camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

column

Mismeesterde kinderen

maandag 21 februari 2022 om 3.25 uur

De wereld staarde met plaatsvervangende schaamte naar de tranen van Kamila Valieva. afp

Ik had nog nooit van Kamila Valieva gehoord, tot onlangs. Een gelukje dat ik alle vijftienjarigen gun: dat niemand ver weg ooit van je heeft gehoord. Maar zoveel geluk viel Kamila niet te beurt. Als je ergens belachelijk goed in bent, dan liggen er altijd wel volwassenen op de loer om je talent te kapen, te kneden en schaamteloos te misbruiken. Talent kan immers nooit gewoon leuk zijn. Je mag er niet eenvoudigweg blij van worden. Je mag er al helemaal niet slordig mee omspringen, ook al is dat wat tieners doen: slordig omspringen met wat hen komt aanwaaien. Talent is faam. Talent is geld. Met wat pech neemt talent de plaats in van gezondheid en geluk.

Terwijl haar leeftijdgenoten voor het eerst verliefd werden en thuis twerkten op Youtube-nummers van popsterren van wie ik nog nooit heb gehoord, trainde Kamila haar talent. Niet alleen voor zichzelf, een zelf dat al lang van ondergeschikt belang was geworden. Een ­tienerleven dat in kaarsrechte banen wordt geleid door ouders, coaches en andere belanghebbenden die in de ­tiener alleen maar een instrument van hun ambities zien, het is van een treurnis waarvoor geen gouden plak soelaas kan bieden.

Mijn oudste kind is een prille skater. Elke dag checkt hij de weerapp om de kans op neerslag in te schatten. Vriezen is niet erg, regen is dan weer nefast voor het skateboard waar hij zelf voor spaarde. Geen verrekte lies, gebroken enkel of spierscheur in de hamstring weerhouden hem van het eindeloze, repetitieve oefenen. Elke nieuwe trick is een overwinning waar geen publiek, coach of veeleisende moeder aan te pas komt. Blinkend huppelt hij door het huis wanneer hij een nieuwe trick kan afvinken.

Mijn jongste kind kwam onlangs thuis van een voetbalmatch met vochtige ogen en gebalde vuisten van frustratie. Dat ze de wedstrijd verloren was één ding. Maar het ergste was de sfeer rond dat Oost-Vlaamse voetbalveldje vol 12-jarigen. Een bully van een trainer die zijn spelers niet aanmoedigde maar uitschold. Spelers die werden aangespoord om te duwen, te trekken en opzettelijk hard tegen enkels te stampen omdat anderen pijn doen beter is dan verliezen. Briesende en scheldende ouders aan de zijlijn. Liefde voor de sport of spelplezier waren nergens te bespeuren.

Ouders en coaches die in de tiener alleen een instrument van hun ambities zien, het is van een treurnis waarvoor geen gouden plak soelaas kan bieden

Het kind dat al zes jaar in weer en wind over het gras rent alsof z’n leven ervan afhangt; dat dagenlang uitkijkt naar elke match, elke week opnieuw; dat sikkeneurig loopt tijdens de zomer- en de winterstop, dat kind begreep er niets van. Zelf had hij nooit een bullebak van een coach of een bemoeizuchtige ouder nodig gehad om het beste van zichzelf te geven.

Overal te velde vallen op weekend­dagen dat soort jammerlijke taferelen vast te leggen. Oprecht plezier en intrinsieke motivatie gefnuikt nog voor ze goed en wel wortel kunnen schieten. Onbeschoftheid als vermeende incen­tive.

Ook kinderen zonder uitgesproken of bovengemiddeld talent vallen ten prooi aan de onbeheerste verlangens van volwassenen, die in een kind een canvas zien waarop ze ongehinderd hun dromen en ambities kunnen projecteren. Willen wordt moeten. Plezier wordt stress. Zelfwaarde wordt angst.

Drillen, drammen, mismeesteren werkt. Soms. Voor even. Wat niet in de medaillespiegel of de score staat, is de schade aan hoofd en hart van een ­opgroeiend kind. Op je palmares verschijnt niet wat het met je doet om lui, dik, dom, talentloos, waardeloos te worden genoemd; noch hoe je later, veel ­later, zult terugkijken op je kindertijd, die aan je voorbij gleed in een roes van dwang, druk en zelfkastijding.

De hele wereld zag Kamila vallen, en daarna nog eens. Daarna staarden we met plaatsvervangende schaamte naar haar tranen, biggelende kindertranen. Niemand die haar vasthield of troostte. Een uitbrander van een coach met een hart zo koud als het ijs waarop Kamila was neergevallen. Met sport had het niets meer te maken. ‘Ik schaats nooit meer. Ik haat deze sport’, riep de 17-jarige Alexandra Trusova, nadat ze zilver had gewonnen of goud had verloren op de vrije kür. ­Arme meisjes. Het was een weerzinwekkend schouwspel, alles wat sport niet zou mogen zijn.

Sommige volwassenen zouden ­mijlenver uit de buurt van kinderen en jongeren gehouden moeten worden. Veel van die volwassenen doen helaas iets belangrijks in de sport, waar ze vrij spel krijgen om kinderen te beroven van hun liefde voor die sport en voor zichzelf. Omdat ze scoren, omdat ze denken dat het zo hoort en dat het mag, omdat kortstondig succes boven de ­belangen en het geluk van kinderen wordt geplaatst. Afvoeren, dat soort ­verfoeilijk misbruik, en snel.

Bieke Purnelle is freelanceschrijver en directeur van Rosa, kenniscentrum voor gender en feminisme. Haar column verschijnt tweewekelijks op maandag.

Niet te missen

LEES OOK

De podcasts van De Standaard

Niet te missen