Abrini had al in Parijs moeten toeslaan
  Foto:  AFP

Mohamed Abrini had eigenlijk een van de terroristen van Parijs moeten zijn. Dat zei hij dinsdag zelf op het grote proces in de Franse hoofdstad.

Salah Abdeslam (32) is de hoofdbeschuldigde op het terreurproces in Parijs waar twintig personen terecht staan voor hun rol bij de aanslagen in Parijs. Bij die aanslagen kwamen 130 mensen om. Eerder had Abdeslam verklaard op het proces, dat in september vorig jaar begon, dat hij koudwatervrees had gekregen en zich niet in Parijs wou laten ontploffen.

Mohamed Abrini, de man met het hoedje, zei dinsdag dat hij eigenlijk op 13 november 2015 in de plaats van Abdeslam in Parijs had moeten zijn. Twee maanden voor de aanslagen had zijn jeugdvriend Abdelhamid Abaaoud, de coördinator van de aanslagen, aan Abrini gezegd dat hij zou moeten meedoen met ‘een project’. Abrini getuigde dat hij geen nee kon zeggen tegen een vriend, maar zou toch heel snel aan Brahim Abdeslam gezegd hebben dat hij het niet zou doen.

De oudere broer van Salah Abdeslam doodde tijdens de aanslagen mensen op de caféterrassen. ‘Ik kan niet de straat op gaan en ongewapende mensen doden. Dat heb ik aan Brahim gezegd’, aldus Abrini in de assisenzaal. Omdat er dus een bomvest en kalasjnikov te veel in de auto lag, zou Brahim Abdeslam aan zijn broer Salah gevraagd hebben om mee te doen. Dat zegt althans ­Abrini.

Of hij de waarheid vertelt, is onzeker. Wel staat vast dat Abrini - vier maanden na de aanslagen in Parijs - gefilmd werd in de luchthaven van Zaventem, in het gezelschap van twee andere terroristen. Die twee brachten zichzelf tot ontploffing, maar Abrini nam de benen. Twee weken later werd hij in Anderlecht aangetroffen. Woensdag en donderdag wordt Abdeslam ondervraagd over wat in Parijs gebeurd is. Afwachten wat de versie is van  Abdeslam.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig