festival, maar wilde aan een eerbetoon voor Toots graag zijn steentje bijdragen, want ook hij heeft vele jaren met Toots gespeeld. Samen met gitarist Philip Catherine en Grégoire Maret bracht Hersch het Braziliaanse nummer ‘Black Orpheus’. Het werden de intiemste minuten van het hele concert, een leuke traktatie voor het festival.

Ook Braziliaan Ivan Lins kon er dit keer niet bij zijn. Hij liet zich vervangen door Pedro Sá Moraes, een landgenoot met een erg gelijkaardige warme stem, die in enkele nummers de voorliefde van Toots voor Braziliaanse muziek vorm gaf.

Er was meer tijd dan in Bozar, zodat sommige stukken wat langer werden uitgesponnen. ‘Dance for Victor’, de klassieker van Philip Catherine, begon met een fijn duet van de gitarist met Maret. En ‘Three views of a secret’, dat prachtige stuk dat Toots zo vaak heeft gespeeld met de legendarische Jaco Pastorius, kregen we zelfs twee keer opgedist – het arrangement van het BJO was net iets specialer dan dat van het Metropole Orkest.

Ook ‘Bluesette’, dé klassieker van Toots, hoorden we twee keer, als slotnummer van zowel het BJO als van het Metropole Orkest. En het Nederlandse orkest breide daar nog een bisnummer aan vast – ‘What a wonderful world’, van de door Toots zo bewonderde Louis Armstrong. Waarop de zoveelste staande ovatie volgde.

Zo eerde Jazz Middelheim Toots Thielemans
Het Metropole Orkest.  Foto:  Thomas Verfaille

Melodie en geluk

Het was het einde van een boeiende en lekker ouderwetse festivaldag, met stoeltjes in de tent, met veel ambiance en veel goede jazz. Vóór het dubbele ‘Toots Thielemans 100th anniversary official concert’ hadden nog andere Belgen indruk gemaakt. Jef Neve, bijvoorbeeld, die eindelijk de muziek van zijn jongste cd Mysterium op Middelheim kon brengen. De pianist speelde met zichtbaar plezier, geassisteerd door een prima band, zonder drummer, maar met de fenomenale en ritmisch erg sterke bassist Jasper Høiby was dat geen probleem. Dartel pianospel en sterke composities: zo kennen we Neve. Het nummer ‘Happiness in E major’ vatte het gevoel van muzikanten en publiek mooi samen.

Ook Bert Joris maakte indruk met melodieuze en vernuftig geconstrueerde jazz. Het was een beetje een familieconcert, want de trompettist speelde samen met zijn zoon Sam, intussen zelf een prima jazztrompettist. Eigenlijk was vader Bert de gastvedette van het octet van zoon Sam, vol muzikanten die ooit bij hem les volgden en sterk door hem geïnspireerd zijn. Het concert was een beetje een thuismatch, want Bert Joris groeide op in de buurt van Park Den Brandt, waar hij op Jazz Middelheim ooit grote voorbeelden zoals Freddie Hubbard, Clark Terry, Chet Baker en Woody Shaw aan het werk zag. Leuk hoe de band een nummer als ‘Nasty boy’ speelde, dat vader Bert ooit voor zoon Sam schreef, en ‘Walkin’ tiptoe’, dat werd geschreven voor bigband, maar door zoon Sam voor zijn octet werd gearrangeerd.

Het was Belgische jazz op zijn best. Het publiek dankte zowel Neve als Joris met een staande ovatie.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig