Derde dag Gent Jazz: Archie Shepp ontroert
Gent Jazz, optreden van Archie Shepp (rechts) & Jason Moran (links) Foto:  Fred Debrock

Met een aangrijpend en hartverscheurend mooi concert pakte Archie Shepp de festivaltent in. En hij was op dag drie van Gent Jazz niet de enige tachtigplusser die indruk maakte.

Archie Shepp (*****) oogde kwetsbaar, toen hij met enige moeite het podium kwam opgeschuifeld, ondersteund door pianist Jason Moran – het publiek begroette de jazzlegende met een staande ovatie. Maar zodra hij goed en wel op zijn stoel was geïnstalleerd en zijn tenorsax aan de lippen zette, hing er magie in de lucht: wat een sound, wat een zeggingskracht.

Shepp (85) speelde meteen minutenlang aan een stuk door, met Moran die hem perfect begeleidde, in twee stukken uit hun vorig jaar verschenen cd Let my people go. Ja, Shepp heeft door de jaren ongetwijfeld wat aan techniek verloren, en hij kiest voor een opeenvolging van korte frasen, maar zijn klank is uniek. In elke noot hoor je zowat de hele jazzgeschiedenis samengevat, met een forse scheut blues.

En dan haalde de saxofonist er Marion Rampal bij, de Franse zangeres met wie hij ook al op Jazz Middelheim stond. Ze begon zowaar met ‘Blasé’, een stokoud nummer van Shepp, met een gedurfde tekst (‘you shot your sperm into me, but you never set me free’) die het aandachtig luisterende publiek niet ontging. Rampal bracht het met een ontwapenend naturel. En in de klassieker ‘Ain’t misbehavin’’ zong ze in duo met Shepp zelf – het was misschien wel het absolute hoogtepunt van dit concert.

Shepp zong wel meer nummers, en al heeft hij geen perfecte zangstem, de kracht die ervan uitstraalt is fenomenaal. Zoals in ‘Sometimes I feel like a motherless child’, waarin Moran ook met een donderende, donkere pianosolo indruk maakte – met al die aandacht voor Shepp zou je bijna vergeten dat er een heuse toppianist aan zijn zijde zat.

En zo hoorden we de ene muzikale parel na de andere. Een mooie versie van ‘Lush life’, bijvoorbeeld, en Rampal die nog even terugkeerde voor ‘The very thought of you’, nog zo’n klassieker. Eindigen deden Shepp en Moran met ‘Go down Moses’, met daarin het zinnetje ‘let my people go’, zowat de samenvatting van het politiek activisme van Shepp.

Dit was een adembenemend concert, zonder twijfel een hoogtepunt in de twintigjarige geschiedenis van Gent Jazz. Het publiek dankte Shepp met een minutenlange staande ovatie, die de man zichtbaar deugd deed.

Americana

Dit was zo indrukwekkend dat je bijna zou vergeten dat wat aan de set van Shepp was voorafgegaan, ook de moeite loonde. Zoals Charles Lloyd (***), met zijn 84 lentes nauwelijks een jaartje jonger, maar wel veel kwieker. Met zijn band The Marvels plukte hij vooral uit zijn recente cd Tone Poem, jazz met een forse scheut americana en zelfs country, dankzij gitaristen Bill Frisell en Greg Leisz (die laatste op pedal steel). Ook Lloyd heeft een heel eigen klank, teder en zacht, met een toefje blues. Nog zachter klonk zijn muziek als hij dwarsfluit speelde. Een mooi concert, dat naar het einde toe misschien net iets te veel ging kabbelen.

Derde dag Gent Jazz: Archie Shepp ontroert
Gent Jazz, optreden van saxofonist Charles Lloyd en gitarist Bill Frisell  Foto: Fred Debrock

De Beren Gieren (***) gebruikten dit keer meer elektronica dan we van hen gewoon waren. Het begon wat bevreemdend, met drummer Simon Segers die met een strijkstok zijn hihat streelde, en pianist Fulco Ottervanger die druk in de weer was met allerlei knopjes. Maar uiteindelijk mondde al dat geknutsel uit in een vrolijke melodie. ‘Animalcules’ had dan weer een lichtjes bezwerend motief, met een dartel einde. De band koos vaak voor het experiment, met veel electronica, en bassist Lieven Van Pée die zijn contrabas in een paar nummers voor een elektrische bas ruilde. Soms nam de band wel erg veel mysterieuze omwegen, waardoor je je afvroeg wanneer de muziek nu echt zou gaan losbarsten. Dat gebeurde gelukkig ook wel – De Beren Gieren was bijwijlen geniaal, bijwijlen langdradig.

Met Sound Prints (****) kregen we gisteren een eerste keer topjazz van Amerikaanse bodem. Saxofonist Joe Lovano en trompettist Dave Douglas spiegelen zich aan hun grote voorbeeld Wayne Shorter, meer bepaald aan diens reeks Blue Note-platen van eind de jaren 60. Het resultaat is prima hedendaagse jazz, met sterke composities van Lovano en Douglas, beiden virtuozen op hun instrument, en geholpen door een prima band, waarin vooral pianist Lawrence Fields indruk maakte. Lovano schreeuwde het een aantal keren uit van de pret en bleef maar herhalen hoe fijn het was na twee coronajaren weer live jazz te kunnen spelen ‘zeker op een festival dat ook nog Charles Lloyd en Archie Shepp op de affiche heeft’. Wijze woorden.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in