camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

Recensie Stromae

Kuifje in het instrumenten­museum

Op zijn derde album Multitude hunkert Stromae niet langer naar de dansvloer, maar naar de wijde wereld.

maandag 28 februari 2022 om 3.25 uur

Stromae richt zich minder op de dansvloer en meer op het verhaal dat hij wil vertellen.  Michael Ferire

Stromae

Multitude komt uit op vrijdag 4/3.

Negen jaar is het geleden dat ­Racine carrée uit kwam, het tweede album van Stromae. Nadat ‘Alors on danse’ van debuutalbum Cheese (2010) een onverwachte wereldhit was geworden – het stond in negentien landen op nummer 1 in de hitparade – be­tekende die tweede plaat de grote bevestiging voor de Brusselaar. Ze was onder meer twee jaar op rij het bestverkochte album in Frankrijk, en songs als ‘Papaoutai’ en ‘Formidable’ stuwden ­Stromae tot in het New Yorkse Madison Square Garden.

Wat nadien gebeurde, is bekend: tijdens een tournee door Afrika in 2015 kampte de zanger met bijverschijnselen van het ­malariamiddel Lariam. In combinatie met een slopende concertagenda zorgde dat voor angstaanvallen, waardoor Stromae besloot om de spotlights vaarwel te zeggen en weer even Paul Van Haver te worden.

Maar nu is de maestro terug. Vrijdag landt zijn derde album Multitude in winkelrekken en op streamingdiensten. We kunnen u enkel aanbevelen dat in uw agenda te zetten.

In een poplandschap waarin steeds vaker gegraaid wordt uit oude tijdperken, onderneemt Stromae een oprechte zoektocht naar klanken die je nooit eerder bijeen hoorde

Stromae opent de plaat als een krijger die net zijn zwarte beest klein heeft gekregen. In de gedreven rap van ‘Invaincu’ schudt hij de ‘putain de maladie’ van zich af. ‘Tant que je suis en vie/ je suis invaincu’, klinkt het, niet gespeend van enige trots. Maar een auto­biografische plaat wordt Multitude nooit echt. Stromae wil aanzetten tot nadenken, en doet dat met personages. Een knap ‘Fils de joie’ wordt gebracht vanuit het perspectief van zowel een kind van een prostituee als dat van een pooier – misschien is dat zelfs dezelfde persoon. Ook ‘Solassitude’ speelt met die dualiteit: daar is een zekere Nicolas een womanizer die zowel eenzaamheid ervaart (als vrijgezel) als verveling (binnen een relatie). Later tonen ook ‘Mauvaise journee/Bonne journee’ hoe één persoon dezelfde dag als goed of slecht kan er­varen, naargelang met welk been hij uit bed is gestapt. Geen mens is een monoliet, lijkt Stromae te willen zeggen: zo weten we meteen waar die albumtitel vandaan komt.

Vaarwel eurodance

Wat opvalt is de muziek onder die verhalen. Stromaes songs steunden altijd al op sterke samples of instrumentale hooks die hij uit zijn laptop sleurde – denk maar aan het haast woordloze refrein van ‘Alors on danse’. Ook nu bedient hij zich van die techniek: in de vooruitgeschoven single ‘L’enfer’ (die ook op dit album overeind blijft als absoluut hoogtepunt) verklankt een welgemikte, bevreemdende sample de ­depressieve ‘pensées qui me font vivre en enfer’. Maar Stromae gaat ook vaker elders de mosterd ­halen. ‘Santé’ wordt geruggensteund door een opvallende ­Colombiaanse cumbiabeat, en ‘Bonne journee’ kleurt in Oosterse tinten.

Bij Focus Knack gaf de Brusselaar aan dat dat een ode is aan de reizen die hij met zijn moeder maakte naar landen als Bolivia, Peru, Mali en Mexico, en tegelijk een knipoog aan de buurtfeesten waar hij Zuid-Amerikaanse salsa, zouk uit de Antillen en Congolese rumba door mekaar hoorde. Daar­voor ondernam Stromae wat lijkt op een reis door het muziekinstrumentenmuseum. Kende u de erhu, een type Chinese viool? U hoort ze alleszins in ‘La solassitude’. Zegt de zurna u iets? In ­‘Declaration’ hoort u die Turkse hobo. En de Boliviaanse charango-gitaar? Die zit in ‘C’est que du bonheur’. Telkens worden die niet gesampled, maar ingespeeld door experts: dat heet dan gebruikmaken van je slagkracht als wereldster.

‘’  

Het betekent wel dat de eurodancesynthesizers waarmee Stromae steevast geassocieerd wordt, grotendeels moeten wijken. Die klanken boetseerden Racine ­carrée tot zo’n dansvloerkraker: songs als ‘Bâtard’ en ‘Tous les mêmes’ hadden wel complexe teksten, maar het was ook on­mogelijk om erop stil te blijven staan. Destijds maakte dat een vreemde eend in de bijt van ‘Quand c’est’, een duistere wanhoopskreet over kanker. Maar wie Multitude hoort, begrijpt beter waarom net die song tijdens ­Stromaes passage in Paleis 12 opdook tussen de onvermijdelijke oude hits: hij is nu minder bekommerd om de dansvloer, en meer om het verhaal.

   • Stromae in Paleis 12: de maestro en de mythe

Die verschoven focus blijkt het duidelijkst halverwege Multitude, met een trio songs dat het minder van muzikale vondsten moet hebben, en meer steunt op een uit­gewerkte tekst. In ‘Riez’ is dat een afdaling op de sociale ladder aan de hand van wensen en ambities – wanneer Stromae op de laagste trede van de sans-papiers landt, stelt hij vast dat zij enkel kunnen dromen van dromen. ‘Pas vraiment’ schetst dan weer een uiteengegroeid koppel, terwijl ‘C’est que du bonheur’ de desillusie van het vaderschap humoristisch ­fileert: er is veel ‘bonheur’ en ‘joie’, maar ook ‘les vomis, les ­cacas et puis tout le reste’.

De Franse chansonschool

Dat verhalende roept echo’s op van de chansonschool van Charles Aznavour, Edith Piaf en vooral Jacques Brel. Stromae wordt al van bij zijn debuut vergeleken met zijn in 1978 overleden stadsgenoot, en de dramatische flair waarmee hij ‘Mauvaise journee/Bonne journee’ vertolkt maakt die link sterker dan ooit. Ook de fijnzinnige humor in de verborgen parel ‘Mon Amour’ doet aan Brel denken: Stromae schetst er een vrouwenloper die pas na de exit van zijn vrouw ­beseft wat hij mist. Haar smaak, haar geur en … haar kennis van hoe de wasmachine werkt.

Dat alles maakt van Multitude een nooit aflatende ontdekkingsreis. Alleen al ‘Fils de joie’ is een doctoraat waard: u hoort er een Braziliaanse bailefunkbeat, een barokke klavecimbel en een sample die klinkt als het geluid wanneer je iets typt in Facebook Messenger – het zou niet mogen werken, maar doet dat toch. In een poplandschap waarin steeds ­vaker gegraaid wordt uit oude ­tijdperken (met eighties-synthpop en poppunk uit de ­jaren 2000 als ­recentste voorbeelden), onderneemt Stromae een oprechte zoektocht naar klanken die je nooit eerder bijeen hoorde, en dat resulteert in een fascinerende luisterervaring.

Sinds Stromae een pauze nam, is het muzieklandschap ver­anderd. De Koreaans zingende boyband BTS is voor het tweede jaar op rij de bestverkopende band ter wereld, en Spaanstalige reggaetonzangers als J Balvin ­(Colombia) en Bad Bunny (Puerto Rico) domineren de eindejaarslijstjes van Spotify. Voor Frans lijkt er nog een gat in de markt te zijn. Misschien dat Stromae dat in april op Coachella al kan in­vullen.

Niet te missen

De podcasts van De Standaard