Een Hollands sprookje en het geel dat Belgisch blijft
De tweede Tourrit werd een massasprint, Jakobsen was de snelste.  Foto:  ISOPIX

Véél blije gezichten in Nyborg, en ze spraken allemaal Nederlands. In een chaotische sprint leek Wout van Aert op weg naar de zege, maar Fabio Jakobsen snelde nog onweerstaanbaar over hem heen. De haast doodgewaande Nederlander schrijft een sprookje in het land van Andersen.

Wat een fantastisch moment voor de Hulk van Heukelum, in zijn Tourdebuut, twee jaar na zijn verschrikkelijke val in de Ronde van Polen. Voor de titel van snelste sprinter in het peloton zijn op dit moment veel kandidaten met een verschillend profiel, maar Jakobsen zou hem kunnen opeisen – al zijn de kansen voor een pure sprinter als hij relatief beperkt dit jaar.

Waar een winnaar is, is een nummer twee. Meestal is die niet blij. Zeker niet als het de tweede dag op een rij is dat hij op het nippertje geklopt wordt. Maar als de teleurstelling in Kopenhagen nog van Wout van Aerts gezicht droop na de stunt van Yves Lampaert, dan zag hij er in Nyborg een stuk blijer uit. Kansen op ritoverwinningen komen er nog genoeg voor hem, en met de bonificatie voor zijn tweede plaats grijpt hij wel de gele trui die hij al drie jaar najaagt. ‘Er zijn tweede plaatsen die pijn doen en er zijn er die geen pijn doen. Soms word je geklopt door iemand die gewoon duidelijk veel beter was. Fabio is bovendien een sympathieke concurrent en naar wat hij heeft meegemaakt… Bovendien, wie kan er mopperen als hij voor het eerst die schitterende trui verovert? Dit behoort tot de hoogtepunten in mijn carrière.’

Geel dus voor van Aert, die nu ook al écht het puntenklassement aanvoert en – voor zover dat nog nodig was – ook daarvoor een enorme vertrouwensboost kreeg. Tweede achter Caleb Ewan in de tussenspurt onderweg (voor de derde plaats, er waren nog twee vluchters voorop) is sowieso mooi maar het feit dat mogelijke concurrenten voor groen daar niet eens meespurtten, is veelzeggend. De acceptatie dat tegen de Kempische alleskunner sowieso geen kruid gewassen zal zijn, is kennelijk groot.

Een Hollands sprookje en het geel dat Belgisch blijft
Wout van Aert in het geel.  Foto:  REUTERS

Twee op twee voor bang Quick-Step

Ook Lampaert, die zijn gele trui al na één dag verliest, was daar zeker niet het hart van in. Voor de ogen van de hele wereld gaf hij opnieuw een verbluffend staaltje van zijn kunnen weg. Kansloos het slachtoffer van een valpartij net voor hem in de eerste kilometers op de indrukwekkende Grote Beltbrug, leken zijn kansen sowieso verkeken. Maar de West-Vlaamse gele trui maakte slim – maar reglementair in zo’n geval – gebruik van de beschutting van de auto’s op de winderige brug en reed met steun van Michael Morkow het gat op het peloton nog dicht, om dan – ga er maar aanstaan – indrukwekkend zijn afgesproken hoofdrol te vervullen in het treintje van ploegmakker Jakobsen.

Twee op twee dus voor Quick-Step Alpha Vinyl : het verguldt ongetwijfeld de pil voor een team dat uitzonderlijk zwaar getroffen wordt door het coronavirus. Want de angst reist mee met het team van Patrick Lefevere, dat op enkele dagen al een renner (Tim Declercq, die nog vervangen mocht worden), ploegleider Tom Steels, een arts, een osteopaat, een perswoordvoerder en nog drie anderen verloor.

Haalt Quick-Step Parijs of is het over enkele dagen helemaal voorbij? ‘We moeten het dag voor dag namen’, zei Jakobsen. ‘Maar het is wel vreemd: ik heb nu even veel schrik van het virus als van buiten tijd binnenkomen in een zware bergrit.’

Een Hollands sprookje en het geel dat Belgisch blijft
De Grote Beltbrug, waar normaal niet gefietst mag worden.  Foto:  EPA-EFE

Deens bolletjesfeest

Nog een winnaar van de dag was het Deense wielrennen. De ambitieuze Mads Pedersen (derde) kon geen kroon op de hoogdag zeggen, maar dat maakten de fans zelf wel van deze eerste rit in lijn. Van start tot finish – met uitzondering van de lange brug waar geen publiek op mocht – stond er een uitgelaten mensenzee langs de kant, in een heerlijk zonnetje: de regen van de tijdrit was van kort duur. Het had bijna iets van een voetbalmenigte – ook door de enorme inspanning van de sponsor van het bergklassement die tienduizenden vrolijke bolletjestruien had uitgedeeld. Het had iets ordelijks Scandinavisch, dat uniforme maar enthousiaste publiek. En ze werden toch een beetje getrakteerd door hun renners. Magnus Cort Nielsen trok al in de eerste kilometers in de aanval, samen met de jonge Noor (is dat geen reserve-Deen?) Sven Erik Bystrøm.

Toen Cort Nielsen op de drie bergjes van vierde categorie (ze hebben er geen echte in Denemarken) als eerste bovenkwam, stak hij zelfs zijn handen omhoog als bij een ritzege – typerend voor het enthousiasme in dit fietsland par excellence, waar iedereen zo happy is om voor het eerst de Tour te ontvangen.

De enige tegenvaller was de gevreesde Grote Beltbrug, waarvan Tourdirecteur Christian Prudhomme zo vurig een herhaling verwachtte van de spectaculaire waaieretappe langs het Zeeuwse Neeltje Jans in 2015. Het plaatje was best indrukwekkend: de achttien kilometer lange hangbrug over de straat die Seeland van Funen scheidt, is de op twee na langste ter wereld. Het is er zo winderig dat er normaal niet op gefietst mag worden.

Maar de windrichting – grotendeels pal op kop – liet geen spektakel toe, de val van de gele trui uitgezonderd. Toen van Aert achteraf om zijn mening gevraagd werd, zei hij doodeerlijk: ‘In deze omstandigheden was het gewoon saai. Een lange trainingsrit aan nog geen dertig kilometer per uur, zonder het publiek dat de rest van de dag zo leuk maakte.’

De brug baarde dus een muis, en de Tour kreeg zijn eerste massaspurt – of toch met de renners die de chaotische laatste kilometers zonder kleerscheuren doorstonden.

Een Hollands sprookje en het geel dat Belgisch blijft
Fabio Jakobsen.  Foto:  ISOPIX

Dankzij de osteopaat van 85

Maar als er al iemand in de verleiding zou komen die ontknoping wat saai te noemen – mensen die géén Nederlands spreken – dan nam Fabio Jakobsen die weg in zijn persconferentie achteraf. Een ontroerend beeld was het, die dolgelukkige jonge renner, nog gemarkeerd door het zware litteken over zijn voorhoofd, genietend en vol zelfvertrouwen. Weg is meteen de druk dat zijn team door voor hem te kiezen niemand minder dan Mark Cavendish thuis hield.

Of Fabio iemand in het bijzonder te bedanken had voor dit sprookje in het land van Hans Christian Andersen? ‘Mijn familie’, zei hij, ‘die me maandenlang heen en weer naar het ziekenhuis is blijven rijden tijdens mijn lange revalidatie. En Cor, mijn 85-jarige osteopaat. Mijn tanden heeft hij niet kunnen teruggeven, maar dankzij zijn handen werkt mijn lichaam weer als tevoren.’

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig