Barbara Serulus, die dit recept uitwerkte voor De Standaard Magazine, noemt deze koekjes ook wel ‘confituurgrotjes’ of ‘duimkoekjes’ - omdat je met je duim de putjes duwt waarin je vervolgens confituur lepelt. Welke naam ze ook krijgen, deze koekjes hebben een schattige ambachtelijke charme die vrolijk maakt; en ze kunnen praktisch niet mislukken.

Voor een mooi zakje vol:

• 225 g boter

• 125 g suiker

• 1 ei

• 175 g tarwebloem

• 175 g amandelmeel (als je dit niet in huis hebt, vervang dit dan door evenveel tarwebloem)

• Een snuf zout

• Confituur naar keuze

1. Klop de boter en de suiker wit en luchtig met een handmixer gedurende drie à vier minuten. Voeg het ei toe en klop tot het volledig is opgenomen in het mengsel. Voeg in twee keer de bloem, het amandelmeel en het zout toe en klop op een lagere snelheid tot het deeg volledig homogeen is. Leg het deeg een uurtje in de koelkast.

2. Verwarm de oven voor tot 180 °C. Maak van het koude deeg kleine bolletjes en plaats ze ver genoeg uit elkaar op de bakplaat. Maak met je duim in elk bolletje een kuiltje. Vul de kuiltjes met een half koffielepeltje confituur. Bak de koekjes 15 minuten tot ze bruin worden bovenaan. Laat afkoelen op een rooster en bewaar nadien luchtdicht.

TIP: Wil je toch wat extra spektakel? Je kunt de koekjes voor je het kuiltje maakt even in wat gehakte noten dippen. Zo krijg je rond het confituurpoeltje een randje van krokante nootjes.

Foto: Tine Lejeune

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig