camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

recensie Roman

In de naam van de vader

Amélie Nothomb neemt met haar nieuwe roman op een ontroerende manier afscheid van haar vader Patrick, haar held, die in volle coronacrisis overleed.

zaterdag 2 juli 2022 om 3.25 uur

 belga

AMÉLIE NOTHOMB
Bloedlijn
Vertaald door Marijke Arijs, Xander, 176 blz., 20,99 €. Oorspr. titel: ‘Premier sang’

Naast Kuifje en chocolade moet Amélie Nothomb zowat het bekendste nationale exportproduct zijn. Van haar Elvis Pompilio-hoeden tot haar zin voor privacy, van haar liefde voor Brussel en haar zwarte humor tot haar vertellingen met een flinke lik surrealisme – Amélie loopt over van belgitude.

Ze heeft dat niet van vreemden. De Nothombs zijn al generaties vervlochten met de Belgische staat. Stamvader Jean-Baptiste Nothomb schopte het tot premier en stelde mee de Belgische grondwet op. Pierre Nothomb was politicus-dichter, Charles-Ferdinand Kamervoorzitter en Amélie’s vader Patrick was diplomaat en Belgisch consul. ‘Hij was een consul zoals je die droomt, zijn toewijding was ongelooflijk’, aldus zijn dochter. Een jonge Patrick bewees die inzet in het pas onafhankelijk geworden Congo. Met diplomatisch geduld redde hij het leven van honderden gegijzelde Belgen tijdens de Simba-opstand van 1964.

Toen de brave man in volle coronacrisis overleed, kon zijn dochter geen afscheid nemen op een fatsoenlijke begrafenis. Ze moest een alternatieve rouw bedenken. Dus deed Amélie wat ze altijd doet als er iets verwerkt moet worden: ze zette zich aan het schrijven. Daar kwam een teder levensverhaal van, Bloedlijn. Waar Nothomb in het eveneens biografische Dorst al schreef in de naam van de zoon (Jezus), schrijft ze hier in de naam van de vader. Niet van God maar van haar eigen vader, die een schat van een man was maar toch iéts te vrolijk om een heilige te zijn.

Landmijn

‘Een van de eerste dingen die ik mij herinner is mijn ongelooflijke levensvreugde’, zo begint Patricks verhaal. Het is een levensvreugde die ongepast is, want rond het knaapje heerst verdriet. Zijn vader trapte acht maanden na Patricks geboorte op een landmijn, zijn moeder is vastbesloten haar leven lang te rouwen en parkeert het overbodige kind bij haar ouders. Patrick herinnert zich het geklak van zijn moeders hoge hakken als ze weggaat na haar weekendbezoek, ‘een verrukkelijk geluid dat me ziek maakte van liefde’.

Toch zal Patrick naast gemis ook kindergeluk kennen: zijn vakanties mag hij doorbrengen bij zijn excentrieke grootvader-dichter Pierre op diens Ardense kasteel Pont d’Oye. Het is een sprookjesachtig decor waar de kasteelheer troont tussen een jongere echtgenote en de vele kinderen uit zijn twee huwelijken. De kinderen zijn ooms en tantes van Patrick, maar ze zijn nauwelijks ouder dan hijzelf en ze zijn wild, haveloos en ondervoed: ‘een horde Hunnen’, vindt Patrick.

In Pont d’Oye leert het zachtmoedige jongetje in bomen klimmen, ravotten, én overleven. Aangezien kinderen er tot hun zestiende nauwelijks te eten krijgen, leeft Patrick op droog brood en rabarbermoes. De ijzige winters op een onverwarmde zolder hardden zijn zwakke constitutie, de enige hygiëne die hij er kent is een zwempartij in het meer. Als hij weer thuiskomt in Brussel – mager, vuil en gekleed als een bedelaar – is zijn enige verlangen: terugkeren! En het mooiste souvenir is een stevige omarming van zijn grootvader: ‘Op dat moment realiseerde ik me hoe graag ik een vader had gehad.’

De snobistische reactie van grootvader Pierre – het meisje is niet goed genoeg voor de adellijke Nothombs – doet Patrick besluiten het ‘achterlijke wereldje’ van de Belgische elite achter zich te laten en in Congo diplomaat te worden

Patricks vaderwens wordt vervuld als hij als tiener zijn aanstaande leert kennen: haar vader is de nobele figuur die hij gedroomd heeft. De snobistische reactie van grootvader Pierre – het meisje is niet goed genoeg voor de adellijke Nothombs – doet Patrick besluiten het ‘achterlijke wereldje’ van de Belgische elite achter zich te laten en in Congo diplomaat te worden. Als hij in een hotel in Stanleyville gegijzeld wordt samen met honderden Belgen zal hij zijn zwijgzame aard moeten overwinnen om nacht na nacht te palaveren met de marxistische rebellen: ‘Ik was een hedendaagse Sheherazade: het leven van mijn landgenoten hing af van mijn welbespraaktheid.’

Patrick Nothomb overleeft het avontuur dankzij de gehardheid die hij kweekte op Pont d’Oye. En al is niet iedereen in de familie Nothomb het eens met Amélie’s portret van haar overgrootvader en zijn vreemde opvoedmethodes, het Ardense gedeelte is met gemak het hoogtepunt van de roman. Is dat niet altijd zo bij Nothomb? De kindertijd is een magische bubbel, een plek vol schoonheid, wreedheid en intense emoties.

Dat vader Nothomb een held was voor zijn dochter bewijst deze roman. Bloedlijn is een warm, delicaat, humoristisch portret. Het is geschreven in een uitgepuurde stijl die bedrieglijk eenvoudig lijkt maar die vooral intelligent is. Ja, ze heeft métier, Amélie Nothomb, en met het juiste woord op de juiste plaats exporteert ze hier naast belgitude vooral veel authentieke ontroering.

Niet te missen


LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen