camera closecorrect Verwijs ds2 facebook nextprevshare twitter video

opinie diplomatie

Alleen veeltaligheid kan het Frans in de EU redden

Politiek filosoof en auteur van Een Europees pandemonium (Historische Uitgeverij).

vrijdag 11 februari 2022 om 3.25 uur

De positie van het Frans als voertaal in de EU verzwakt zienderogen, schrijft Luuk Van Middelaar. De Fransen kunnen maar beter het overwicht van het Engels aanvaarden en mikken op het taalonderwijs. A la guerre comme à la guerre.

 Lectrr

Terwijl het onderhoud in Moskou nog gaande was, circuleerde er al een ­foto van. We zagen een immense ovalen ­tafel, met Vladimir Poetin en Emmanuel Macron ieder aan één verre kant in een verder lege Kremlinzaal. Geen minister of adviseur mocht dit covid-proof tête-à-tête verstoren. Toch moeten er wel twee tolken aanwezig zijn ­geweest: buiten beeld, maar onmisbaar. Diplomatie is in Europa ook ­altijd vertaling.

Op de persconferentie nadien spraken beide presidenten hun landstaal. Logisch voor Poetin, staand voor vier Russische vlaggen. Maar gold datzelfde voor zijn gast, met twee Franse én twee EU-vlaggen achter zich en sprekend (ook in de ervaring van de gastheer) namens Frankrijk en Europa? Had Macron niet deels Engels kunnen spreken, vanwege zijn Europa-brede ­publiek?

Globish

Maandagavond niet, maar zulke vragen gaan komen. De gevoeligheid ervoor neemt toe. Kort voor de Kremlintrip werd op Twitter druk gekissebist tussen Franse diplomaten en journalisten van Brits-Amerikaanse media over de Engelse vertaling van sleuteltermen uit een interview dat Macron aan Le Journal du ­Dimanche had gegeven – ging hij nu wel of niet concessies doen?

   • Macron spuit vooral mist bij zijn pendeldiplomatie

Terwijl zijn baas op weg was naar Moskou, haalde een Franse minister op een conferentie over veeltaligheid uit naar het ‘globish’. Jean-Baptiste Lemoyne, belast met Toerisme en Francofonie, noemde zulk pover ­internationaal Engels ‘de taal van niemand die aan iedereen wordt opgelegd’, met een ‘woordenschat van 300 woorden … Die dom maakt’. Dit halfjaar biedt het EU-Raadsvoorzitterschap aan Parijs behalve een fijne ­diplomatieke rol voor de president ook de kans in de bres te springen voor een zaak waarover elders veeleer meewarig wordt gedaan: de positie van het Frans binnen de Unie.

Het Frans verliest de status van mondiale en Europese lingua franca. Alleen in Afrika blijft het Frans dominant. Dat doet pijn

Die positie verzwakt zienderogen. Hoe meer lidstaten, hoe meer Engels, zo blijkt sinds 25 jaar. Brexit keert de trend niet. Het vertrek van de Britten maakt de situatie eerlijker. Nu genieten nog maar zo’n 5 van de 450 miljoen EU-burgers het privilege het Engels als moedertaal te hebben. De EU-instellingen worden steeds Engelstaliger, aldus een lijvig Frans rapport ­vorig najaar. Ook naar het publiek toe. Terwijl de taalvaardige Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker (2014-2019) graag met de drie grote talen mocht jongleren, communiceert zijn (Duitse) opvolgster Ursula von der Leyen, die het Frans prima ­beheerst, vrijwel uitsluitend in het Engels.

Schipperen

Gelijkheid van de nationale talen is de Europese grondnorm. EU-verdragen en wetgeving worden gepubliceerd en zijn geldig in de 24 officiële talen. Ook Europarlementariërs spreken het meest de eigen taal, dankzij een grote ­tolkendienst. Maar intern en extern in de EU alles in alle talen vertalen, van interne werkdocumenten tot tweets, blijkt praktisch onmogelijk en financieel onhoudbaar. Dus is het schipperen.

Er bestaan drie modellen voor een veeltalige democratische ruimte, zo leerde ik van filosoof Philippe Van ­Parijs, auteur van Linguistic justice for Europe and the world. Ten eerste: één verplicht aan te leren lingua ­franca, dus tweetaligheid voor alle burgers (behalve voor wie dit tevens de moedertaal is). In de praktijk: ­Engels als het nieuwe Latijn. Ten tweede: vertalingen en vertolkingen tussen een setje hoofdtalen én het ­leren van ten minste één ervan door burgers wier moedertaal er niet bij zit. Dit lijkt op hoe Engels, Frans en Duits in de Commissie de status van ‘werktaal’ hebben – ook de VN kennen zoiets. Derde model: vertalingen en vertolkingen tussen alle officiële talen. Deze optie, voorlopig buiten bereik, wint wel aan plausibiliteit dankzij nieuwe technologie – spraakcom­puters, vertaalprogramma’s en AI.

Simple comme AI

Het Frans verliest de status van mondiale en Europese lingua franca ­(alleen in Afrika blijft het Frans dominant, daar leven over één generatie zeker acht op de tien Franstaligen ter wereld). Daar zit het pijnpunt: model twee is kapot. Van de weeromstuit mikt Parijs binnen de EU op veeltaligheid: ruimhartiger ­gebruik van de ­andere talen dan het Engels. Toch schuurt dat. Het Frans legt het af ­tegen het Engels, maar ziet zichzelf natuurlijk niet in dezelfde ­liga spelen als Litouws of Portugees. Bovendien kunnen ook de voordelen van nieuwe technologie in hun tegendeel omslaan. Wat als het lezen en ­begrijpen van anderstaligen dankzij AI zo simpel wordt, dat vrijwel ­niemand meer een vreemde taal wil leren?

De Fransen kunnen maar beter de politieke, economische en wetenschappelijke dominantie van het ­Engels aanvaarden. En tegelijk méér energie stoppen in onderwijs in een tweede Europese vreemde taal, thuis en in de rest van de EU. Dan hebben we én Engels voor de Unie-wijde communicatie én – afhankelijk van land of school – Duits, Italiaans of Zweeds voor het gesprek met de buren, de ­ervaring van een ander wereldbeeld, de rijkdom van de literatuur. Communicatoren en culturele bruggenbouwers: de Unie heeft beide nodig.

Niet te missen

De podcasts van De Standaard