‘Bey’ speelt deejay
  Foto:  Carlijn Jacobs

De wereld is aan een renaissance toe, vindt Beyoncé. Als het aan haar ligt, vindt die plaats op de dansvloer.

Voor wie het zich nog afvroeg: ook Beyoncé heeft geleden tijdens de coronapandemie. ‘Na alle isolatie en onrecht van de afgelopen jaren denk ik dat we allemaal klaar zijn om te ontsnappen, lief te hebben en te lachen’, schreef ze bij de aankondiging van haar zevende album op haar website. Renaissance moet volgens Queen B één van de soundtracks worden van die wederopstanding.

De 40-jarige Amerikaanse is niet de eerste met die invalshoek. Dik twee jaar geleden kondigde de Britse popster Dua Lipa haar album Future Nostalgia aan met grofweg dezelfde woorden – alleen omschreef zij haar plaat als iets om de pandemie mee door te komen, niet als iets dat moest wachten tot achteraf. Ook muzikaal vissen Beyoncé en Lipa in dezelfde vijver: allebei graaien ze gretig uit het discogeluid van Studio 54 om levensvreugde uit te strooien over de dansvloer, afgekruid met flink wat house.

‘Bey’ speelt deejay
De albumcover van Renaissance.   Foto:  Carlijn Jacobs

Dat bleek al toen Beyoncé de eerste single uit dit album loste. ‘Break my soul’ was een krachtige song over eigenwaarde en weerbaarheid, maar de gemeenplaatsen in de tekst (Queen B rijmde ‘motivation’ op ‘foundation’ en ‘vibration’) werden vooral gecompenseerd door de aanstekelijke baslijn van Robin S’ nineties hit ‘Show me love’. Robin S zelf drukte bij Blavity uit hoe vereerd ze daardoor was. ‘Toen de song uitkwam, moesten zwarte vrouwen zoals ik nog vechten voor onze plaats in de house-scene. Het is mooi dat we nu terug onder de aandacht gebracht worden. Niet dat we ooit weggegaan zijn – we kregen gewoon nooit erkenning voor het werk dat we deden.’

Dragqueens

Dat blijkt een belangrijk doel van Renaissance – de plaat zou deel 1 zijn in een trilogie die een ode moet vormen aan zwarte muziek en cultuur. Songs als ‘Cosy’, ‘Alien superstar’ en ‘Pure/honey’ knipogen rijkelijk naar house uit het nachtleven van Chicago in de late jaren 70, voor het genre vooral begon geassocieerd te worden met blanke dj’s. Zo maakt Beyoncé een statement, schrijft Michelle Kambasha van het label Secretly in een opiniestuk voor The Guardian: ‘Het is minder een kwestie van smaak, en meer een manier om opnieuw eigenaarschap te claimen over een genre dat aan zijn wortels werd ontrukt.’ Beyoncé zelf droeg de plaat dan weer op aan haar (homoseksuele) oom Jonny, die ze omschrijft als haar ‘meter’ en die haar als kind in contact bracht met het genre.

Zelfvertrouwen, eigenwaarde en trots druipen dan ook van de zestien tracks op Renaissance. ‘Alien superstar’, een van de beste songs op de plaat, draait die knop helemaal op elf. ‘Unique/ that’s what you are/ stilettos kicking vintage crystal off the bar’, klinkt het daar. Ook ‘Pure/Honey’ lijkt gemaakt om te voguen: ‘It should cost a billion to look this good’, glimt Knowles daar van trots. Die stofwolk vol glitter die u voor uw raam ziet? Dat is van de dragqueens die naar de club aan het sprinten zijn.

Hitsig sfeertje

Wie de benen wil strekken op Renaissance kan maar beter goed uitgerust zijn: net als Dawn FMvan The Weeknd eerder dit jaar is de plaat naadloos aan mekaar gemixt. Soms zit er meer contrast binnen één nummer dan tussen twee verschillende: ‘Energy’ en ‘Church girls’ glijden vlotjes over in hun voorgangers en nakomers, maar verschieten halverwege plots van kleur, van vrolijke disco naar brutalere rap.

Veel kans overigens dat ook uw kaken van kleur verschieten: Beyoncés zelfvertrouwen vertaalt zich in een hitsig sfeertje op de dansvloer. ‘Taste me/ that fleshy part/ I scream so loud’, klinkt het over de kraakheldere discovibe van ‘Virgo’s groove’. ‘Can I get on top of you?’, vraagt ze voor de vuist weg in ‘Cuff it’. Het zijn niet de poëtische verwoordingen van diepmenselijke gevoelens die we hoorden op Lemonade, maar op een beat hoeft het niet veel meer te zijn.

‘Bey’ speelt deejay
Foto:  Mason Poole

Voor dat laatste nummer trok Bey haar adresboekje open. Nile Rodgers en Sheila E. verzorgen samen de ritmesectie. Ook Grace Jones maakt haar opwachting (in het aanstekelijke ‘Move’), en ‘Summer renaissance’ leunt nog harder op ‘I feel love’ van Donna Summer dan ‘Break my soul’ leunt op ‘Show me love’. Met haar soepele stem is Beyoncé uitstekend geplaatst om deze liefdevolle genreoefening tot een goed einde te brengen. En toch is het ergens zonde: dat een plaat die zo uitblinkt in eigenwaarde zo hard steunt op geluiden van weleer.

Beyoncé, Renaissance (***) is nu uit.

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig