België krijgt ontsporende begroting niet onder controle
Het Planbureau voorspelt dat de gezinnen meer van hun inkomen gaan oppotten dan voor de crisis.   Foto:  Marc Herremans

Het Belgische overheidstekort blijft tot 2027 hangen rond de vijf procent van het BBP en de werkzaamheidsgraad blijft ver verwijderd van de magische tachtig procent. Het Planbureau is een pak pessimistischer dan een paar maanden geleden.

Midden april beloofde de regering nog aan Europa dat het Belgische begrotingstekort in 2025 zou uitkomen op 2,7 procent van het BBP. Dat is onder de magische grens van 3 procent die de Europese Commissie traditioneel gebruikt om de begrotingsdiscipline van lidstaten te beoordelen. De Belgische regering baseerde zich daarvoor op de vooruitzichten die het Federaal Planbureau in februari bekendmaakte. Dat was een scenario waarin de omvang van de Oekraïnecrisis en de aanhoudende inflatie niet in rekening werden gebracht. Het was toen al duidelijk dat het stabiliteitsprogramma en de begrotingscontrole op drijfzand werden gebouwd.

Van dat februari-scenario schiet intussen niets meer over. Volgens het Planbureau zal het begrotingstekort in 2025 uitkomen op 4,8 procent. Ook de jaren nadien zal het tekort rond de vijf procent blijven hangen. Voor dit jaar wordt het tekort geraamd op 4,7 procent van het BBP. Dat is dan weer een stuk beter dan aan Europa was beloofd.

Onrustwekkend daarbij is dat tegen 2027 alle bijzondere uitgaven, zoals die voor de bestrijding van covid en de inflatie, de opvang van de Oekraïners en het relanceplan, uit de cijfers verdwenen zijn. Toch blijft het tekort ook dan nog op bijna vijf procent hangen. Het primair tekort zakt een klein beetje, maar België zal meer en meer moeten uitgeven aan interesten op haar schuld. De rente gaat omhoog en de schuld zelf stijgt ook door naar 114 procent van het BBP in 2027.

De inflatieschok remt de groei van de Belgische economie af. De Belgische inflatie bereikte bijna 9 procent in mei 2022. Verwacht wordt dat ze daarmee haar piek heeft bereikt en geleidelijk zal dalen vanaf midden 2022. De inflatie zou op jaarbasis in 2022 8,1 procent bedragen en in 2023 afkoelen tot 3,5 procent. Ze zou nadien nog verder afnemen van 1,8 procent in 2024 tot 1,6 procent in 2027. Terwijl het Planbureau eerder nog uitging van een groei van 3 procent van het BBP dit jaar, is dat vandaag 2,6 procent. Volgend jaar wordt dat 1,3 procent van het BBP in plaats van 1,9 procent, om de jaren nadien te stabiliseren tussen de 1,6 en 1,4 procent.

Indexering werkt

Het Planbureau stelt wel vast dat macro-economisch gezien de automatische indexering van lonen en uitkeringen en de regeringsmaatregelen om de koopkracht te ondersteunen hun werk doen. Het reële beschikbaar inkomen van de gezinnen zal in 2022 met 0,5 procent stijgen. Volgend jaar zou die stijging zelfs 2,4 procent bedragen. Achter dat macro-economisch cijfer gaan natuurlijk grote verschillen schuil. Er zijn ook gezinnen die verarmen. Het Planbureau voorspelt dat door alle onzekerheden de gezinnen meer van hun inkomen gaan oppotten dan voor de crisis. Dat doet de economie geen goed.

De werkzaamheidsgraad blijft volgens het Planbureau in 2027 steken op 73,5 procent. Een heel eind dus van de magische tachtig procent waarbij volgens alle politieke partijen alle problemen, waaronder dat van de begroting, verdwijnen als sneeuw voor de zon. Vivaldi heeft zonet in een derde onderhandelingsronde een definitief akkoord bereikt over de arbeidsdeal, maar volgens alle specialisten volstaat dat niet om de grens van tachtig procent te halen.

Wist je dat je ook zonder abonnement elke maand 3 betalende  plus-artikels kunt lezen?

Meld je aan en lees gratis ›

Vul je e-mailadres en wachtwoord in