camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

 economie

Wordt dit de oliecrisis van de 21ste eeuw?

De combinatie van hoge brandstofprijzen, oplopende inflatie en recessiedreiging roept herinneringen op aan de oliecrisis van de jaren 70. Toch zijn er grote verschillen.

maandag 2 mei 2022 om 14.55 uur

Ruiters op de hoek van de Gemeentestraat en het Astridplein, in Antwerpen, tijdens de autoloze zondag van 18 november 1973. gva

‘Angstaanjagend’, zo betitelt communicatie-expert en econoom Peter De Keyzer de gelijkenissen die hij ziet tussen de huidige situatie en die van eind jaren 70 en begin jaren 80 van de vorige eeuw. In een tweet vat hij de overeenkomsten bondig samen: ‘Energieschok, ontsporende lonen, oplopende schuld, verlies competitiviteit en zwakke regeringen.’

De Keyzer is niet de enige de parallellen ziet tussen de situatie nu en die ten tijde van de zogenaamde oliecrisis. ‘Deze oorlog laat echo’s weerklinken van de olieschok uit de jaren 70’, schreef de Britse krant Financial Times enkele weken geleden. Verscheidene economen lieten hun licht schijnen over de verschillen en de parallellen.

Een oorlog, net als toen

Een van de opmerkelijkste overeenkomsten is dat, net zoals toen, een oorlog de prijs van fossiele brandstoffen de hoogte injaagt. In beide gevallen streek het Westen de olieproducerende landen tegen de haren in. Destijds ging het om een oorlog tussen Israël en de Arabische wereld die ertoe leidde dat de oliekraan eind 1973 werd dichtgedraaid. Het gevolg was een verviervoudiging van de olieprijs, met rantsoeneringen en autoloze zondagen als gevolg.

Het basisscenario lijkt op dat van vandaag: de beschikbaarheid van fossiele brandstoffen komt in het gedrang, waardoor de prijzen stijgen en de inflatie records breekt. Na 1973 bleef de economie ruim tien jaar op de sukkel. Recessies wisselden elkaar af met de regelmaat van de klok, de inflatie bereikte een piek van meer dan 15 procent, de rente steeg navenant, de werkloosheid was dubbel zo hoog als nu. Dat is een situatie waar op dit moment geen sprake van is. De economische groei is minder sterk gerelateerd aan de energieprijzen dan toen, en de economische fundamenten zijn in essentie gezond.

‘Parallel niet zomaar doortrekken’

‘Er wordt soms wat te gemakkelijk gerefereerd aan de jaren 70’, zegt Hans Bevers, hoofdeconoom van Degroof Petercam. ‘Je mag de parallellen niet zomaar doortrekken. We moeten ook het onderscheid maken tussen de eerste olieschok in 1973, de tweede in 1979 en de daaropvolgende periode van stagflatie. We spreken dus over een crisisperiode van bijna vijftien jaar. Gaat het ook dit keer zo lang duren? Ik denk het niet.’

Toen hakten de recessies er zwaar in, stelt Bevers vast. ‘Destijds kromp de economie regelmatig met meer dan 2 procent per jaar. Dat is een groot verschil met nu. En dat de arbeidsmarkt volledig onderuitgaat, zie ik ook nog niet zo snel gebeuren. Een periode van stagflatie is niet ons basisscenario.’ Het woord stagflatie – een combinatie van economische stagnatie en galopperende inflatie – duikt nu weer op in de analyses. Een korte recessie is niet onmogelijk, maar de economie groeit nog altijd stevig. België produceerde in het eerste kwartaal 4,6 procent meer dan een jaar voordien. De werkloosheid daalt: in maart lag het aantal werkzoekenden 13 procent lager dan vorig jaar.

Ook econoom Paul De Grauwe stelde afgelopen weekend in de krant Gazet van Antwerpen vast dat nogal gemakkelijk vergeten wordt hoe erg de crisis van de jaren 70 was. ‘De mensen waren radeloos. In de jaren zeventig dacht men dat er nooit meer een volledige tewerkstelling zou zijn.’

De Keyzer is het eens met De Grauwe: de toestand van nu is heel anders dan toen. ‘Maar het zou wel kunnen dat we in de aanloop zitten naar een vergelijkbare situatie. In de jaren 70 leidden externe schokken via de indexering tot een loon-prijsspiraal. Het kan nooit kwaad om van het slechtste scenario uit te gaan.’

Devaluatie Belgische frank

In 1982 bekampte de regering de verslechterende situatie door de Belgische frank met 8,5 procent te laten devalueren. Dat maakte Belgische producten relatief goedkoper op de wereldmarkt. Dat recept is nu niet langer voorhanden: de Belgische frank bestaat niet meer en het monetaire beleid wordt niet langer in Brussel maar in Frankfurt uitgestippeld.

Hans Bevers heeft er vertrouwen in dat de centrale bankiers sneller de noodzakelijke maatregelen zullen nemen. Dit jaar trekken zowat alle centrale banken ter wereld de rente op. Ze spelen korter op de bal en proberen een crisis voor te blijven. In de jaren 70 en 80 fnuikten de extreem hoge rentes (tot 20 procent in de VS) de economie, wat leidde tot hoge werkloosheid.

Wel lopen de overheidstekorten nu flink op. Dat was ook het geval in de jaren 80, met jarenlange bezuinigingen tot gevolg. Het besef dat er zuinig moet worden omgesprongen met schaarse overheidsmiddelen, lijkt ook nu verdwenen. Tijdens de pandemie werd de economie overeind gehouden met overheidsmiddelen, en het is nu moeilijk om de uitgaven terug te schroeven.

Verkeerde recepten

‘We mogen niet opnieuw de fout maken om alle financiële sluizen open te zetten’, zegt Bevers. Er komen nog heel wat uitdagingen op de overheid af. De klimaattransitie zal nog veel investeringen vergen. Ook de defensie-uitgaven zullen stijgen, en de vergrijzingskosten lopen op. ‘Wat ik mis is een langetermijnplan’, zegt Peter De Keyzer. ‘We moeten kiezen: op korte termijn de koopkracht aanpakken of op lange termijn jobs veiligstellen.’

‘In de jaren 80 zag je dat de overheid probeerde de arbeidsmarkt te beïnvloeden met recepten die achteraf verkeerd waren, zoals brugpensioen. Nu zie je iets gelijkaardigs gebeuren met de koopkrachtproblematiek. Die wordt aangepakt met de lagere btw en energiecheques. Maatregelen die aanvankelijk verkocht worden als tijdelijk, blijken niet eenvoudig terug te draaien.’