Hoe verder van Brussel, hoe lager het loon
Dokwerkers aan de haven van Antwerpen.  Foto:  Jimmy Kets

In de hoofdstad worden de hoogste lonen betaald, maar niet aan arbeiders. Die zijn in Limburg het beste af.

Arbeiders verdienen het meest in Limburg. Dat blijkt uit cijfers van SD Worx, het bedrijf dat voor veel ondernemingen de loonadministratie uitvoert. Het heeft de gegevens van 400.000 Belgische loontrekkenden in de privésector uitgesplitst op basis van de provincie waarin zij aan de slag zijn.

Het mediane arbeidersloon in Limburg bedraagt bruto 2.805 euro. De helft van de Limburgse arbeiders verdient meer, de andere helft minder. Het mediane loon in Limburg ligt 300 euro hoger dan in Brussel, waar arbeiders het minst verdienen. Dat laatste is opmerkelijk, omdat in Brussel de lonen voor bedienden wel het hoogst liggen.

Het verschil is wel te verklaren. Limburg heeft heel wat industriële werkgelegenheid, met bijvoorbeeld staalbedrijf Aperam en chemiebedrijven Tessenderlo Group en Vynova. De werkloosheid is er met 5,6 procent vrij laag, waardoor de arbeidskrapte een groter probleem is dan in Brussel, waar 14,7 procent van de beroepsbevolking zonder werk zit. Na Limburg zijn de arbeiderslonen het hoogst in Antwerpen en Oost-Vlaanderen, twee provincies met aanzienlijk industriële werkgelegenheid.

Aanpassing aan levensduurte

De regionale verschillen zijn voor de arbeiderslonen overigens kleiner dan voor de bediendenlonen. Het mediane loon voor een bediende die in Brussel werkt, bedraagt 3.911 euro, ruim 1.000 euro meer dan in Namen, waar de mediaan op 2.742 euro ligt.

Als arbeiders en bedienden samen genomen worden, liggen de lonen het hoogst in Brussel en dalen ze naarmate de werkplek verder van de hoofdstad verwijderd is. In Vlaams- en Waals-Brabant is het verschil met Brussel het kleinst, in Luxemburg het grootst. In alle Vlaamse provincies zijn de mediane lonen hoger dan in de Waalse provincies, op Waals-Brabant na.

SD Worx heeft ook in kaart gebracht hoeveel de mediaanlonen gestegen zijn als gevolg van de automatische aanpassing aan de levensduurte. Sinds 2018 zagen werknemers bruto 330 euro extra op hun loonbriefje verschijnen. Alleen al in de eerste drie maanden van dit jaar kwam er 109 euro bij.

De cijfers zijn gebaseerd op brutolonen voor de werknemer, zonder vakantiegeld, eindejaarspremie en premies voor onregelmatig werk. De gegevens houden rekening met de samenstelling van de Belgische bevolking naar statuut, geslacht, leeftijd, sector en bedrijfsgrootte.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig