Salah Abdeslam beroept zich op zwijgrecht
Abdeslam hult zich weer in stilte.  Foto: Nieuwsblad

Op dag 102 van het proces over de aanslagen van 13 november 2015 in Parijs heeft Salah Abdeslam (32) besloten zich te beroepen op zijn zwijgrecht. ‘Ik wens me vandaag niet uit te drukken’, benadrukt Abdeslam in de rechtbank.

Salah Abdeslam is de enige overlevende van het commando van terreurgroep IS dat 130 dodelijke slachtoffers en honderden gewonden eiste. Hij riskeert levenslang voor de terroristische misdaden waarvan hij beschuldigd wordt. Sinds het begin van het proces op 8 september 2021 stelt de Franse Marokkaan van 32 jaar uit Sint-Jans-Molenbeek zich voor als ‘strijder van IS’. Hij doorbrak zo zijn nagenoeg volledige stilzwijgen dat hij had volgehouden sinds zijn arrestatie in april 2016, na een klopjacht van vier maanden.

Abdeslam nam woensdag plaats op de beklaagdenbank met de andere beklaagden, behalve Ossama Krayem die al drie maanden weigert te verschijnen. De voorzitter van het hof, Jean-Louis Périès legde uit dat het hof zich zou gaan buigen over de feiten vanaf 8 november 2015 tot aan het moment van de aanslagen, op 15 november. Maar dat zag Abdeslam anders. ‘Goedendag meneer de voorzitter, dames en heren van het hof. Vandaag wens ik gebruik te maken van mijn zwijgrecht’, zei Abdeslam.

‘Dat is uw recht’, antwoordde de voorzitter, ‘maar het was helemaal niet voorzien. U heeft uzelf verklaard tot nu toe, dus we begrijpen het niet.’ De voorzitter was zichtbaar teleurgesteld, meldden journalisten vanuit de rechtszaal. ‘Het een absoluut recht, het zwijgrecht, maar sta me toe aan te dringen, het is belangrijk voor iedereen’, probeerde de voorzitter nogmaals. ‘Ook ik wil erop aandringen: ik wens me vandaag niet uit te drukken’, zei Abdeslam. ‘Het is een recht dat ik heb, ik hoef me daarvoor niet te verantwoorden’, zei hij nog.

‘Wil niet als provocateur bestempeld worden’

‘Ik heb zes jaar gezwegen, dat was niet makkelijk. Het was het standpunt dat ik wilde innemen aan het begin van het proces. Maar ik ben van gedachten veranderd, ik heb antwoorden gegeven. Ik heb me ook uitgedrukt voor de slachtoffers, met respect. Ik kan voortaan niet meer spreken’, aldus Abdeslam. Gevraagd naar zijn beweegredenen om zich te beroepen op zijn zwijgrecht, zei Abdeslam: ‘Er zijn veel redenen waarom ik niet meer wil praten. Ik doe het ook om niet als provocateur te worden bestempeld.’

‘Bon, ik ga vragen stellen en geen antwoorden krijgen. Is dat het?’, vroeg voorzitter Périès, wat Abdeslam bevestigde. Vervolgens overliep hij zijn vragen over onder meer geldstortingen, wagens en schuilplaatsen, zaken waarover het hof de hoofdbeklaagde wou horen.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig