Na gezondheidsproblemen is de Britse koningin Elizabeth (95) weer in het openbaar verschenen. Ze woonde de plechtigheid voor haar overleden man prins Philip bij in Westminster Abbey. Prins Andrew (62), in januari nog van zijn titels ontnomen voor betrokkenheid in een misbruikzaak, begeleidde haar.

Nadat de Queen in februari een coronabesmetting had opgelopen, bleef ze op de sukkel. Verschillende openbare verschijningen, waaronder die voor Commonwealth Day, werden geschrapt, en er verschenen verontrustende berichten over een verzwakte koningin die in een rolstoel moest rondgereden worden.

De vorstin liet weten er alles aan te doen om aanwezig te kunnen zijn op de herdenkingsplechtigheid voor haar overleden man, prins Philip. Naast de andere prominente leden van het Britse koningshuis, tekenden ook verschillende buitenlandse staatshoofden present. Zo bevestigden onze koning Filip en koningin Mathilde hun aanwezigheid, net als de Nederlandse Willem-Alexander en Maxima, de Noorse Harald en Sonja, de Zweedse Carl Gustaf en Silvia en koningin Margrethe uit Denemarken.

Hart onder de riem voor Andrew

Alle ogen gingen echter naar één man: prins Andrew zat naast zijn moeder in de auto richting Westminster Abbey. Hij mocht zijn moeder in de kerk naar haar plaats begeleiden.

Opmerkelijk, omdat de Queen haar zoon in januari nog zijn militaire titels afnam. Andrew verloor ook zijn privileges en mocht zich niet langer als ‘His Royal Highness’ ­introduceren. De reden hiervoor was de rechtszaak die door Virginia Giuffre werd aangespannen tegen Andrew omdat hij haar als minderjarige misbruikt zou hebben. Nog voor hij moest verschijnen, werd echter een minnelijke schikking overeengekomen.

Sindsdien verdween Andrew uit het openbaar, maar nu leek voor de Queen de tijd dus rijp om haar zoon publiekelijk een hart onder de riem te steken.

U wil onze betalende artikels lezen maar nog geen abonnement nemen? Meld u aan en proef gratis van  plus-artikels.

Lees gratis ›

Geen betaalgegevens nodig