De overstromingsrisico’s in Wallonië waren in kaart gebracht. De ramp overtrof elke prognose. De kaarten zijn dan ook politieke compromissen. Op plekken waar het risico officieel klein was, bleek de schade net enorm.

TERUG NAAR DE VESDER

‘Onze kaarten tonen de gebieden die niet kunnen, maar zúllen overstromen’

zaterdag 16 juli 2022

‘Plus jamais ça!’, dat nooit meer. Het stond donderdag, exact één jaar na de overstromingen in Wallonië, op de voorpagina van alle Sudpresse-kranten. Het zijn drie woordjes die sinds 14 juli 2021 heel vaak uitgesproken zijn. Door slachtoffers, door hulpverleners, door commentatoren en vooral door politici. Een watersnoodramp als die van vorige zomer, die 39 mensenlevens eiste en tienduizenden Walen in de miserie duwde, wil men nooit, nooit meer meemaken. ‘Ce jour-là, la Wallonie avait rendez-vous avec le malheur’, zei Waals minister-president Elio Di Rupo (PS) donderdag op een grote herdenkingsplechtigheid in Chênée, bij Luik. ‘Die dag is de hemel brutaal op ons hoofd gevallen. En toen hij zich terugtrok, nam hij een ondraaglijk aantal mensenlevens met zich mee.’

De miserie die het water veroorzaakte, is op veel plekken nog voelbaar en zichtbaar. De gemeentebesturen werden letterlijk en figuurlijk mee overspoeld, net als de verzekeraars, waardoor alles veel trager en moeilijker liep dan iedereen had gewild. Er was voorts een gebrek aan middelen bij veel particulieren, en een algemeen gebrek aan materiaal en mankracht, zeker in de bouw. En omdat er nog verschillende studies lopen naar hoe de Vesdervallei zich het beste kan wapenen tegen toekomstig natuurgeweld, is alles exact terug in dezelfde staat heropbouwen, hoewel absoluut begrijpelijk, zeker niet de meest aangewezen reflex, zei architecte Paola Viganò deze week nog in deze krant. Zij coördineert het Schéma Stratégique mee, een soort masterplan voor de Vesdervallei van morgen. Maar dat plan wordt pas begin 2023 verwacht, anderhalf jaar na de ramp.

Begrijpen wat er is gebeurd, om het morgen beter te kunnen doen. Dat was de rode draad doorheen de Waalse parlementaire onderzoekscommissie en de onderzoeken van expertenbureaus als het Zwitserse Stucky. Alleen zo kon men de zaak objectiveren en aanbevelingen doen op basis van de feiten in plaats van emoties.

Verviers, juli 2021Sébastien Van Malleghem

Wat is ‘ça’?

Plus jamais ça. Dat hoor je inderdaad voortdurend. Maar wat is die “ça”? Wat wil dat zeggen? Die “ça” moet je definiëren, anders kun je niet garanderen dat “ça” niet meer voorvalt’, zegt professor en hydroloog Michel Pirotton van de Universiteit van Luik. We zitten in een spartaans ingerichte koffiehoek van de onderzoeksgroep HECE. Kort voor: Hydraulics in environmental and civil engineering. De gebouwen bevinden zich op de bosrijke wetenschapscampus boven op een van de heuvels rond Luik. Vanuit heel Europa krijgen ze hier nu vragen binnen om uitleg. ‘Wij zijn interessante proefkonijnen. Iedereen wil weten wat er precies gebeurd is, en iedereen is blij dat het niet bij hen gebeurde.’ Ook Pirottons collega Pierre Archambeau schuift aan. Samen werken ze mee aan de verschillende studies die lopen, onder meer het Schéma Stratégique van de Vesder. Maar ook de herziening van de kaarten met het overstromingsrisico staat op hun to-dolijstje. Het is een delicate opdracht, op het snijvlak van wetenschap en politiek.

De Standaard vroeg bij de Waalse administratie de kaarten op die heel precies de gebieden aangeven die vorig jaar onder water kwamen te staan. Wie die gegevens naast de kaarten met het overstromingsrisico legt, kan niet om de enorme verschillen heen. Die kaarten van het overstromingsrisico zijn ingedeeld in vier kleuren: rood, oranje, geel en groen. Respectievelijk hoog risico, matig risico, zwak risico en zeer zwak risico. Hoe verder weg van de Vesder, hoe lager het risico op overstromingen.

De kaarten die de daadwerkelijke overstromingen tonen van juli vorig jaar zijn een stuk eenvoudiger, daarop is alles gewoon blauw. Het getroffen gebied was ook veel groter dan alle mogelijke risicozones samen.

De eerste Waalse kaarten die het overstromingsrisico tonen, dateren pas van 2006. Pirotton en Archambeau leverden de hydrologische modellen voor die kaarten. ‘Voordien hadden we niets dat de risico’s toonde. Maar 80 tot 90 procent van de woningen die er nu staan, was toen wel al gebouwd. Het heeft daarom heel wat voeten in de aarde gehad voor de Waalse regering akkoord ging met onze methodologie’, zegt Pirotton. ‘En toen we uiteindelijk met de eerste kaarten kwamen, was dat een kleine aardverschuiving. Burgemeesters werden plots geconfronteerd met kaarten waarop hele zones rood ingekleurd werden als hoogrisicogebied voor overstromingen. Van de ene dag op de andere werden dat plekken waar je maar beter niets kon bouwen. Dat werd niet overal op gejuich onthaald, dat begrijpt u.’

Heel Luik onder water

Pirotton werd al op de eerste dag van de Waalse parlementaire onderzoekscommissie naar de overstromingen gehoord. Dat was begin september ’21, geen twee maanden na de ramp. De meeste commissieleden waren zelf afkomstig uit de getroffen zone rond Luik of uit de stad zelf. Toen Pirotton hun een projectie toonde van Luik in 2050, waarbij zowat de hele binnenstad onder water stond, kon je een speld horen vallen in het parlement. ‘Dat waren kaarten van een Europees onderzoek naar de Maasvallei. Daarin werd de hydrologische impact onderzocht van toekomstige neerslaghoeveelheden, onder invloed van het veranderende klimaat. In zones met risico op overstromingen steeg het risico aanzienlijk. Als je dat dan in een kaart omzet, en je krijgt plots een beeld van Luik te zien dat helemaal onder water staat, is dat natuurlijk angstaanjagend.’

De kaart toonde de gevolgen van extreme onweders die statistisch maar één keer om de 100 jaar voorvallen. Maar door de klimaatverandering staat die terugkeerperiode onder druk, en dreigt wat vroeger maar één keer om de 100 jaar gebeurde al sneller terug te komen. Bovendien komt er dan op die marker van 100 jaar iets anders in de plaats, nog ergere stormen. De onderzoekers verhoogden daarom de geschatte gevolgen van de ‘100-jaarstorm’ met 30 procent. De stromen die we dus voortaan om de 100 jaar voor de kiezen krijgen, worden volgens hen een derde erger dan wat tot dan werd aangenomen. Die ‘100 + 30’ was al opgenomen in de kaarten die vorig jaar voorhanden waren. Paradoxaal genoeg gaat het daarbij om de gebieden waar het risico op overstroming ‘très faible’ is. De kans dat het daar gebeurt is immers bijzonder klein. Maar áls het gebeurt, zijn de gevolgen allesbehalve ‘très faible’.

Limbourg

De gemeente Limbourg wordt bijna volledig omzoomd door de Vesder. Aan de Cité du Vieux Moulin, bovenaan de kaart, plooit de rivier zich als het ware om een hele (sociale) woonwijk. Al is het verschil tussen straatniveau en het water in normale omstandigheden een meter of 4 à 5. De Vesder loopt ook langs het hele centrum en langs de lange rij huizen aan de hoofdweg.
Op de overstromingskaarten lijkt het grootste gevaar zich te situeren vlak naast de rivier. Dat zijn de zones die als rood aangegeven zijn. De zones waar het risico op overstromingen ‘très faible’ is, worden makkelijk uit het oog verloren. Die geven het risico aan bij onweders die zich maar eens om de 100 jaar voordoen. Maar áls die zich voordoen, staan niet alleen deze, maar ook alle andere gemarkeerde zones (diep) onder water.
En zelfs die ruimste invulling van de overstromingskaarten kon Limbourg niet voorbereiden op wat er op 14 en 15 juli gebeurde. Deze kaart toont het gebied dat daadwerkelijk onder water kwam te staan. Op het dorpsplein stond het water 2 à 2,5 meter hoog. De Cité du Vieux Moulin werd volledig doorspoeld en ook het meest noordelijke deel, onderaan de kaart, dat tegen een steile helling ligt, werd verzwolgen door het water.

