camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Vroeggeboortes

‘Geef elke premature baby van 25 weken tenminste een kans’

Ouders die een premature baby van 25 weken krijgen, kunnen beslissen om die niet intensief te laten behandelen. Diverse neonatologen en gynaecologen zien dat liever anders.

donderdag 28 april 2022 om 3.25 uur

De beslissing om een prematuurtje niet intensief te behandelen, betekent niet dat het aan zijn lot wordt overgelaten. Artsen voorzien dan in comfortzorg en pijnbestrijding. getty images

Extreem vroeggeboren baby’s hebben niet zo’n hoge overlevingskans. Bij een zwangerschapsduur van 22 of 23 weken is die kans ­bijzonder klein, ook wanneer het kind intensief behandeld wordt door gespecialiseerde artsen. Sinds 2014 is er daarom een ­afspraak onder Vlaamse artsen om zulke erg vroeggeboren baby’s niet intensief te behandelen. Een intensieve behandeling wordt pas ­standaard aangeboden vanaf 26 weken zwangerschap.

   • Operatie vóór geboorte redt babylevens

De Italiaans-Belgische ethica Alice Cavolo, die een master bio-ethiek behaalde aan het Centrum voor Bio-Medische Ethiek en Recht (KU Leuven), bevroeg nu voor haar doctoraatsstudie twintig Belgische neonatologen, in beide lands­delen, over de ‘grijze zone’ tussen 24 en 26 weken zwangerschap: wie beslist er in dat geval wat er dient te gebeuren? Alle artsen hadden in het voorgaande jaar minstens vijf zulke geboortes meegemaakt.

Ethica Alice Cavolo bevroeg voor haar doctoraatsstudie twintig Belgische neonatologen, in beide lands­delen, over de ‘grijze zone’ tussen 24 en 26 weken zwangerschap. rr

‘De artsen zeggen dat ze deze moeilijke beslissing liefst in overleg met de ouders nemen, als het kan al voor de geboorte’, zegt Cavolo. ‘Dat kan uiteraard niet wanneer de vroeggeboorte onverwachts plaatsvindt. Dan geeft het oordeel van de arts de doorslag. Maar in ­alle andere gevallen streven artsen en ouders naar een gezamenlijke beslissing. In ­negen op de tien ­gevallen lukt dat ook.’

Draagkracht ouders

‘Een gemakkelijke beslissing is het niet, want in deze “grijze zone” kan niemand voorspellen wat de uitkomst van die behandeling zal zijn’, zegt Cavolo. ‘De medische richtlijn maakt geen keuze. Loont het de moeite om zo’n kwetsbare baby aan een zware, ingrijpende behandeling te onderwerpen? Over het algemeen pleiten artsen ervoor om het kind tenminste een kans te geven, omdat een beslissing tot niet-intensief behandelen onomkeerbaar is. Als ze vermoeden dat het kind ernstige beperkingen zal hebben, gaan ze mee in de wensen van het gezin. De beslissing hangt veelal af van de draagkracht van de ouders, die van gezin tot gezin verschillend is.’

‘Als het ernaar uitziet dat het kind gezond zal zijn, zouden veel artsen ook in deze grijze zone altijd intensief willen behandelen, hoewel ouders soms vragen om dat niet te doen. Zo vertelde een arts me dat ze het bijzonder moeilijk had met het besluit van een ouderpaar om een baby na 25 weken zwangerschap niet intensief te ­behandelen. Het kind was volgens de arts gezond en levensvatbaar. Toch kon ze niets tegen de beslissing inbrengen.’

‘Op 25 weken geven we ouders nog de keuze, maar het is een erg moeilijke ­beslissing, waar veel bij komt kijken’ Isabelle Dehaene Gynaecologe UZ Gent

In andere landen ligt de grens voor het starten van een intensieve behandeling niet op 26 maar op 25 weken, in sommige landen nog vroeger. Cavolo zegt dat ze van meerdere neonatologen hoorde dat ze ook in Vlaanderen de grens zouden willen verlagen. Navraag bij neonatoloog Gunnar Naulaers van het UZ Leuven leert dat die grens inderdaad voorwerp van ­debat is. ‘Er zijn voor- en tegenargumenten om al vanaf 25 weken standaard met een intensieve ­behandeling te beginnen’, zegt hij. ‘Het klopt dat er dit jaar nog een consensus­vergadering komt met neonatologen en gynaecologen in Vlaanderen om de ­afspraken hierrond ­opnieuw te bekijken.’

Zware beperkingen

Dat wordt ook bevestigd door de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Woordvoerster Isabelle Dehaene, gynaecologe in het UZ Gent, zegt: ‘Ook hier in het UZ Gent voelen we dat het moeilijk is om te blijven vasthouden aan die grens van 26 weken. Op 25 weken geven we ouders nog de keuze, maar het is een erg moeilijke ­beslissing, waar veel bij komt kijken. Als ze nee zeggen, geven we aan het ongeboren kind ook geen longrijping (zodat het makkelijker kan ademhalen, red.) en doen we geen keizersnede. We willen de ­literatuur ­opnieuw bekijken en denken dat er reden genoeg is om op 25 weken al standaard intensief te behandelen. In andere landen en ook in Wallonië gebeurt het vaak nog vroeger, vaak al na 22 of 23 weken. Maar een groot deel van die kindjes overlijdt of leeft met zware beperkingen, dus zover ­willen we niet gaan.’

Ook Cavolo sprak met Belgische neonatologen die al vroeger ­behandelen, maar dan meestal omdat ouders heel lang op het kind hebben gewacht, of omdat ze ­eerder al een kindje verloren bij een vroeggeboorte, en deze keer ­alles op alles willen zetten. ‘Die ­gezinscontext wordt vaak mee in rekening genomen.’

Ze wijst er nog op dat de beslissing om niet intensief te behandelen niet betekent dat het kind aan zijn lot wordt overgelaten. ‘Artsen voorzien dan in comfortzorg en pijnbestrijding’, zegt Cavolo. ‘Ze laten die kindjes niet aan hun lot over, maar helpen ze en maken dat de ­ouders zo veel mogelijk nabij kunnen zijn.’

De podcasts van De Standaard