camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

reeks De strijd om het bord

Waar is de insectenburger gebleven?

Hij was even een hype, maar de consument lustte hem niet. En dus verdween de insectenburger weer. Maar dat hoeft niet het einde te betekenen van onderzoek naar insecten als bron van eiwitten. ‘Als mensen ze niet herkennen, zullen ze ze wel eten.’

Door Tom Ysebaert

Foto’s Sebastian Steveniers

maandag 9 mei 2022 om 3.25 uur

Insecten zetten hun voeding beter om in nuttige eiwitten dan andere dieren. 

Vlees of vegan?

Tegen 2050 neemt de ­wereldbevolking toe tot 10 miljard. Hoe ­kunnen we die mensen voeden zonder meer bos in landbouwgrond om te zetten? De helft van het leefbare land wordt al door landbouw ­ingepalmd.

De uitdaging om de ­wereld te voeden gaat bovendien gepaard met een zware reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Zo’n kwart van de wereld­wijde CO2-uitstoot is afkomstig van de landbouw. Als de ­hele ­wereld een westers vlees­dieet ­nastreeft, volstaat de planeet niet om haar te voeden.

In deze reeks ­onderzoekt De Standaard in welke mate de consument en ­de industrie de shift naar een plantaardig dieet moeten ­maken.

‘Het voedsel van de toekomst.’ ‘Waarom ­iedereen insecten moet eten.’ Rond 2014 klonken de boodschappen veelbelovend. Voeding op basis van insecten ging gouden jaren tegemoet. Er was een invloedrijk ­rapport van de FAO, de voedselorganisatie van de VN, uitgekomen. Insectenburgers doken op in de supermarkt, ze werden op festivals geserveerd.

Maar nadien werd het stil. De winkels haalden de producten weer uit de rekken, een insectenrestaurant in Gent stond snel over te nemen, producenten en kwekers gooiden de handdoek.

‘Ja, het was een hype, en die is over­gewaaid’, zegt Jeroen De Smet, onderzoeker aan de KU Leuven. ‘Wat stond de doorbraak in de weg? Allereerst de prijs. Als zo’n burger het dubbele kost van een gewone, laten consumenten hem links ­liggen’. En er was de wetgeving rond voedselveiligheid. Aanvankelijk bestond er in ­enkele landen, waaronder België, een ­gedoogbeleid. Nadat Europa in 2018 beslist had dat insecten voor voeding eerst een goedkeuring moesten krijgen, is er vertraging opgetreden.

‘De helft van de consumenten wil best wel eens verwerkte meelwormen wil proberen. Dat is een grote sprong’ Joachim Schouteten Bio-ingenieur (UGent)

Maar er is zespotig leven na de hype. Sinds kort staat in de EU het licht op groen voor drie soorten insecten die voor menselijke consumptie gebruikt mogen worden. De treksprinkhaan, de huiskrekel en de ­gele meelworm (ofte de larve van de gele meeltor). En er lopen nog negen aan­vragen.

Gehakt voor spaghettisaus

Al die insectensoorten worden bestudeerd op de campus Geel, waar zowel de KU Leuven als de hogeschool Thomas More ­onderzoek verricht naar eetbare insecten. Ze onderzoeken er hoe de kweek van de beestjes efficiënter, veiliger en nog duur­zamer kan.

Hun pronkstuk is het insectengehakt dat in pakweg spaghettisaus kan dienen. ‘We leggen dat nu voor aan proefpanels in Denemarken en Portugal, twee landen die aan hetzelfde Europese onderzoeksproject deelnemen. Zij staan voor de noordelijke en de zuidelijke eetcultuur. Ooit proberen we het ook in Vlaanderen uit, hoor’, zegt ­Jeroen De Smet.

   • Spaghettisaus met insectenballetjes, iemand?

Aan de andere kant van het land trekt het West-Vlaamse onderzoekscentrum ­Inagro aan de kar. Daar zijn ze aan de slag met drie soorten: de meelworm, de zwarte soldatenvlieg en de huiskrekel. De focus: met zo weinig mogelijk input zo veel ­mogelijk insecten kweken van hoge ­kwaliteit.

‘Wij richten ons op insecten als alter­natieve bron van eiwitten, niet specifiek op humane voeding’, laat onderzoeker Carl Coudron weten. Andere afzetmarkten zijn voeder voor huisdieren – kat, hond, reptiel, zangvogels – voeder voor kippen en ­varkens of aquacultuur.

Geen weiland nodig

De troeven die insecten hebben, staan niet ter discussie. De kwaliteit van hun eiwitten is in principe vergelijkbaar met die van gangbaar vlees. Wat ze eten, zetten insecten beter om in nuttige eiwitten dan andere dieren. Ze groeien snel en hebben veel nakomelingen. En de kweek behoeft geen weiland en veel minder water: dat kan in bakken in kweekstations, de zogeheten ‘verticale boerderijen’, ook in een stedelijke omgeving.

De kweek kan gebeuren op reststromen van andere sectoren, zoals de voedings­industrie of de landbouw. Of die rest nu van prei, witlof of bieten komt: insecten zijn alleseters. Meer nog, hun afval kan op zijn beurt als bodemverbeteraar gebruikt worden. Van een kringloop gesproken.

Insecten kweken vergt warmte, en energie is duur vandaag. 

Al die factoren maken dat deze ecologische voetafdruk kleiner is dan die van ­klassieke veeteelt.

Er blijven ook minder gunstige factoren. Insecten kweken vergt warmte, en energie is duur vandaag. Bij de verwarming komen ook broeikasgassen vrij. ‘Maar ook op dat vlak dienen er zich oplossingen aan’, meent De Smet. ‘De Franse kweker Innovafeed, een van de grotere, heeft een fabriek naast twee andere bedrijven. Van de eerste buur betrekt het reststromen waarop zijn insecten zich voeden. Van de tweede krijgt het restwarmte. Dat lijkt mij het model van de toekomst. Het kan ook in Vlaanderen toegepast ­worden.’

Uitdaging voor pioniers

Investeerders zien er brood in. Volgens de belangenorganisatie Ipiff werd er al meer dan 1 miljard euro geïnvesteerd in de ­sector. Het Franse bedrijf Ÿnsect haalde 330 miljoen euro op en wil in Amiens de grootste kwekerij ter wereld bouwen. ­Volgens een studie van de Rabobank zou de productie van insecten-eiwit voor ­veevoer groeien van 10.000 ton in 2020 naar 500.000 ton in 2030. ‘De experimentele ­fase ligt achter ons’, is De Smet stellig.

Dat gaat alvast op voor wat het buitenland betreft. In eigen land zit de insectenkweek nog in de marge – de grote kwekers vind je in Nederland en Frankrijk. In België zijn er 14 bedrijven in actief, vernemen we bij het Departement Landbouw & Visserij. West-Vlaanderen spant met vier kwekers de kroon. De meelworm is de meest ­geproduceerde soort. Voeding voor ­huisdieren is tot dusver de belangrijkste markt.

Onderzoeker Jeroen De Smet (KU Leuven) in zijn labo in Geel. 

Inagro begeleidt landbouwers die de overstap naar insecten willen maken. ­‘Kippen- en varkensstallen, champignonkweekcellen, loodsen of serres zijn prima locaties om insecten te produceren,’ zegt Carl Coudron. ‘Maar zo’n zaak opstarten en rendabel maken is complex. De meeste starters hebben geen ervaring met insecten. Het vraagt een aanzienlijke investering, iets voor pioniers die houden van een uitdaging.’

Garnalen en mosselen

Stel: Europa zet alle lichten op groen, de energiekwestie raakt opgelost, de prijs van de afgewerkte producten zakt. Dan blijft de vraag: zal de consument pap lusten van die larven en andere diertjes? Elders in de ­wereld worden er zowat 2.000 insectensoorten geconsumeerd, maar voor westerse smaakpapillen lijken ze nog een stap te ver.

‘Op proeverijen stuiten we aanvankelijk vaak op enige weerzin’, zeggen Michiel en Anneleen Van Meervenne van Kriket (zie ­inzet). ‘Maar we zetten de mensen aan het denken. Je eet toch ook garnalen en mosselen? En waar komt je biefstuk of kotelet vandaan? Als ze dan proeven, zeggen ze meestal dat het meevalt. Het is op die ­verandering in de hoofden dat wij ­mikken. Er is niet alleen terughoudendheid, er ­bestaat ook veel nieuwsgierigheid. Daar zit onze kans.’

Als insecten niet herkenbaar zijn in een product, verlaagt dat de drempel aanzienlijk. 

De bereidwilligheid van de consument wordt geregeld gepolst. Uit een Zwitserse onlinestudie in zeven Europese landen, waaronder België, blijkt dat zowat een op de drie respondenten bereid is voedsel tot zich te nemen dat hele, zichtbare insecten bevat. Ongeveer zeven op de tien willen voeding met insectenmeel erin verwerkt eten, leert de studie, die op 15 mei gepresenteerd wordt.

Onderzoek van de Hogeschool Gent in opdracht van Kriket kwam tot vergelijkbare resultaten. Een op de drie Vlamingen gaf daarin aan al minstens één keer insecten gegeten te hebben. Vooral als de insecten niet herkenbaar zijn in het product, ­verlaagt dat de drempel aanzienlijk.

Gezondere chips

Er zit evolutie in onze appreciatie, zo merkt Joachim Schouteten (UGent), als bio-ingenieur gespecialiseerd in innovatieve voeding. ‘Uit een onderzoek dat de UGent deed in 2015, bleek dat een vijfde van de consumenten ervoor open stond. Uit een recente bevraging, die nog gepubliceerd moet worden, komt naar voor dat al de helft best wel eens verwerkte meelwormen wil proberen. Dat is een grote sprong.’

Maar vooraleer insecten dagelijkse kost zijn, hebben de producenten nog werk, meent Schouteten. Aan textuur, mond­gevoel, smaak. ‘Geroosterde meelwormen die als snack genuttigd worden? Het kan, maar het zal een grote cultuuromslag ­vergen’, meent de onderzoeker. ‘Daar is tijd voor nodig. De toekomst zit volgens mij toch meer in de verwerkte producten.’

Zelf richt Schouteten zich op consumentenonderzoek naar gebruik van vetten. ‘Het meeste potentieel wordt aan de eiwitten toegedicht, maar er zitten nog altijd aardig wat vetten in de reststoffen van de insectenproductie. Het is zonde die weg te gooien. De eerste toepassing is ook hier dierenvoer, maar menselijke consumptie is mogelijk. Het kan in wafels of ander gebak gebruikt worden zonder smaakverschil en met zelfs een gezondheidsbonus. Chips ­gebakken in insectenvet, het moet kunnen.’

 

De les: laat de heilige drievuldigheid ongemoeid

Hun krekelreep en granola vind je bij Bio­planet, in sommige Aveve-winkels en bij AS Adventure. Broer en zus Michiel en ­Anneleen Van Meervenne zijn de drijvende krachten achter het Brusselse Kriket, de ­bekendste inlandse maker van producten op basis van insecten. Ze sloten onlangs een samenwerking met Colruyt.

Kriket zag het licht in 2018, nadat geld was opgehaald via crowdfunding. ‘Wij hebben geleerd uit de fouten van de hype van 2014’, zegt Anneleen Van Meervenne. ‘Zo’n insectenburger nam meteen een derde van het klassieke bord – groenten, vlees, aardappelen – in. De impact daarvan was groot. Daarom kozen wij voor een reep, een snack, omdat die de heilige drievuldigheid onaangeroerd laat. Mensen zullen het zo sneller uitproberen.’

Nu is het motto bij Kriket: traag en gestaag. Ze begonnen met één reep, met 5 procent gemalen krekel. Toen die aansloeg, breidden ze het assortiment uit. Op termijn zullen ze het insectengehalte ook opdrijven.

De doelgroep is de flexitariër die nadenkt over zijn voeding. Veganisten zullen wellicht nooit toehappen. De productie loopt inmiddels op tot 400.000 repen. Ze zetten ook in Frankrijk en Nederland af, verdelers uit Oostenrijk en Ierland kloppen aan.

Kriket kweekt zijn krekels niet zelf. Het deed daarvoor aanvankelijk een beroep op het al even Brusselse Little Food, maar dat ging overkop. Vandaag halen ze hun krekels in Nederland, bij Albinsecta, gerund door een zoon van een kippenboer. Dat treft: ook de vader van Michiel en Anneleen is een ­kippenhouder.

‘In Vlaanderen vonden we ­helaas geen kweker die ver genoeg gevorderd was en ­gecertificeerd voor wat wij ­nodig hadden’, zegt Michiel. ‘Maar als ­Brussels bedrijf ­hopen we dat het er ooit weer van komt, dat hier in plaats van ­spruitjes krekels gekweekt worden.’ (ty)

   • Wie maalt om een beetje krekelmeel?

De podcasts van De Standaard