camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Recensie Museum

Een perfect ensemble voor een namiddag

Met La Galerie Dior eert het modehuis zijn eigen geschiedenis op de plek waar het allemaal begon: avenue Montaigne 30 in Parijs, de eerste winkel en het atelier van de couturier.

dinsdag 9 augustus 2022 om 3.25 uur

Christian Dior wist met zijn hypervrouwelijke silhouetten de knaldrang van de Parijse beau monde na de oorlog te vatten. Kristen Pelou

‘Hij woog een ton, die hoed’, lacht Maria Bazzini (61). Vanachter de toonbank toont ze een foto van de hoed uit de Dior-couturecollectie van 1997, gemaakt van telefoon­kabels. Haar vingers hebben het geweten, lacht de vrouw die als ­modiste meer dan dertig jaar hoeden voor de vrouwencollectie maakte. Modiste, benadrukt ze scherp, geen chapelier, die maakt mannenhoeden: ‘Veel minder ­interessant, als je het mij vraagt.’ We staan in de zesde zaal van de dertien themazalen tellende permanente expo aan de avenue ­Montaigne 30, waar Christian Dior (1905-1957) zijn eerste winkel opende in 1946. Tussen de vragen van de bezoekers door werkt ­Bazzini verder aan een baret. ­‘Volgende week zal hier iemand van de leder­waren zitten, een week later een van de modélistes, die de schetsen vertalen naar prototypes’, legt Bazzini uit.

Knaldrang

Sinds de heropening van de Dior- flagshipstore in maart is een deel van het gebouw omgebouwd tot museum over de geschiedenis van het modehuis en zijn oprichter. De tentoonstelling begint – na een duizelingwekkende witte wenteltrap, omringd met miniatuurversies van silhouetten, handtassen en schoenen – met de Bar, het ­iconische silhouet uit Diors eerste collectie in 1947. Het is een crèmekleurig, ­satijnen jasje met wespentaille, ­eronder een zwarte wollen plissérok die breed uitwaaiert. Een perfect ensemble voor de namiddag, vond Dior. Het getailleerde jasje en de rok stonden mijlenver van de eenvoudige en praktische silhouetten die door de Tweede Wereldoorlog de norm waren. ­Ondanks initiële verontwaardiging (niet comfortabel en te kwistig met stof, klonk het bij critici) was het een onmiddellijk succes. Dior wist met zijn hypervrouwelijke silhouetten de knaldrang van de Parijse beau monde na de oorlog te vatten. De pers doopte de collectie ‘The New Look’.

Elke zaal legt een nieuw puzzelstuk in het verhaal van het modehuis. Over Diors verleden als ­galerist, waaraan hij onder meer een ­innige vriendschap met schilder Salvador Dalí overhield. John Galliano (die van 1996 tot 2011 aan het hoofd van het huis stond) eerde die vriendschap met een witte zijden jurk waarin zwarte handschoenen tot leven lijken te komen en de jurk omarmen. In een andere ruimte wordt Diors liefde voor de natuur gevierd, die ontstond in de rozentuin van zijn ouderlijke huis in Normandië. Je ziet er onder meer de witte jurk met stoffen meiklokjes (Diors lievelingsbloem), een zwart-rode zijden jurk met grote knoop rond de taille van een piepjonge Yves Saint Laurent, en een zwarte cocktailjurk met vaalroze en felblauwe pailletten van de Belg Raf Simons, die van 2012 tot 2015 de Dior-collecties tekende.

De silhouetten staan op minstens een meter van de bezoeker. Hier en daar verlies je daardoor voeling met de essentie: het immense oog voor detail en vakmanschap

   • Reportage | Granville, de tuin van Dior

Droomwereld

Los van de thematiek in elke zaal is het interessant om te zien hoe elke van de zes ontwerpers die Dior ­opvolgden (Yves Saint Laurent, Marc Bohan, Gianfranco Ferré, John Galliano, Raf Simons en ­Maria Grazia Chiuri) op zoek gaat naar een ­eigen interpretatie van de geschiedenis van het Franse modehuis.

Die geschiedenis is kort: Dior stierf zowat tien jaar nadat die eerste winkel de deuren had geopend. In dat ene decennium wist de ­couturier desondanks een universum te creëren dat doordrongen is van de droomwereld waarin de kleine Christian Dior opgroeide: met de nodige grandeur, gefinancierd door het meststoffenimperium van zijn vader.

Bar, het iconische silhouet uit Diors eerste collectie, 1947. Kristen Pelou

Hoe elke ontwerper de vertaalslag maakte? ‘Elk had zijn eigen manier’, vertelt Bazzini, die sinds Bohan de ontwerpers zag komen en gaan. ‘Bij Galliano wist je ­bijvoorbeeld nooit wat er ging ­komen.’ Hij was het die de hoed van telefoonkabels ontwierp. ‘Ik herinner me nog hoe meneer Galliano het atelier binnenstapte na een reis in Afrika. Hij had er een mand van geweven oude telefoonkabels ­gevonden, die hij op de werkbank zette: “Zo’n hoed wil ik, dames”, zei hij.’ Bazzini herinnert zich de uren die het kostte om de kabels tot een hoed te weven, en hoe zwaar het ding woog. ‘Comfortabel was het niet, maar dat was ook niet de bedoeling. Het zijn droombeelden’, vindt ze.

Samen met de tentoongestelde prototypes vertelt Bazzini ­ongetwijfeld het interessantste ­aspect van een modehuis: dat wat zich achter de schermen afspeelt. Het zoeken, het perfectioneren van elk silhouet, de eindeloze uren, de liefde in elk ontwerp, het metier achter de illusie van eenvoud. ­Bazzini is er de beste getuige van, samen met de potloodkruisjes op de prototypes voor elke aanpassing en de koffievlek op het overzicht van de stoffen per silhouet. Het verhaal van Dior, en dat van menig couturehuis, wordt zo tastbaar. De zaal is een verademing, halverwege de tentoonstelling. Niet het minst omdat de originele silhouetten vaak relatief ver van de bezoeker zijn opgesteld – de ­afstand bedraagt minstens een meter. Begrijpelijk, maar hier en daar verlies je daardoor voeling met de essentie: het immense oog voor detail en vakmanschap dat in elk silhouet vervat zit. Niet voor niets lopen ­modellen voorbij in een modeshow, en worden nieuwe creaties niet op ronddraaiende paspoppen getoond.

Niet te missen


LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen