camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

uitstelgedrag

Studeren? Dat doe ik morgen wel

Examens! Je ploft met een zucht achter je bureau. Eerst nog enkele samenvattingen opzoeken, denk je, en dan begin ik écht met studeren. Waarna je nog een uur door Instagram scrolt, naar de nieuwe aflevering van je lievelingsserie kijkt en het al tijd is voor de middagpauze. Klinkt het herkenbaar? Dan is het hoog tijd om je uitstelgedrag aan te pakken.

donderdag 9 juni 2022 om 3.25 uur

 Trui Chielens

Het is juni, de maand die synoniem is met examens. Ook wie niet aan het blokken is of de schoolbanken al lang achter zich heeft gelaten, kan zich inbeelden hoe beangstigend die metersdikke syllabus is of het lege Word-document waarin binnen een week een verhandeling moet staan. Wat doe je dan als de zon verleidelijk schijnt en je tijdens de wandeling naar de supermarkt een vriend tegen het lijf loopt? Eén terrasje om wat bij te praten moet wel kunnen, toch? Er zijn nog enkele dagen tot het volgende examen.

Het mag niet verbazen dat u zichzelf herkent in deze beschrijving. Volgens professor Piers Steel van de Universiteit van Calgary kampt zo’n 20 procent van de bevolking met uitstelgedrag, en bij studenten loopt dat aantal zelfs op tot 80 procent.

Een van hen is Thibeau, die de educatieve masteropleiding in de talen volgt (om ­latere sollicitaties niet negatief te beïnvloeden wil hij zijn volledige naam niet in de krant). ‘Ik zou nu aan mijn thesis moeten werken, maar in mijn pauze begin ik te ­gamen of open ik Tiktok en plots is er twee uur voorbij.’ Ook voor Catho Creemers, die het postgraduaat Korean Studies volgt, ­bestaat de blok uit veel, behalve uit blokken. ‘Ik kijk veel naar series en sociale ­media zijn mijn grootste vijand. Soms doe ik ook andere klusjes, zoals e-mails beantwoorden of schoonmaken, zodat ik me minder schaam. Maar in feite schuif ik de belangrijke taken steeds voor me uit.’

Vooruitsteller

Toen de vraag kwam of ik iets kon schrijven over uitstelgedrag ‘omdat iedereen daar weleens mee kampt’, dacht ik: iederéén? Ik doe net het tegenovergestelde. Ik schurk niet tegen de deadline aan en presteer niet goed onder druk. Ik voel juist de druk om meteen te beginnen en een taak vroegtijdig af te werken, zodat ik ervan af ben. Weer een vinkje op mijn to-dolijst. Misschien ben ik wel een vooruitsteller?

   • Column | Het uitstelgedrag van Randy Newman

Maar wacht even. Heb ik vorige week niet aan mijn huisgenoot bekend dat ik niet zo stipt ben met schoonmaken omdat niemand doodgaat van een beetje stof? En wat met de tandartscontrole? Op werkvlak ben ik dan misschien geen uitsteller, helemaal vrij van zonden ben ik ook niet.

Er zijn namelijk verschillende gebieden waarbinnen je uitstelgedrag kunt vertonen, zo las ik in Eerste hulp bij uitstelgedrag van Tanja van Essen en Henri C. Schouwenburg: je kunt alledaagse klusjes negeren (de afwas), persoonlijke doelen (een ­fitnessbeurt) of verantwoordelijkheden ­tegenover anderen (een vergadering). Die eerste categorie klinkt me vertrouwd in de oren. De keuze tussen een duik in een zwemvijver of een lenteschoonmaak is snel gemaakt.

Iedereen stelt dus weleens iets uit, of dat nu bewust of onbewust gebeurt. Daar zit de accu van het brein voor iets tussen, verklaart timecoach Ellen Vandevyvere van The Time Hub. ‘Telkens als we beslissen om aan een taak te beginnen, moeten we een keuze maken en dat vraagt veel energie. Bovendien is ons brein nogal lui en willen we de capaciteit zo efficiënt mogelijk besteden. Als we kunnen kiezen, zijn we dus geneigd om voor de gemakkelijke optie te gaan. Zo ontstaat uitstelgedrag.’

Niet zo lui

Want waarom zou je voor moeilijk kiezen als het ook makkelijk kan? Klinkt logisch, maar er zit meer achter uitstelgedrag dan luiheid. Joke Vanhoudt, studiecoach aan de KULeuven, geeft workshops rond timemanagement. Ze hoort er allerlei smoesjes om niet te moeten studeren. ‘“Ik heb maar een halfuur tijd dus dat is niet de moeite”, zeggen de studenten dan. Of “wat ik in de paasvakantie leer, ben ik vergeten tegen de examens”, en “ik kan alleen studeren in optimale omstandigheden en de omstandigheden zijn nooit optimaal”.’

Veel excuses zijn terug te brengen tot een paar grote oorzaken van uitstelgedrag, meent Vandevyvere. ‘Ten eerste stellen we dingen uit omdat we er geen zin in hebben. We staan niet te springen voor ­elke opdracht op onze to-dolijst – denk maar aan de vuilniszakken buitenzetten.’ Ook studeren is niet de meest plezante tijdsbesteding. Vanhoudt: ‘Een Netflix-serie is instantontspanning, terwijl er bij studeren uitdagingen komen kijken. Je hebt veel motivatie nodig om te kiezen voor iets waarbij de beloning pas na enkele maanden komt.’

‘Ons brein is nogal lui en we willen de capaciteit zo efficiënt mogelijk besteden. Als we kunnen kiezen, zijn we dus geneigd om voor de gemakkelijke optie te gaan’ Ellen Vandevyvere  Timecoach

Ook faalangst kan belemmerend werken. ‘Je wilt iets heel goed doen en net daardoor stel je het uit’, zegt Vandevyvere. ‘Je kunt immers niet falen als je niet begint.’ Elke Nielsen, masterstudent bedrijfskunde, herkent het helemaal. ‘Sommige mensen schieten in gang als de deadline nadert. Ik loop dan vast. De stress werkt verlammend en ik kan letterlijk in slaap vallen. Of ik begin tergend traag te werken.’

Creemers wordt dan weer vooral geplaagd door haar perfectionisme. ‘Ik wil dat een taak meteen goed is, dus blijf ik wachten op de perfecte mindset. Dat kan al eens uit de hand lopen. Zo heb ik vorig jaar mijn thesis heel erg uitgesteld, waardoor ik vaak om negen uur ’s avonds begon en pas rond vier uur ’s ochtends stopte.’

Bij Thibeau gaat het nog verder. Hij zette zijn thesis vorig jaar in gang, deed er toen amper iets voor en heeft ze nu opnieuw uitgesteld naar de herexamens. ‘Ik weet dat ik er op tijd aan moet beginnen, maar het is zoiets abstracts dat het bijna eng wordt. Als ik er nog maar aan denk, kan ik zo overweldigd worden dat ik blokkeer.’ Het is geen wonder dat juist die grote taken leiden tot uitstelgedrag, zegt Vandevyvere. ‘Een typisch voorbeeld is de ­garage opruimen. Dat komt er vaak niet van omdat het een onoverkomelijke berg werk lijkt. Het is dan ook niet één taak, maar een groter project: je moet kijken wat er in de garage zit, opruimen, naar het con­tainerpark gaan ...’

Natuurlijk is uitstellen niet alleen zuchten en stressen. Je kent vast ook een optimistische uitsteller, die persoon die denkt ‘dat er nog tijd genoeg is’ en ‘dat het wel zal lukken’. Jan Devriendt, masterstudent rechten, voelt zich aangesproken: ‘Het is al een paar keer nipt geweest, toen ik enkele minuten voor deadline mijn taak in­gediend heb, maar ik ben nog nooit echt ­tegen de lamp gelopen. Daarom geloof ik dat het ook nu wel goed komt.’

Op hotel

Victor Hugo vroeg aan zijn bediende om zijn kleren te verstoppen opdat hij niet op stap zou kunnen gaan tijdens zijn werkuren. Ook auteur Douglas Adams was een meesteruitsteller. Enkele weken voor de deadline van het vierde deel van The hitchhiker’s guide to the galaxy had hij nog maar 25 pagina’s geschreven. Het kwam zelfs ­zover dat zijn redacteur hem drie weken in een hotelsuite opsloot zodat hij zijn werk niet langer kon negeren. Is het ook mogelijk om de schade te herstellen als je het hele jaar je studiewerk hebt uitgesteld? ‘Vlak voor de examens kun je dat amper rechttrekken’, zegt Vanhoudt bedenkelijk. ‘Er is dan geen tijd meer om stil te staan bij de oorzaken van het uitstelgedrag en er systematisch aan te werken. Het is eerder een kwestie van wat er nog te redden valt: welke planning is nog haalbaar? Welke vakken kun je eventueel schrappen?’

Toch is het besef dat je een uitsteller bent al een cruciale stap. ‘Het is belangrijk dat studenten hun uitstelgedrag opmerken en openstaan voor hulp. Vaak hoor je het excuus “Ik ben nu eenmaal zo”, maar er is altijd groeimarge. Zelfs extreme uitstellers kunnen de harde kantjes eraf vijlen door op zoek te gaan naar tips die voor hen ­werken.’

7 tips tegen uitstelgedrag

1. Begin met vijf minuten

Ellen Vandevyvere: ‘Een van de grootste uitdagingen bij uitstelgedrag is beginnen. Daarbij helpt de 5 minuten-regel. Spreek met jezelf af om vijf minuten aan de taak te werken. Zo bedrieg je je brein, want vaak doe je toch voort zodra je bezig bent.’

2. Eet een kikker

Mark Twain zei ooit dat als je ’s ochtends een levende kikker eet, je met een voldaan gevoel de dag kunt voortzetten. Die kikker is immers toch het ergste wat je kon overkomen. Met andere woorden: begin met de taak die de grootste impact heeft op je leven – de taak die je waarschijnlijk zou uitstellen.

3. Stap voor stap

Vandevyvere: ‘Een truc om een overweldigende taak aan te pakken is om die op te splitsen in kleinere, behapbare stukken. Wat is een stap die je vandaag al kunt zetten?’ Elke Nielsen maakt bij een paper bijvoorbeeld eerst een schema met tussen­titels en puntjes. ‘Uiteindelijk staat de structuur van de tekst er al en moet ik die gewoon nog invullen.’

4. Visualiseer je vooruitgang

‘Wat mij ook helpt, is om een tijdlijn te tekenen waarop ik alle deeltaken schrijf. Telkens als een onderdeel af is, mag ik een vakje kleuren’, vertelt Nielsen. ‘Bij lange projecten, zoals een thesis, is het moeilijk om het geheel te overzien. Het is dan geruststellend om te zien hoeveel ik al ben vooruitgegaan, ook al is er nog geen eindresultaat.’

5. Schakel hulp in van buitenaf

Dat zelfstudie niet bevorderlijk is voor uitstelgedrag, heeft corona bevestigd. Wat Jan Devriendt helpt, is de sociale druk van de bibliotheek. ‘Als ik een plaats reserveer in de bieb, moet ik wel op tijd beginnen, want wie te laat komt, mag niet meer binnen.’

6. Leg jezelf deadlines op

Veel uitstellers beweren dat ze tot het laatste moment wachten omdat ze productiever zijn onder druk. Hoe zit het dan met zelf opgelegde deadlines? Joke Vanhoudt: ‘Dat verschilt heel erg. Sommige mensen krijgen het gevoel constant te falen doordat ze de deadlines net niet halen. Voor anderen zorgen ze voor een gevoel van controle: oké, dat stukje heb ik al gedaan.’ Het is wel belangrijk om er een sanctie aan te koppelen, benadrukt Vandevyvere. ‘Anders is de deadline te vrij­blijvend en kun je die makkelijk negeren.’

7. Maak er een spel van

Vandevyvere: ‘Maak een feestje van de taken waar je tegen opziet. Ik doe dat bijvoorbeeld bij mijn facturen. Die waren lang een ramp omdat ik het als iets saais zag. Nu plan ik iedere maand een finan­ciëndate in een koffiebar met een stuk taart, waardoor het iets is om naar uit te kijken. Ik werk misschien minder efficiënt, maar dat maakt niet uit, want ik ben de boekhouding wél aan het doen.’ (mt)

Niet te missen


LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen