Bij een Russische luchtaanval op een school in de Oekraïense provincie Loehansk zijn 60 burgers gedood. Dat heeft de Oekraïense president Volodimir Zelenski zondag gezegd tijdens een tussenkomst via videoconferentie op een G7-top.

De aanval op de school in Bilohorivka vond zaterdagmiddag plaats. Op dat moment bevonden zich in het gebouw tientallen mensen die beschutting zochten tegen het oorlogsgeweld. Eerder had ook gouverneur Sergej Hajdaj al gemeld dat de aanval een zestigtal doden eiste. Volgens hem zaten er in totaal 90 mensen in de school van wie er 27 werden gered.

De mensen zochten beschutting tegen het oorlogsgeweld in de school, maar door het bombardement brak er brand uit en stortte het gebouw in. Wie nog onder het puin lag, is waarschijnlijk overleden, stelde de gouverneur. Er werden al twee lichamen vanonder het puin gehaald.

‘Door de aanvallen was het voor de reddingsdiensten onmogelijk om er ’s nachts te werken. Ze zouden de site hebben moeten verlichten, wat nieuwe bombardementen zou hebben aangetrokken’, legde de gouverneur zondag uit. ‘De reddingsdiensten zijn er nu aan het werk en hebben zich ook naar het naburige dorp Tsjepyliivka begeven, waar een granaat een huis heeft getroffen waarin elf mensen zich bevonden’, zei Hajdaj nog. De kans dat die mensen het overleefd hebben, is groter: ze bevonden zich op dat moment in een kelder.

‘Burgers betalen hoogste prijs’

Secretaris-generaal Antonio Guterres van de Verenigde Naties heeft inmiddels geschokt gereageerd op het dodelijke bombardement. Hij herinnerde er nogmaals aan dat zelfs in tijden van oorlog burgers en civiele infrastructuur altijd moeten worden ontzien en merkte op dat de aanval opnieuw bewijst dat ‘in dit conflict, net zoals in zovele andere conflicten, het de burgers zijn die de hoogste prijs betalen’.

 

Je wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld je aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig