Deze vijf boeken van Jeroen Brouwers moet u gelezen hebben
  Foto:  rr

‘Jeroen Brouwers schrijft een boek, en hij weet hoe dat moet’: De Mens zingt het al lang. Als u het ook wil ontdekken, zijn dit vijf tips.

Bezonken rood (1981). Beknopte, hartverscheurende roman over Brouwers en zijn moeder, vooral over hun gevangenschap in een Japans gevangenenkamp op Indonesië. In Frankrijk bekroond met de Prix Fémina Etranger 1995.

De laatste deur (1983, heruitgegeven in 2017). Wat essayistiek betreft, is De laatste deur Brouwers’ magnum opus. De herziene editie uit 2017 telt 1.200 bladzijden prachtige essays over zelfmoord in de Nederlandse letteren.

Kroniek van een karakter (1987). Brouwers correspondentie met collega’s, vrienden en soms ook vijanden. In zijn brieven laat Brouwers zich stilistisch helemaal gaan, wat ze ongekunsteld spontaan en een feest om te lezen maakt.

Het hout (2014). Een pijnlijk schrijnende roman over een katholiek jongenspensionaat in de jaren 50, waar seksueel misbruik en sadistische vernederingen aan de orde van de dag zijn. De jonge broeder Bonaventura is er getuige van, maar zwijgt.

Cliënt E. Busken (2020). Een 84-jarige parkinsonpatiënt komt tegen zijn wil in een verzorgingstehuis terecht. Spreken doet hij niet meer – hij houdt zich doofstom uit verzet tegen wat hem overkomt – maar in zijn hoofd gulpt een lavastroom van razende taal, die tegelijk striemend en geestig is. Veroordeeld tot zijn rolstoel, waarin zijn door tremor geteisterde lijf vastgeriemd zit, fulmineert hij erop los en fabuleert hij over zijn voorbije leven en liefdes. Hij neemt zijn toevlucht tot barokke volzinnen om te bewijzen dat hij alles nog onder controle heeft. Maar daaronder voel je zijn machteloosheid en kwetsbaarheid.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig