Die andere kampioen grijpt al de macht, nog vóór de bergen
Pogacar ontmoedigt de concurrentie, die zichzelf moed moet inpraten met zinnetjes als ‘iedereen kan een offday hebben’  Foto:  REUTERS

Ritwinnaar: Tadej Pogacar! Gele trui: Tadej Pogacar! En dan moet zijn geliefde terrein, het hooggebergte, nog beginnen. De Sloveen lost dé krachtpatser van de eerste week af in het geel – wel na nóg een sterk nummer van Van Aert.

Het was wellicht niet eens echt de bedoeling van Tadej Pogacar om nú al de macht te grijpen, maar een mooie ritzege en de gele trui laten liggen: nee, zo zit hij niet in elkaar. In deze bergachtige Tour moet zijn favoriete terrein nog beginnen, en het Sloveense Jommeke staat nú al in het geel te blinken. In Longwy was hij in een sprint tussen klassementsrenners zo duidelijk de sterkste, dat hij rustig achterom kon kijken toen hij de meet overschreed.

Een tik hier, een tik daar

Essentieel is niet zijn voorsprong op concurrenten als Jonas Vingegaard, Adam Yates, Geraint Thomas, Aleksandr Vlasov, Daniel Martinez en wellicht toch nog Primoz Roglic. Wat is immers een minuut (voor Roglic wel al 2,5), met zo’n copieus Alpen-en Pyreneeënmenu op komst?

Het zijn de psychologische tikken die hij uitdeelt. Door in de tijdrit enkele seconden sneller te rijden dan Roglic, olympisch kampioen in die discipline. Door op de kasseien van het noorden zelf aan te vallen en de tegenstand schaak te zetten. Door in Longwy achter Roglic aan te springen – die gerecupereerd leek van zijn calvarie één dag eerder en op de ritzege mikte – en met sprekend gemak over te nemen. Behoorlijk ontmoedigend voor de concurrentie, die zichzelf nu al moed moet inpraten met zinnetjes als ‘iedereen kan een offday hebben’.

Maar misschien behoort Pogacar tot de categorie die nooit zo’n offday heeft? Zo’n superheld heeft deze Tour toch al: Wout van Aert – hoe vreemd dat ook moge klinken na de rit waarin hij van plaats 1 naar 54 donderde. Maar wat een exploot alweer.

Tot aan de laatste tien kilometers werd de langste rit van de Tour nog explicieter dan de vorige gedomineerd door een renner uit de Kempen over wie de superlatieven stilaan opgebruikt raken.

Kwam het door zijn babbel met Eddy Merckx op het startpodium in Binche (wat een volk daar trouwens, het leek Denemarken wel) of door al razend enthousiaste fans voor hem langs de weg? Van Aert overtrof zichzelf in bedrijvigheid. Gejaagd door de rugwind en de gretigheid van vele renners, regende het ontsnappingen. Het peloton legde zo maar even 53 kilometer af in het eerste wedstrijduur.

Mission: impossible

Maar de gele trui was de gretigste van allemaal. Wel een dozijn keren probeerde hij een aanval op te zetten – iedereen zat op zijn wiel: dat krijg je als je zo demonstreert – tot het lukte. Maar wel slechts met zijn drieën. In principe veel te weinig om een vlucht van 150 kilometer tot een goed einde te brengen.

Van Aert zette toch door, samen met de Amerikaan Quinn Simmons, de benjamin van deze Tour, en met de sterke Deen Jakob Fuglsang.

De stunt werd echter geleidelijk een onmogelijke missie, toen eerst het peloton zich achter hen begon te organiseren, vervolgens Fuglsang de remmen dichtkneep om zich bewust te laten inlopen en Van Aert uiteindelijk, op 30 kilometer van de finish, zo hard doortrapte dat hij zonder het te merken een hoofdschuddende Simmons uit het wiel reed.

Het was opnieuw een fenomenaal staaltje fietsen, maar het opzet was deze keer té roekeloos. Op een dikke tien kilometer van de streep was de gele trui eraan voor de moeite. En te moe om het vliegende peloton nog te volgen in het steile slot.

Die andere kampioen grijpt al de macht, nog vóór de bergen
Wout van Aert start vrijdag niet in het geel.  Foto:  Getty Images

Beetje dom?

Was het exploot om duimen en vingers af te likken, maar strategisch een beetje dom? De vraag stellen lijkt ze beantwoorden, maar toch … Zoals in vele sporten is een tactisch plan briljant tot het mislukt, dan is het opeens een flater.

Ja, Van Aert had een flinke kans om de rit in Longwy te winnen als hij hem op een normale manier had aangepakt. Maar dan zou het hele team wel de hele dag druk in de weer geweest zijn met het controleren van de wedstrijd – in de langste rit, daags voor de Tour van terrein verandert en de hoge cols aansnijdt. De ploegleiding wilde aan dat luik liever niet beginnen met een vermoeide equipe.

Vandaar het plan dat Wout in zijn gele trui zelf de lange ontsnapping van de dag zou opzetten – zodat andere ploegen het werk moesten doen, en met even goed flink kans op succes. Té veel kans op succes, zo bleek. Veel renners hadden zin in een lange vlucht, maar niet in gezelschap van de man die – dixit Tom Pidcock – ‘bezig is iedereen belachelijk te maken’. En dus werd het niet de gedroomde ontsnapping met een man of tien, maar slechts met drie.

Had Van Aert sneller het hopeloze van die inspanning moeten inzien – zoals Fuglsang, die de rit zou afsluiten in de groep net achter Pogacar? Dan zou hij zijn gele trui nog hebben. Maar vier dagen geel of vijf maakt niet zo veel verschil, en voor de ritzege waren de kansen op dat moment wellicht al verkeken. ‘Ik denk dat ik dan al te veel inspanningen had geleverd’, klonk het eerlijk achteraf. Gefopt door de omstandigheden.

‘Dus dacht ik: laat ik dan maar eens goed genieten van een laatste mooie dag in het geel, en het publiek ook iets geven.’

Van Aert is slim. Hij weet dat zijn uitstraling gemaakt wordt door zijn palmares, maar ook zijn panache. En dus durft hij flink gokken. En zelfs finishend als 103e op 7,5 minuut moet het toch weer als een geschenk aan de sport gevierd worden.

Vrijdag kan hij mentaal een rustdag nemen. ‘Ik ga wat werken voor de ploeg in het eerste stuk van de slotklim, en dan een beetje recupereren.’ Er komen nog dagen in deze Tour, waarin hij nog ritten kan winnen en de groene trui die nu al van hem lijkt, helemaal veilig kan stellen. En ondertussen voorkomen dat Vingegaard en Roglic ontmoedigd raken.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in