Trooz

Vijfentwintig kilometer verderop strekt de gemeente Trooz zich helemaal uit langs de Vesder. Liefst 11 kilometer lang stroomt de rivier door Trooz en deelgemeenten als Nessonvaux en Fraipont.
Al voor 14 en 15 juli was duidelijk dat dit een risicogebied was. In grote delen van het centrum wordt het overstromingsgevaar al jaren als hoog aangeduid.
Trooz is een van de gemeenten waar de risicokaarten het best overeenkwamen met de toestand tijdens de overstromingen. Al waren die ook hier nog erger dan waar ook maar iemand rekening mee hield. De sociale woonwijk aan de Rue Fenderie, in een oksel van de Vesder aan de oostkant, is één jaar na de feiten compleet verlaten. De kans is groot dat dit stuk woongebied opgeofferd wordt.
Sébastien Van Malleghem, 2022

Verviers

De grootste stad die vorig jaar zwaar getroffen werd is Verviers. Ook hier staan veel woningen dicht bij de Vesder. Een rivier die van groot belang was voor de stad in de 19de en 20ste eeuw, toen de textielindustrie hier op haar hoogtepunt zat.
In Verviers lijken de overstromingskaarten op het eerste gezicht allerminst alarmerend. De rode zone volgt de rivier en is amper breder. In Ensival is een klein stukje oranje. De burgemeester zei dat zelfs als ze die zone had laten evacueren – en men had haar verzekerd dat dit niet nodig was – het slechts zou gaan om een 15-tal woningen.
Er zijn er uiteindelijk 5.000 overstroomd in Verviers. Ensival, een zone die gevaar loopt bij onweders die maar om de 100 jaar gebeuren, kreeg de volle laag. Maar ook in het centrum van Verviers, waar er op papier eigenlijk helemaal geen overstromingsgevaar is, werd de Vesder vele malen breder en sleurde het water alles mee op zijn pad.
AFP, 2021

‘Oef, zeer zwak risico’

In de gemeenten Limbourg en Chaudfontaine werd vorig jaar snel geëvacueerd. In Trooz was het al te laat toen men aan evacueren dacht en in Verviers kreeg men vanuit het provinciale crisiscentrum te horen dat evacueren niet nodig zou zijn. Men ging ervan uit dat er een ‘vallei-effect’ zou spelen: het water zou grotendeels door de vallei opgenomen zijn voor het kans had Verviers te bereiken. Quod non.

De burgemeester van Verviers, Muriel Targnion, verwees ook meermaals naar de overstromingskaarten voor haar stad. Op het eerste gezicht zijn die zeker niet hyper-alarmerend. De rode zone volgt de Vesder en is amper breder dan de rivier. In deelgemeente Ensival is een klein stukje oranje ingekleurd, dat wel. Zelfs als men die zone had laten evacueren, zei Targion (aan wie voor alle duidelijkheid gemeld was dat dit niet nodig was) zou dat slechts om een 15-tal woningen gegaan zijn. Terwijl er 5.000 getroffen werden.

Maar een groot deel van Ensival is wel degelijk ingekleurd als ‘zone d’aléa très faible’ – een zone met een zeer laag risico op overstromingen dus. En daardoor dus een plek waar niemand zich de vorige rampzalige overstroming nog herinnert, maar … waar het eens in de honderd jaar lelijk misgaat. ‘Als de burgemeester van Verviers zegt dat er in haar stad eigenlijk geen overstromingsgevaar was, dan is dat uiteraard fout. De kaarten die wij maken, tonen de gebieden die niet kunnen, maar zúllen overstromen binnen een periode van 25, 50 of 100 jaar.

Dat moeten we echt terug in perspectief plaatsen’, zegt Pirotton. ‘Nu kijkt men naar de kaarten en zegt “oef, zeer zwak risico, da’s geen probleem”. Bovendien heeft men als kleur daarvoor groen gekozen, wat het nog meer misleidend maakt. Zo zit het dus niet. Om de honderd jaar heb je daar prijs. En wanneer we de kaarten zullen herzien, zullen de zones waarin dat gebeurt nog groter worden. Net zoals die waar men zich om de 25 jaar aan een overstroming mag verwachten. Wij maken geen kaarten om een crisis te beheren. Wij maken kaarten die de kans op een overstroming aangeven.’

De ironie wil dat de kaarten vlak voor de overstromingen van vorige zomer herzien waren, zij het met minimale verschillen ten opzichte van de voorgaande update. Die kaarten herzien duurt jaren, legt Archambeau uit. ‘Het is een proces waarbij je al je statistische gegevens moet updaten op basis van de laatste metingen, waarna je er de hydrologische modellen op kan loslaten. Op basis van die modellen kan je dan de nieuwe debieten en waterstanden berekenen en de kaarten aanpassen. Dat doe je niet in een-twee-drie, dat proces neemt al snel drie jaar in beslag. De nieuwe kaarten zijn nu voorzien voor 2025.’ En die kaarten zullen niet meer lijken op die van vandaag, vult Pirotton aan. ‘Het wordt een stuk erger.’

Verviers, juli 2022Sébastien Van Malleghem

Nieuwe ramen en deuren, klaar voor de sloop

Limbourg is klein, maar het is een van de zwaarst getroffen gemeenten. Liefst 40 procent van de inwoners leed er schade. Op het marktplein stond het water dik twee meter hoog, van sommige woningen bleef alleen de vloer over. De verschillende studies over de herinrichting van de Vesdervallei lopen nog, maar nu al is duidelijk dat op sommige plekken in Limbourg niet meer gewoond kan worden. De sociale woonwijk Cité du Vieux Moulin is een vogel voor de kat, geeft burgemeester Valérie Dejardin (PS) toe.

Wie rondloopt in de verlaten wijk ziet perfect het grote dilemma waar de Vesdervallei al een jaar mee kampt. Terwijl professoren in Luik samen met administraties en kabinetten in Namen diep nadenken over hoe ze het rampgebied klaar kunnen stomen voor de toekomst, gaat het leven hier door. De korte en de lange termijn botsen hier volledig. En net als de vele mensen die snel hun woningen begonnen te herstellen, zat de huisvestingsmaatschappij Logivesdre niet bij de pakken neer.

De relingen langs de Vesderoever liggen er nog gehavend en verwrongen bij, maar de sociale woningen kregen allemaal al nieuwe ramen en deuren in een strak en zwart aluminium kader. Vanbinnen zijn de kleine woningen gestript. De vloeren zijn eruit gehaald, maar op de muren staat schimmel, vaak tot aan het plafond. Hoewel alle tekenen de andere kant op wezen, hoopte Logivesdre-voorzitter Thierry Lejeune (MR) deze zomer al opnieuw mensen in de woningen te laten intrekken. Pas na een conflict met de burgemeester en een dwingende tussenkomst van Waals minister van Wonen Christophe Collignon (PS) werden de werken stilgelegd. De woningen zullen moeten verdwijnen, samen met de 1,3 miljoen euro aan al gemaakte kosten, om de Vesder meer plaats te geven in de haarspeldbocht die ze hier maakt.

Ook 25 kilometer verderop in Trooz, een ander epicentrum van de ramp, lijkt alle hoop vervlogen voor de sociale woonwijk aan de rand van het centrum. Ook die wijk ligt in een oksel van de Vesder. Het grote verschil met Limbourg is dat men hier nog niet aan de verbouwing begonnen is. Met zijn compleet verhakkelde graspleintjes, verwrongen garagepoorten en dichtgetimmerde ramen lijkt de vroegere woonwijk eerder een militair oefenterrein voor urban warfare.

Politieke constructie

Het lot van die plekken doet de vraag rijzen wat er dan wel nog mogelijk is. Limbourg en Ensival liggen volledig of grotendeels in een zone waar statistisch gezien eens om de honderd jaar alles onder water komt te staan. Maar dat was vóór 14 en 15 juli 2021, toen de hemel naar beneden kwam, zoals Di Rupo zegt. Als de kaarten ergere situaties tonen, zoals men op de universiteit van Luik verzekert, moeten die gemeenten dan maar ineens helemaal verdwijnen?

Neen, zegt Pirotton. ‘Want die kaarten, dat zijn uiteindelijk politieke constructies.’ Zegt de wetenschapper die de kaarten opstelt? ‘Ja, want er spelen twee criteria: de terugkeerperiode en de hoogte van het water. Als je politiek beslist om de grenswaarde voor hoog risico te veranderen van 30 naar 45 of 50 centimeter, dan heeft dat uiteraard gevolgen voor de kaarten.’ Ook de aanpassingen op het terrein hebben een impact op het risico. Het zal eropaan komen op bepaalde plekken water op te vangen, en op andere de ruimte en de capaciteit voor de rivier te verhogen, legt hij uit. ‘Uiteindelijk kan je altijd maatregelen nemen die een zone van rood naar geel doen veranderen. Het is niet omdat een zone nu rood is, dat ze dat voor altijd moet blijven. Alleen moet je een evenwicht zoeken met de maatregelen die je bereid bent te nemen. Als je rond een rode zone een muur van 5 meter hoog zet, zal die niet meer rood zijn.’ Maar dat zal dan wel gevolgen hebben stroomop- en afwaarts? ‘Eh ben, voilà. Vandaar dat ik zeg dat men zal moeten afspreken wat “ça” betekent als men zegt “plus jamais ça”.

Tekst: Peter De Lobel • Datavisualisatie: Andy Stevens & Tina Boeykens • Bronnen: Service Public de Wallonie